De magie van Méliès verbluft nog altijd

Het IFFR eert de fantasierijke filmpionier Georges Méliès.De grote tovenaar inspireert nog steeds regisseurs als Martin Scorsese en Tim Burton.

‘Spoken’ prevelt speelgoedverkoper Georges Méliès in Martin Scorseses Hugo, als het jongetje Hugo hem een aantekeningenboekje laat zien waarin een schets staat van een fantasierobot die Méliès in een ver vervlogen tijd zelf geduldig in elkaar zette. Hij schonk de ‘automaton’ aan het eind van zijn loopbaan vervolgens aan een museum, dat hem liefdeloos afdankte, waarna Hugo’s vader de robot weer oplapte. Méliès probeert uit alle macht zijn glorieuze verleden als gevierd filmmaker te vergeten, en dan komt er zo’n snotneus langs die het verleden juist oprakelt. De robot komt door Hugo’s flipboekje weer langzaam tot leven, als in een animatiefilm. Voor eventjes is de robot weer bezield.

De scène is een mooie metafoor voor het programmaonderdeel Regained van het International Film Festival Rotterdam. Daarin worden min of meer vergeten films en filmmakers weer tot leven geroepen. Soms van heel obscure origine, maar ook weleens aanhakend bij de grotere geesten uit de filmgeschiedenis. Zoals Georges Méliès, aan wie een speciale voorstelling wordt gewijd op het IFFR.

Daarin is de gerestaureerde versie van zijn 110 jaar oude sciencefictionfilm Le voyage dans la lune te zien, voor het eerst helemaal in kleur en met nieuwe muziek van het Franse popduo Air. Na een wat traag en saai begin komt de door Jules Verne en H.G. Wells geïnspireerde film echt tot leven als een raket vol astronauten de maan bereikt. Eenmaal aangekomen komt de magie van Méliès tot volle wasdom. Een paraplu transformeert bijvoorbeeld tot een paddenstoel en de handgeschilderde decors zijn oogstrelend – zeker in deze prachtige kleurenversie.

De vertoning van de veertien minuten durende film is gekoppeld aan de begeesterde documentaire Le voyage extraordinaire, waarin kort de levensloop van Méliès wordt geschetst en het tot de verbeelding sprekende, jarenlange restauratietraject van Le voyage dans la lune aan bod komt. In 1993 dook een met de hand ingekleurde versie van de film op in een archief in Barcelona. Het materiaal was flink beschadigd en plakte aan elkaar. Pas na blootstelling aan chemicaliën lukte het om de zeer breekbare filmrol beeldje voor beeldje uiterst omzichtig af te pellen en elk individueel beeldje – ruim 13.000 in totaal – te fotograferen met een dure digitale camera. Het duurde daarna jaren voordat het lukte deze datafiles op voldoende pixelniveau te bewerken en de beschadigingen te restaureren, maar door de voortschrijdende digitale technologie en met veel engelengeduld lukte het toch. Vorig jaar, toen herdacht is dat Méliès 150 jaar geleden werd geboren, draaide de gerestaureerde kleurenkopie op het filmfestival Cannes.

Le voyage dans la lune bevat een fameus beeld dat veel bekender is geworden dan de film zelf: een raket die in het oog van de maan terechtkomt. Het beeld figureert ook veelvuldig in Hugo, Scorseses verfilming van het jeugdboek The Invention of Hugo Cabret. Hierin komt het weesje Hugo erachter dat de mopperende Méliès, die hij alleen kent als snoep- en speelgoedverkoper, vroeger een filmpionier was.

De naam Méliès gaat in filmgeschiedenisboeken steevast gepaard met woorden als magie, tovenaar, fantasie, feeëriek, verwondering en verbeelding. Hij is de verpersoonlijking van de fictiefilm, terwijl zijn tijdgenoten, de gebroeders Lumière, herinnerd worden als wegbereiders van de documentaire. Die tweedeling is historisch gezien aanvechtbaar, want beiden maakten zowel fictie als documentaire, maar zegt wel veel over het belang van Méliès als inspirator. Een tovenaar die ruim een eeuw na zijn meesterwerken nog steeds filmmakers als Scorsese, Tim Burton, Terry Gilliam en Michel Gondry begeestert.

De vader van Méliès was een schoenmaker die graag wilde dat zijn zoon hem opvolgde, maar Georges verkoos het vak goochelaar. Hij kocht het pand van de beroemde goochelaar Robert-Houdin en volgde in diens voetsporen. Méliès kon goed schetsen, had een technisch oog, hield van magie en was goed op de hoogte van allerlei optische apparaten waarmee je een publiek kon betoveren, zoals de toverlantaarn en de praxinoscoop. Waar de Lumières cinema inschatten als een kortstondige mode, was Méliès overtuigd van de mogelijkheden van het nieuwe medium. Het al dan niet apocriefe verhaal gaat dat zijn camera vastliep toen hij op een plein in Parijs opnamen maakte. Na een minuut kreeg hij hem weer aan de praat en filmde hij verder. Eenmaal thuis zag hij een koets op miraculeuze wijze transformeren in een lijkwagen, mannen in vrouwen. De trucfilm was geboren.

Door montage kon je werkelijk alles in iets anders laten transformeren. Gekoppeld aan zijn kennis als illusionist en theatermaker gingen de sluizen van zijn verbeelding nu echt open. Dankzij cinema kon hij zijn wildste dromen vangen op het witte doek. Hij maakte ruim 500 films, waarvan de ongeveer 200 die bewaard bleven vele prachtige effecten bevatten. Méliès was in bepaalde opzichten een surrealist avant la lettre. Wat te denken van een zevenkoppig orkest waarvan alle instrumenten gespeeld worden door Méliès zelf? Of een hoofd dat langzaam wordt opgeblazen met een pomp, steeds groter, tot het uiteindelijk ontploft? Alles met de grootst mogelijke verbeelding uitgevoerd, met gedetailleerde, door Méliès zelf ontworpen decors op de achtergrond, waarmee naar believen werd geschoven.

Het zien van een goede, liefst met de hand ingekleurde Méliès-film kan nog steeds een gevoel van verwondering en verbazing oproepen: hoe kreeg hij het voor elkaar? Hoe kan iemand zo’n inventieve geest hebben? Hij had vele imitators, maar die halen vrijwel nooit het hoge niveau van een echte film van Méliès.

Scorseses Hugo reconstrueert de pioniersrol van Méliès liefdevol. Heel impliciet stipt de film een intrigerende paradox aan. De wondere wereld van Méliès was vol mechanische apparaten en vindingen: Hugo toont een mechanistisch wereldbeeld in overdrive. Toch ontstijgen de feeërieke films van Méliès al die schroefjes, katrollen, mechaniekjes en tandwieltjes. De verbeelding overwint. Dat geeft te denken. Waarom lukt dit een eeuw later bijna niet meer? Waarom is de techniek nu zo vaak dominant aan de verbeelding? Is de onschuld voorgoed verloren gegaan door de digitale revolutie, waarin werkelijk alles uit de computer getoverd kan worden?

Le voyage dans la lune (1902) van Georges Méliès en Le voyage extraordinaire (2011) van Serge Bromberg zijn samen te zien op 29 januari en 4 februari.