Vrouwenonderdrukking

Toen ze geboren werd, keek de voltallige vaderlandse pers toe. Toen ze gedoopt werd, was dat live op de radio te volgen. Haar eerste pasjes waren opening van het achtuurjournaal. Haar eerste schooldag werd door meer journalisten dan klasgenoten bezocht. Les kreeg ze op een gesloten afdeling, afgescheiden van de rest van de school. Ieder vriendje dat ze ooit heeft gehad, heeft op een voorpagina gestaan. Als ze ging stappen met vrienden, stond het in alle roddelbladen. Als ze op vakantie ging, haalde het altijd de krant. Toen ze wilde trouwen, moest ze toestemming vragen aan de regering. Tijdens het ja-woord staarden duizenden onbekenden haar aan. Haar verjaardag viert ze al 73 jaar verplicht met minstens tien miljoen vreemden. Werken mag ze niet. Om de uitkering die ze ontvangt, heeft ze nooit gevraagd. Vrijheid van meningsuiting heeft ze niet. Wat ze vindt, wordt voorgeschreven door de Staat. Stemmen kan ze niet, want haar politieke voorkeur moet ze voor zich houden. Zonder beveiliging de straat opgaan is uit den boze. Mannen met oortjes in volgen haar 24 uur per dag, 7 dagen per week – waar ze ook gaat of staat. Eenmaal buiten wordt nagenoeg iedere stap door anderen bepaald. Hoe ze zich kleedt, is uitbesteed. Wie haar mag bezoeken, wordt door derden besloten. De meeste post beantwoordt ze niet zelf, de meeste mails krijgt ze niet eens te lezen. Boodschappen heeft ze nog nooit gedaan. Even de stad inlopen om te winkelen behoort niet tot de mogelijkheden. Zomaar een kopje koffie drinken met vriendinnen evenmin. Ongemerkt een avondje uit eten is uitgesloten. Er is bijna geen plek op aarde waar ze ongezien naartoe kan gaan. Elke beweging die ze maakt, wordt tot in de eeuwigheid vastgelegd door camera’s. Waar ze verschijnt, drommen altijd groepen mensen samen. Volgens het protocol moet ze tegen iedereen vriendelijk zijn. Emoties tonen in het openbaar is haar niet toegestaan. Tenzij er net een aanslag is gepleegd op haar leven.

Voor zo’n vrouw, Geert, is er niets zo bevrijdend als tien minuutjes een doek over je hoofd. Dat zou jij toch moeten weten.

Rob WIjnberg