De zegen van het goede gezicht

Tekenaar Siegfried Woldhek maakte voor NRC Handelsblad de beste politieke cartoon van 2011. „Ik probeer met mijn tekeningen de kijker in de goede richting te duwen, liefst in drie goede richtingen.”

Voor Siegfried Woldhek zijn alle bewindslieden van dit moment dankbare objecten. Beter dan de vorige ploeg. „Dit kabinet is gezegend met goede gezichten”, vertelt de winnaar van de Inktspotprijs 2011.

Zo ook staatssecretaris Henk Bleker, met zijn wallen, zijn rimpels en zijn wilde haren. En zijn strapatsen. Woldheks tekening van Bleker die als boer het laatste bloempje op zijn akker vertrapt, is gisteren uitgeroepen tot de beste politieke tekening van 2011. De jury vindt dat Woldhek het voor elkaar heeft gekregen „een totale typering” van de CDA-staatssecretaris te maken. „Prachtig getekend”, stelde juryvoorzitter Ghislaine Plag gistermiddag bij de uitreiking in Perscentrum Nieuwspoort. „Het drukt op sublieme wijze een mengeling van sluwheid, onverzettelijkheid en machtsbelustheid uit, impliciet en zonder tekst”. Zonder tekst – Woldhek gebruikt nooit tekst. „Ik probeer een goed gelijkend portret te maken, met een sfeer die de kijker in de goede richting duwt, het liefst in drie goede richtingen.”

Siegfried Woldhek (1951), tekenaar voor onder meer NRC Handelsblad en Vrij Nederland, woont in Giethoorn midden in de natuur. Hij was directeur van Vogelbescherming Nederland en het Wereld Natuur Fonds. De natuur ligt hem na het hart. Eind maart maakte hij de tekening van Bleker, in reactie op het besluit om de Zeeuwse Hedwigepolder niet onder water te zetten, en op Blekers natuurbeleid in het algemeen. „Natuur? Bleker heeft geen idee waar hij het over heeft. En dat geldt voor dit hele kabinet. In de jaren tachtig en negentig is er voor de natuur veel opgebouwd. Dit kabinet breekt dat in no time af. Ik hoor Rutte zondag op televisie alleen maar over een terugkeer naar economische groei praten. Dat getuigt van grote kortzichtigheid.”

Wat maakt een politicus tot een dankbaar object voor Woldhek? „Eigenlijk niets speciaals”, vertelt hij. „Ik laat me inspireren door wat de politicus op dat moment doet, en zoek naar kenmerken in zijn gezicht die die situatie verbeelden.” Dat een portret echt goed lijkt, is natuurlijk van belang. Met Rutte maakt Woldhek het zichzelf nog wel eens moeilijk. Hij tekent hem soms met een kuifje.

Doordat de strakke haardos bij de premier nogal dominant is, maakt dat het lastiger om een goedgelijkend portret te maken. Maar als je zo’n kenmerk telkens laat terugkeren, gaat de kijker het juist herkennen, denkt Woldhek. „Peter van Straaten tekende Dries van Agt alleen maar als kuif met een paar wratjes. Die portretten leken niet meer, maar iedereen wist dat het Van Agt was.” Zelf tekent hij Wilders vaak met een hoofddoek.

In de jaren tachtig hadden Britse tekenaars grote moeite om de conservatieve politicus John Major goed neer te zetten. Cartoonist Steve Bell zag op een trip een keer dat Major zijn hemd in zijn onderbroek propte. Toen wist hij het: Major zou hij voortaan met zijn onderbroek over zijn broek heen tekenen. En zo geschiedde. Major kwam nooit meer van dat beeld af. Zijn er politici die Woldhek grote moeite kosten? Niet in dit kabinet. Maar Gerrit Zalm vindt hij lastig, net als, volgens hem, vele andere tekenaars. „Zalm heeft geen bijzonder kenmerk. Het meest kenmerkende bij Zalm is dat alles steeds beweegt. Daarin zit zijn karakteristiek. Voor Jaap de Hoop Scheffer gold hetzelfde.”

Henk Bleker bood en biedt dus genoeg inspiratie. Maar Woldhek zelf vond de tekening die hij afgelopen jaar van Gaddafi maakte, met bebloede mond, beter. Die had volgens hem meer in zich om uit te groeien tot een iconisch beeld. „Dat klinkt wat pretentieus. Ach, iedereen beoordeelt tekeningen anders.”

Herman Staal