De partij is amateuristisch. En hard, zeggen afvalligen

Grote ego’s, niet behept met zelfreflectie, zegt een opgestapte PVV’er over zijn ex-collega’s. Een Statenlid hoort in een „keihard gesprek” wat hij wel en niet mag. People management is onderontwikkeld bij de partij.

De lijst wordt steeds langer. Cor Bosman kan worden toegevoegd aan de groep PVV’ers die vrijwillig of niet de beweging van Geert Wilders hebben verlaten. Hij werd vrijdag uit de Limburgse Statenfractie van de PVV gezet.

In vijf provincies stapten al PVV’ers op. In de stad Den Haag – een van de twee gemeenten waar de PVV aan de gemeenteraadsverkiezingen meedeed – zijn twee raadsleden afgesplitst. En ook de Eurofractie is een lid kwijt.

De verlaters maken stukje bij beetje meer zichtbaar over de interne gewoonten bij de PVV. Samengevat: kritiek, zeker als het de leider betreft, wordt niet op prijs gesteld. Die preoccupatie met eensgezindheid maakt intern debat moeilijk. De omgangsvormen zijn hard, people management is onderontwikkeld en de organisatie amateuristisch. Wie zich eenmaal naar de buitenwereld kritisch heeft getoond, kan erop rekenen dat hem de rug wordt toegekeerd. Journalisten worden als vijanden beschouwd. En de groei van zijn beweging maakt het voor Wilders steeds moeilijker alles bij te sturen.

Jelle Hiemstra wil na een paar maanden wel over zijn ervaringen vertellen. Hij was fractievoorzitter voor de PVV in de Friese Provinciale Staten, maar stapte op uit groeiende onvrede over de nadruk op de islam, en omdat hij vond dat de partij hem te weinig steunde toen hij in zijn huis door twee gemaskerde mannen werd mishandeld.

Voor de provinciale verkiezingen werd al duidelijk dat PVV’ers geen prijs stellen op eigen initiatief, zegt Hiemstra. „Alle persberichten moesten via Den Haag gaan. Fleur Agema bepaalt daar met welke media je mag spreken. Ik mocht niet met de Leeuwarder Courant praten, want dat was de ‘Pravda’ van Friesland.” Hiemstra, zo zegt hij, verzette zich.

De relatie verzuurde verder toen de PVV in Friesland zaken deed met de PvdA. Hiemstra kreeg telefoon van Machiel de Graaf. Deze relatieve nieuwkomer is, als lijsttrekker voor de Eerste Kamerverkiezingen en fractievoorzitter in de gemeente Den Haag, snel opgeklommen binnen de PVV-hiërarchie. De Graaf maakte duidelijk dat samenwerking met de vijand ongewenst was.

Echt mis ging het na de Algemene Beschouwingen in september, in de Tweede Kamer. Wilders noemde PvdA-leider Job Cohen een „bedrijfspoedel”. Hiemstra reageerde diezelfde dag publiekelijk: „Mijn stijl zou het niet zijn om iemand uit te maken voor schoothondje.” Hij zat in een vergadering, na afloop zag hij op zijn telefoon twintig gemiste oproepen van Fleur Agema.

Hiemstra kreeg in een „keihard gesprek” een ultimatum. Het waren „rechtstreeks orders van Geert”. Hiemstra moest het over islamisering gaan hebben, stoppen met samenwerking met linkse partijen en niets meer doen zonder toestemming van Den Haag. Niet veel later stapte Hiemstra uit de PVV.

In Den Haag weerspiegelt het verhaal van de twee opgestapte fractieleden dat van Hiemstra. Ze verlieten in december kort na elkaar de gemeenteraadsfractie. Daar heerst een afrekencultuur, vinden Arnoud van Doorn en Marjolein van de Waal. De eerste is zeer „teleurgesteld over de manier waarop we binnen de fractie met elkaar omgingen. Je wilt een sfeer van vertrouwen, professionaliteit en volwassenheid. Dat miste ik.” Van Doorn werd uit de fractie gezet nadat hij fouten had gemaakt bij het beheer van het fractiebudget. Hij erkent verkeerd te hebben gehandeld, maar zegt ook dat de reden voor zijn vertrek dieper ligt.

