Ramp cruiseschip door 'zeemansgroet' kapitein

De kapitein is meervoudige dood door schuld ten laste gelegd.

Zes doden, 29 vermisten en vermoedelijk meer dan een miljard euro schade zijn het resultaat van een al te frivole ‘zeemansbuiging’ naar het vasteland door kapitein Francesco Schettino van het cruiseschip Costa Concordia, dat vrijdagavond schipbreuk leed.

De kapitein, die zaterdag werd gearresteerd, wordt vandaag verder verhoord. Hem is meervoudige dood door schuld, het veroorzaken van een ramp en het voortijdig verlaten van het schip met 4.234 opvarenden ten laste gelegd. Rederij Costa Crociere neemt afstand van de kapitein en spreekt van „beoordelingsfouten” met „zeer ernstige gevolgen’’.

De zoektocht naar vermisten moest gisteren enkele uren worden stilgelegd, omdat het schip begon te bewegen. Nog 25 passagiers en vier bemanningsleden worden vermist.

Meerdere getuigen beschuldigen kapitein Schettino. Hij zou een hofmeester van zijn bemanning een gunst hebben willen verlenen: een zeemansbuiging naar diens geboorte-eiland Giglio.

Scherend langs de kust op een afstand van 150 meter raakte het vaartuig rond 21.45 uur een rots onder water. De kiel werd over een lengte tot zeventig meter opengereten.

Het schip zond pas drie kwartier na de botsing een mayday uit, op verzoek van de kustwacht, die al was gewaarschuwd door telefonerende passagiers. De kapitein zou aanvankelijk hebben gemeld „dat het om een simpel elektrisch probleem ging”. Instructies voor opvarenden bleven meer dan een uur uit en waren tegenstrijdig. Veel van de 1.100 bemanningsleden bleken het Engels niet machtig. Er zouden te weinig zwemvesten zijn geweest, wat de rederij ontkent. Sloepen bleven vastzitten.

Kapitein Schettino vluchtte even na half twaalf van de boot, in een sloep. Hij loog tegen de kustwacht dat hij de evacuatie nog aan het coördineren was. (NRC)