8-bit is sexy

Afgelopen vrijdagavond was ik in de Ekko in Utrecht. Op het podium stond een kerel met een Game Boy in zijn handen en een big smile op zijn gezicht enorm uit zijn dak te gaan. Hij drukte de knoppen in en er klonken harde beats, maar ook iets anders: geluiden die me terughaalden naar mijn jeugd, naar de games waarmee ik opgroeide.

Het was de achtste editie van chiptunesfeest Eindbaas. Met dansmuziek opgetrokken uit de bleeps en bloops van de geluidchips in 8-bit spelcomputers. De man op het podium – kroeshaar, baardje, springerige energie – was Riqo Pex, van de Spaanse formatie Meneo. En hij maakte er wat moois van.

Eerder die week werden de nominaties voor de jaarlijkse Independent Games Festival (IGF) Awards bekendgemaakt, voor onafhankelijke, kleine, creatieve producties, die net als Eindbaas vaak teruggrijpen op de stiel van retrogames. Omdat er geen serieuze game-Oscars bestaan, zijn de IGF’s de interessantste en belangrijkste gameprijzen.

Toch stuiten ze vaak op weerstand. Indiegames zijn vaak gimmicky, zo klagen de critici: de makers hebben een geinig idee gehad, maar geen volwaardig spel gemaakt. Soms is dat inderdaad waar, maar je betaalt er zelden het volle pond voor.

Nog een klacht: indiegames zien er allemaal hetzelfde uit en ze zijn allemaal lelijk. Daar dacht ik aan tijdens Eindbaas. Mijn ouders hebben ongetwijfeld vaak gevraagd of het geluid van mijn Nintendo dan in elk geval zacht kon. Zij vonden dat 8-bit-gepiep herrie, en in feite was het ook niet ‘mooi’. De geluiden kwamen voort uit de beperkingen van de hardware; de beste componisten waren zo goed omdat ze er toch wat van wisten te bakken. Met krakkemikkige, maar ook melodieuze muziek als gevolg.

Veel indiegames zijn gemaakt met vergelijkbare beperkingen, maar dan zelfopgelegd door de makers. Deels uit praktische overweging: een game met enorme pixels is makkelijker te bouwen dan een gedetailleerde 3D-wereld. Maar ook om in te spelen op de aantrekkingskracht van de 8-bit-esthetiek.

Want die is er, en het is meer dan alleen nostalgie. Op Eindbaas waren er net zoveel dertigers die ooit zelf een Commodore 64 hadden, als tieners en twintigers. Zij vinden 8-bit sexy, misschien juist omdat ze zelf zijn opgegroeid met geavanceerde 3D-games.

Er gebeurt iets interessants als een nieuwe generatie zich laat inspireren door een tijd die ze niet bewust hebben meegemaakt. Meneo mengt chiptunes met moderne dansmuziek; veel van de IGF-nominaties voegen elementen toe die destijds nog helemaal niet bestonden. Dat is verfrissend en welkom. Het zorgde ervoor dat ik me afgelopen vrijdagavond, te midden van 18-jarigen die dansten op de geluiden van mijn allereerste spelcomputer, tegelijk oud en jong voelde. En zo vaak gebeurt dat nou ook niet meer.

Niels ’t Hooft