Van Doorn zegt dat bij de PVV fouten hard worden afgestraft. Dat merkte Van de Waal ook. „Als ik met een idee kwam, werd er gezegd: ‘Wat is dit voor onzin? Veel te links.’ Dan was het niet populistisch genoeg. Dan werd ik met een mail, die naar de hele fractie en alle medewerkers ging, met de grond gelijk gemaakt.” Volgens Van de Waal wordt binnen de fractie „veel aan stoelpoten gezaagd”. Van Doorn, die geen concrete voorbeelden wil geven van beledigingen, zegt: „Ik ben niet van suiker, maar ik ben ook niet van staal.”

De twee zeggen over de „totaal verziekte sfeer” (Van de Waal) meerdere keren te hebben geklaagd bij de plaatselijke fractievoorzitter De Graaf, maar die nam hun klachten niet serieus. Van Doorn: „Binnen de fractie zijn er veel mensen met dubbele functies, waardoor ze het erg druk hebben. Ook bestaat de fractie voor een deel uit mensen met een groot ego die niet behept zijn met zelfreflectie. Daardoor blijven dit soort dingen onopgelost.”

Volgens diverse bronnen is de ‘harde cultuur’ zeker niet uniek voor de Haagse raadsfractie. In de Tweede Kamer zouden Kamerleden regelmatig fractiemedewerkers intimideren en de huid vol schelden. De bronnen spreken slechts op voorwaarde van anonimiteit, want kritiek naar buiten brengen is een absolute doodzonde. Ook voormalig medewerkers van de fractie houden zich daaraan.

Er wordt volledige loyaliteit geëist. Van Doorn werkte als fractiemedewerker in de Tweede Kamer. „Het is alles of niets. Op het moment dat je er niet meer bij hoort, ben je alles kwijt.” Na zijn vertrek uit de Haagse raadsfractie kreeg Van Doorn te horen dat hij zich ook niet meer hoeft te melden in de Kamer, hoewel zijn contract nog tot maart loopt. „Als je eenmaal tot persona non grata bent verklaard, hoor je van niemand meer wat.”

Een andere voormalige fractiemedewerker ondervond dat ook. „Het is echt een soort sekte, you’re with us or against us.” Geert Tomlow, voormalig kandidaat-Kamerlid voor de PVV: „Loyaliteit is belangrijker dan kwaliteit. Onderlinge competitie wordt enorm bevorderd. Kritisch denken, zeker richting de leiding, is ongewenst. Toen ik opmerkingen maakte over de wijsheid van de ‘kopvoddentaks’, was de reactie: never question the boss.” Het leidt volgens deze voormalige PVV’er tot het uitblijven van inhoudelijke discussie en daarmee tot „groupthink”.

Rond het vertrek van Cor Bosman kwamen dit weekend vergelijkbare geluiden naar buiten. Van Harm Uringa, die een half jaar daarvoor al uit de provinciale PVV-fractie was gestapt. Naar nu blijkt wegens Bosmans uitspraken over een PvdA-Statenlid van Turkse afkomst. In een „feitenrelaas” schrijft Uringa: „De PVV heeft te weinig (positief) kritische en assertieve volksvertegenwoordigers.” Als ze er wel zijn, kan de PVV er niet mee omgaan, schrijft Uringa. „De assertiviteit van de PVV wordt bijna uitsluitend ingezet tegen derden.” Volgens Uringa zijn veel fractieleden „ondermaats” en vertoont het leiderschap van fractievoorzitter Laurence Stassen „sterk paranoïde trekken”. „Hoeveel fractieleden door haar als een mol werden beschouwd, was voor mij op een gegeven moment niet meer bij te houden.”

Wat zeggen Geert Wilders, Fleur Agema en Laurence Stassen over de beschrijvingen van hun voormalige collega’s? De eerste twee reageren niet. Stassen wuifde in de Limburgse media alle kritiek van Uringa weg. Machiel de Graaf reageerde wel, na afloop van een gemeenteraadsvergadering vlak voor Kerst: „Ja, er vallen weleens harde woorden. En de een kan daar beter mee omgaan dan de ander.” Volgens De Graaf krijgen „mensen bij de PVV heel veel kansen”. Bovendien, zegt de fractievoorzitter, „als we in de fractie stevig gediscussieerd hebben, drinken we na afloop wel samen een biertje”.

Hij kan er wel om lachen, zo blijkt uit een grapje tegen een collega in de wandelgangen van het Haagse stadhuis: „Kim Jong-il is er niks bij.”