Romney slaat rechtsaf - de verkeerde kant op?

Romney wil de Republikeinse nominatie binnenslepen door zich ultrarechts te tonen. Dit is niet handig: zo geeft hij de middenklasse uit handen aan Obama, denkt Paul Begala.

Anders dan een aantal van mijn rechtse vrienden geloof ik in de evolutie. De samenvatting van de Wet van Darwin is niet dat „alleen de sterken overleven”, zoals een stompzinnige trainer in Sugar Land, Texas, tegen me zei aan het eind van de basisschool. In dat geval zouden we worden geregeerd door Tyrannosaurus rex. In plaats daarvan wordt de wereld geregeerd door mensen – die traag, klein, zwak en smakelijk zijn. Waarom? Omdat Darwins theorie voorspelt dat de fittest, de meest geschikten, overleven. Hiermee bedoelde hij de meest flexibelen. En de homo sapiens is ongelooflijk flexibel.

Ik maak dit biologische uitstapje om een politieke constatering te doen over Mitt Romney – de Politicus americanus die duidelijk gelooft in de evolutie. Zijn flexibiliteit is opmerkelijk. Eerst was hij progressief. Hij stemde in 1992 op de Democraat Paul Tsongas voor het presidentschap, sprak emotioneel over een familielid dat was overleden aan een illegale abortus en beloofde meer voor homorechten te zullen zijn dan de progressieve politicus Teddy Kennedy. Daarna was hij gematigd. Als gouverneur van Massachusetts ondertekende hij de Romneycare, die een mandaat inhield voor een ziektekostenverzekering – het gematigde alternatief voor een genationaliseerde gezondheidszorg.

Inmiddels is ‘Mitt 3.0’ conservatief. Hij heeft Rick Perry van de xenofobe rechtervleugel verdreven door de gouverneur van Texas te verwijten dat hij de kinderen van arbeidskrachten zonder papieren onderwijs liet volgen tegen het normale schoolgeld en heeft zich geschaard achter een Republikeinse begroting waarvan zelfs The Wall Street Journal zei dat ze „in wezen het einde van de Medicare zou betekenen”.

Dit noem ik nog eens flexibel, vrienden. Romney is een politieke gedaanteverwisselaar die – om zijn publiek te behagen – elke belofte zal verzaken, elke eed zal breken, elk beginsel zal verraden. Je krijgt het gevoel dat Mitt missionarissen zou beloven als het grootste kiezersblok uit kannibalen zou bestaan.

Maar als Romney nu eens de verkeerde kant op is geëvolueerd? Als al zijn wanhopige bewegingen naar rechts nu eens tevergeefs zijn?

De kiezers die de verkiezingen van 2012 zullen beslissen, leven niet in een links-rechtsspectrum. (De harde kern van de Republikeinen natuurlijk wel, maar de basis van hun partij kiest de komende president niet.) De wereld van de gematigde en onafhankelijke zwevende kiezers leeft daarentegen in een hoog-laagspectrum en beweegt zich tussen eerbied voor elites en uitingen van populistische woede. Dit is zo’n moment van woede. Daarom bewegen slimme politici zich niet van links naar rechts, maar van elitair naar populistisch.

De tegenstelling tot president Obama is leerzaam. Terwijl Romney zich verder naar rechts heeft bewogen, is Obama omlaaggegaan. In zijn toespraak tot een gezamenlijke zitting van het Congres in 2009, waarin hij zijn economische plan verkocht, gebruikte Obama maar eenmaal de benaming ‘middenklasse’ – en dan nog in het kader van de geschiedenis, niet toen hij het over de huidige toestand had. In zijn toespraak in Kansas van eind vorig jaar gebruikte hij dezelfde term maar liefst 26 keer. Waar Obama in 2009 de discussie over ongelijkheid leek te vermijden, richt hij zich in 2012 angstvallig op de middenklasse. De professor is populist geworden. De redacteur van de Harvard Law Review is weer organisator geworden van de gemeenschap. In deze evolutie kan ik geloven.

Romney heeft daarentegen blijk gegeven van een geheel verkeerde flexibiliteit.

Terwijl hij in alles – van abortus tot immigratie – naar ultrarechts is opgeschoven, blijft hij economisch zuiver elitair. Zelfs zijn medekandidaat Rick Perry noemt hem een „aasgierkapitalist”. Voor tegenstrever Newt Gingrich behoort Romney tot de „rijkelui die slimme juridische manieren verzinnen om een bedrijf te plunderen”. Perry en Gingrich zullen Romney vermoedelijk geen van beiden kunnen verslaan, maar hun aanvallen zijn een leidraad voor een strategie van de Democraten bij de presidentsverkiezingen. Schilder Romney af als Gordon Gekko uit de film Wall Street, een vorst die zijn enorme rijkdom en macht gebruikt om zijn rijke vrienden te helpen, en hamer op de middenklasse.

De beste munitie komt niet van Gingrich of Perry en evenmin van progressieve denktanks of vooruitstrevende bloggers, maar van Romney zelf.

Zie de volgende bon mots van Romney – en hoe ze vallen in een campagne bij de algemene verkiezingen waarin Romney wordt afgeschilderd als ongevoelig en ronduit vijandig tegenover de middenklasse:

Ik wil mensen die mij diensten verlenen wel graag kunnen ontslaan.

Probeer het proces van gedwongen huizenverkopen niet tegen te houden. Laat het op zijn beloop tot de bodem is bereikt.

Bedrijven zijn mensen, beste vriend.

Ik ben er niet op uit om mensen geld toe te stoppen.

Ik zal je wat zeggen: tien mille? Wedden om tienduizend dollar?

Het zou weleens kunnen dat de man die ideologisch de soepelste is van allemaal, verliest omdat hij te star en te onbuigzaam elitair is om zich aan te passen aan de nieuwe populistische stemming. Romneys probleem is niet zijn zwalkende koers. Een nieuwe koers is juist geboden, naar het midden dat telt: de middenklasse.

Paul Begala is columnist van Newsweek en The Daily Beast. Hij was politiek adviseur van president Clinton. © Newsweek.