Vliegen is voor mensen formaat hobbit

Veel van mijn vrienden vinden een vliegreis een soort attractie: je zit in een stoel met een riem om, kijkt films en krijgt ondertussen eten en drinken in een formaat dat op hobbits afgestemd lijkt te zijn. Nu word ik ook blij van miniatuurzakjes pretzels, maar toch is er voor mij iets dat een ongecompliceerde

Veel van mijn vrienden vinden een vliegreis een soort attractie: je zit in een stoel met een riem om, kijkt films en krijgt ondertussen eten en drinken in een formaat dat op hobbits afgestemd lijkt te zijn. Nu word ik ook blij van miniatuurzakjes pretzels, maar toch is er voor mij iets dat een ongecompliceerde vliegtuigbeleving wat verhindert, en dat is het afsterven van een aantal ledematen.

Lange benen zijn handig als je in een situatie komt waar je over plassen radioactief afval moet springen, maar in een gemiddeld vliegtuig zijn ze bepaald niet praktisch. Zodra ik in een vliegtuigstoeltje plaatsneem, zitten mijn knieën klem tegen de stoel voor me. Uiteraard tref ik meestal iemand in het stoeltje voor me die eerst een paar keer hard tegen zijn rugleuning duwt, alsof hij hem in een meubelwinkel aan het testen is op veerkracht, waarna hij de stoel naar achter klapt en de rest van de reis blijft slapen, ook al is het net twaalf uur ’s middags geweest. Natuurlijk doet deze man niets verkeerd. Toch is de sensatie van zijn vijfentachtig onverschillige kilo’s die via een plastic stoelleuning tegen mijn knieën aandrukken genoeg om de rest van de reis enkel nog maniakaal bezig te zijn met: „O ja, lekker, draai je nog eens om, die krakende geluiden achter je zijn heus niet afkomstig van mijn knieschijven hoor, hoe kom je erbij.”

Nu is er een oplossing voor mijn probleem: een nooduitgangstoel. Deze stoelen zijn populair: veel mensen vinden het fijn om wat meer beenruimte te hebben, of kijken liever niet tegen achterhoofden aan, of hopen stiekem op een ongeluk om hun heldhaftigheid te kunnen demonstreren.

De stoelen kunnen dienen als cadeautje aan ‘frequent flyers’ of mensen die vroeg hebben geboekt, maar worden bij het inchecken ook gegeven aan de personen die het nodig hebben: lange mensen. Als ik een ticket boek, probeer ik erachter te komen wat het beleid is van een vliegmaatschappij omtrent de exit row seats. Waarbij ik één zekerheid heb: vermijd KLM.

Waar ik altijd dacht dat KLM een chique en op service gerichte vliegmaatschappij was, lijkt hun aanpak op dit punt meer de stijl van een prijsstunter naar vakantieoorden, waar je half rechtop wordt vervoerd en per pinda een rekening krijgt. Bij KLM moet je namelijk voor een stoel bij een van de nooduitgangen betalen. Wat toch vreemd is: niemand kíest er immers voor om lang te zijn. Iemand van 1,95 meter kan het niet helpen dat hij of zij pijnlijk klemzit in stoelen die duidelijk voor een ander soort benen zijn gemaakt. Het is veel logischer om die stoelen te geven aan de langste mensen op de vlucht – niet aan de mensen die het makkelijkste geld kunnen missen.

Deze vakantie vloog ik met China Airlines, die me een nooduitgangstoel gaven en me op die stoel alvast incheckten voor de terugvlucht. Met gelukkige knieschijven heb ik genoten van het zakje miniatuurrijstzoutjes.