Waarom we niet te vaak moeten vragen: waarom?

Stel vaker de ‘waarom-vraag’, viel vorige week in dit katern te lezen. Hoezo?, reageerden lezers. ‘Waarom-vragen leiden vaak tot antwoorden die naar het verleden neigen.’

Twee soorten waarom-vragen

De schijnbare diepzinnigheid van talrijke waarom-vragen veroorzaakt verwarring, doordat vaak onduidelijk is wat de vragensteller hiermee bedoelt. Er zijn namelijk twee soorten waarom-vragen. Je kunt vragen naar het waarom in de zin van: ‘Hoe komt het dat ...?’ Dan vraag je naar de oorzaak van een verschijnsel. Of je vraagt naar het doel, de betekenis, de reden. In het ene geval kijk je naar het verleden, in het andere geval naar de toekomst.

Waarom-vragen van kinderen vallen meestal in de tweede categorie. Bij het ontwikkelen van een eigen wil, van gericht denken en doen, vermoeden ze dat alles in deze wereld wel een doel zal hebben. Naarmate ze ouder worden, ontdekken ze dat allerlei verschijnselen niet zo zeer een doel hebben, als wel een oorzaak die als verklaring kan dienen. De vragensteller gaat er overigens stilzwijgend van uit dat de wereld deterministisch is en dat er geen ruimte is voor ‘toeval’.

‘Waarom ik?’

Bij rouwverwerking gelden duidelijk regels voor omgang met de waarom-vraag. Cliënten kunnen deze vraag stellen wanneer ze worstelen met een ernstig verlies: ‘Waarom ik?’ Hulpverleners kunnen we dan maar op één manier antwoord geven: door nabij te blijven, oftewel: cliënten ‘non-directief te counselen’. Daar waar godsdienstige hulpverleners ooit vooral standaardantwoorden gaven op de ‘waarom ik-vraag’ is ook bij hen het besef doorgedrongen dat een makkelijk antwoord niet te geven valt. Vitamine A, niet Vitamine O is het antwoord: Aandacht, in plaats van Oplossingen.

‘Waarom niet?’

Mensen zouden vaker ‘waarom niet’ tegen zichzelf en anderen moeten zeggen. Vooruitgang is te danken aan mensen die buiten de gebaande paden treden, die doen wat niemand voor mogelijk houdt, die vallen en weer opstaan. Willen wij ook een onuitwisbare indruk achterlaten, dan moeten wij vaker de vraag ‘waarom niet?’ stellen wanneer we iets nieuws horen. Daardoor ontstaat positieve energie die inspireert en enthousiasmeert. In de meeste organisaties is genoeg brandstof aanwezig. Het is zaak voor voldoende vonken te zorgen.

Halve waarheden

De waarom-vraag is een moeilijk te beantwoorden vraag. Het antwoord vereist een abstracte manier van denken. Iemand die te laat komt, lokt de vraag uit: ‘Waarom ben je te laat?’ Meestal volgen dan halve waarheden: file, de brug stond open. Het echte antwoord blijft uit, namelijk: ik ben te laat vertrokken. Zo’n waarom-vraag lokt dus jokken uit. Was de vraag geweest: ‘Wat is de echte reden dat je te laat bent?’, dan is de kans groter dat er een oprecht antwoord was gegeven.

Probeer maar eens antwoord te geven op de vraag: ‘Waarom ben je goed in voetbal?’, of: ‘Wat maakt jou goed in voetbal?’ Het verschil is dat de waarom-vraag naar een reden of motivatie zoekt en de wat-vraag naar concrete feiten informeert.

Waarom-vragen lokken abstracties uit, bijvoorbeeld over strategie. Dat is fijn voor wie diepere laag wil aanboren, wie het naadje van de kous wil weten. En voor leiders die sturing moeten geven aan een organisatie. Daarom is de waarom-vraag de ‘moeder aller vragen’. Maar als je op zoek bent naar informatie van alledag, dan moet je niet te vaak de waarom-vraag stellen. Die roept alleen maar een heleboel onduidelijke taal op en kan veroordelend overkomen. De waarom-vraag kan dan een struikelblok worden bij het vergaren van informatie.

Een ander probleem is dat waarom-vragen vaak leiden tot antwoorden die naar het verleden neigen. De kinderlijke vraag ‘waarom zijn de bananen krom?’ voert naar een antwoord over de groeiwijze van bananen, naar het verleden dus.

Als de vragensteller een praktisch, oplossend antwoord wil, voldoet de waarom-vraag niet. Waar leiders inderdaad meer waarom-vragen moeten stellen, moeten managers hiermee oppassen en steeds helder hebben in welke richting zij antwoorden zoeken voordat ze waarom-vragen stellen.

Tot slot, Harry Mulisch schreef: ‘Sommige vragen zijn zo goed dat het jammer zou zijn ze met een antwoord te verknoeien.’ Ik weet bijna zeker dat de filosofische Mulisch daarmee vooral de waarom-vraag bedoelde.