Wilhelmina zat helemaal niet naast Hitler in 1936

Het is niet mijn gewoonte in te gaan op alle onzin over Wilhelmina die in druk verschijnt. Maar voor Bert van Nieuwenhuizen maak ik graag een uitzondering (Opinie, 16 januari).

Zijn ‘onderzoek’ zou hem hebben geleerd dat Wilhelmina tijdens de Olympische Winterspelen van 1936 naast Hitler op de eretribune had gezeten. Volstrekt onjuist. Ze verafschuwde die man, heeft hem dan ook nooit ontmoet en wilde, als het maar enigszins kon, na 1933 geen voet in Duitsland zetten. Ze ontbrak dan ook in Garmisch-Partenkirchen.

Dat zij moest berusten in de weergave van een strofe uit het Horst Wessellied in 1937 tijdens het huwelijksfeest van haar dochter was onvermijdelijk; die strofe maakte toen deel uit van het Duitse volkslied. Een dirigent kan in zo’n geval nog weigeren, het hoofd van een met Duitsland bevriende staat (tot 10 mei 1940) niet.

Dat de complete Joodse bevolking van Antwerpen in 1914 naar Nederland vluchtte (en geen bezoek van Wilhelmina kreeg), is al even onjuist. Hij gaat uit van de foutieve veronderstelling dat de Joodse bevolking van de bezette gebieden als zodanig in de Eerste Wereldoorlog iets van de Duitsers te vrezen had. Hier worden twee wereldoorlogen met elkaar verward. Zelfs de bouw van een kamp voor uit Duitsland afkomstige Joodse vluchtelingen op de Veluwe, waartegen Wilhelmina zich gesteund door de ANWB verzette, wordt door Van Nieuwenhuizen nog aan het verkeerde jaartal gekoppeld, het was niet 1934 maar 1939.

Overigens was dat verzet niet de meest verheffende episode in Wilhelmina’s leven en zou zij het lot van de vluchteling nadien zelf aan den lijve ondervinden in de vijf jaren dat zij als balling in Engeland vertoefde. Het komt mij voor dat Van Nieuwenhuizens onderzoek voor zijn boek over Wilhelmina dus wel enige aanvulling behoeft. Ik wens hem bij zijn verdere studie veel succes toe.

Cees Fasseur

Den Haag