Steeds meer jongeren gaan naar havo en vwo

Maar de slagingspercentages dalen, blijkt uit cijfers van het CBS.

Steeds meer Nederlandse jongeren gaan naar havo en vwo. Tegelijkertijd gaan de eindexamenresultaten erop achteruit. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gisteren heeft bekendgemaakt.

In het schooljaar 2009/2010 namen bijna 85.000 leerlingen deel aan het eindexamen voor havo of vwo, 10.000 meer dan in 2005/2006. De slagingspercentages daalden in deze periode met vier procentpunt, naar respectievelijk 89 en 85 procent.

De examenprestaties van niet-westerse allochtone vwo’ers met een maatschappijprofiel zijn opvallend verslechterd. In 2006 lag het slagingspercentage van deze categorie „in verhouding al laag”, maar vier jaar later voldeed nog slechts driekwart aan de exameneisen: een daling met 9 procentpunt. Op de havo bleven de niet-westerse allochtone eindexamenkandidaten met een natuur- of maatschappijprofiel daar nog iets onder, met een slagingspercentage van 74.

Een woordvoerder van het CBS zegt dat niet vaststaat hoe de achteruitgang van de eindexamenresultaten moet worden verklaard. „Het zou kunnen dat de examens moeilijker zijn geworden, maar het is ook mogelijk dat leerlingen te veel gepusht worden om op een zo hoog mogelijk niveau onderwijs te volgen. Van sommige van hen wordt dan wellicht meer gevraagd dan ze aankunnen.”

Het slagingspercentage op het vmbo is de afgelopen vijf jaar ook gedaald, maar minder sterk dan op havo en vwo. (NRC)