Netanyahu mag van Rutte doen wat hij wil

Terwijl Arabische buurstaten bars door Nederland worden toegesproken, is alles wat Israël doet op voorhand goed. Het vrijblijvende bezoek van premier Netanyahu bevestigt deze waarneming, stelt Martin Siepermann.

Op uitnodiging van de Nederlandse regering is de Israëlische premier Netanyahu morgen en overmorgen in Nederland. Het bezoek vindt plaats in het kader van de intensivering van de Nederlands-Israëlische betrekkingen. Deze intensivering voltrekt zich in sneltreinvaart. Zij heeft een politieke component en beoogt veel nieuwe samenwerking op tal van terreinen, waaronder handel en economie, water, wetenschap en innovatie. Met de oprichting van een Nederlands-Israëlische Samenwerkingsraad (NISR) wordt zij zelfs geïnstitutionaliseerd.

Wat de intensivering kenmerkt, is een totaal gebrek aan conditionaliteit. Het kabinet stelt geen politieke voorwaarden waaraan de regering-Netanyahu moet voldoen voordat zij de omvangrijke voordelen kan oogsten die voortvloeien uit de intensivering.

De opmaat naar deze vrijblijvende aanpak van coalitiepartijen VVD en CDA was het Regeerakkoord. Hierin staat: „Nederland wil verder investeren in de band met de staat Israël.” Een nog hechtere band met Israël, als doel op zichzelf – ongeacht hoe Israël zich gedraagt.

Heel wat minder vrijblijvend gaat het eraan toe in de relatie met andere landen, bijvoorbeeld in de Arabische regio. Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) zei in november in de Kamer „dat als landen geen respect tonen voor de mensenrechten of hun internationale verplichtingen niet nakomen, ze daarvan de consequenties moeten voelen”.

Waarom past hij dit principe dan niet ook toe op de relatie met Israël? Rosenthals rechtvaardiging om dit niet te doen, in navolging van zijn ambtsvoorganger en collega-minister Verhagen (CDA), luidt telkens: „Versterkte samenwerking maakt ook moeilijke boodschappen makkelijker aanvaardbaar.”

Het moge zo zijn dat het prettiger praten is met Israël, maar waarom het natuurlijk gaat, is wat Israël vervolgens doet. Beëindigt het de illegale blokkade van Gaza? Stopt het met de inlijving van het bezette Oost-Jeruzalem? Bouwt het minder nederzettingen?

Er is geen enkele aanwijzing dat de fluwelen handschoenen van Rosenthal en Verhagen in de afgelopen jaren hebben geleid tot noemenswaardige resultaten. De onvoorwaardelijke steun van Nederland geeft het signaal af dat Israël kan doorgaan met illegaal beleid waarvoor miljoenen Palestijnen dagelijks een zware prijs betalen – beleid dat de tweestatenoplossing reduceert tot een farce.

Dát beleid is de realiteit. Een inventarisatie van drie Israëlische bronnen wijst uit dat de Israëlische autoriteiten in 2011 de bouw van meer dan 12.500 nederzettingenhuizen hebben aangekondigd of goedgekeurd, waarvan meer dan 2.500 huizen in de geplande nieuwe nederzetting Givat Hamatos.

Hierbij kan de retroactieve ‘legalisering’ van honderden huizen in nederzettingen en de zogenaamde buitenposten worden opgeteld. Deze waren gebouwd zonder bestemmingsplan. Terwijl de Nederlands-Israëlische betrekkingen intensiveren, intensiveert de kolonisatie.

Opmerkelijk is de bevinding van de Israëlische vredesorganisatie Peace Now dat tweederde van de huizen waarvan de bouw tussen oktober 2010 en juli 2011 feitelijk is begonnen, ten oosten van de (illegale) scheidingsbarrière ligt, dat wil zeggen: in gebied waarvan wordt aangenomen dat Israël dat in elk geval zal ontruimen.

Dit is geen toeval. Netanyahu is de man die tegenover kolonisten pronkte dat hij het Osloproces tot stilstand had gebracht. Die leider is van een partij, Likud, wier programma een Palestijnse staat afwijst. Een partij die Jeruzalem claimt als de eeuwige, verenigde hoofdstad „van de staat Israël en alleen van Israël” en die de Jordaan beschouwt als permanente oostelijke grens van Israël. Groot-Israël leeft.

Het betekent niets dat het begrip ‘Palestijnse staat’ inmiddels behoort tot Netanyahu’s woordenschat. Het vredesproces is voor hem een strategie die dient om de bezetting te consolideren. Het bijbehorende jargon is onderdeel van zijn public relations. Daarom eist Netanyahu ook „onvoorwaardelijke” onderhandelingen. Hij wil onderhandelen en tegelijkertijd nederzettingen bouwen.

Het is een misvatting dat de vredesonderhandelingen koste wat het kost moeten worden hervat, zoals Rosenthal telkens benadrukt. De Palestijnen terugduwen naar de onderhandelingstafel, zonder dat Israël de nederzettingen bevriest, bestendigt juist de kolonisatie.

Door de intensivering van de samenwerkingsrelatie doet zich het risico voor dat Nederland meer betrokken raakt bij de nederzettingen. De Israëlische regering maakt immers geen onderscheid tussen het Israël binnen de grenzen van 1967 en de nederzettingen. Hierdoor dreigt het gevaar dat bedrijven en instellingen die in nederzettingen zijn gevestigd op de intensivering meeliften en daarvan profiteren.

Alleen waterdichte afspraken, waarvan de naleving nauwgezet wordt gemonitord, kunnen voorkomen dat dit gebeurt. Niets wijst erop dat deze zijn gemaakt. Kamervragen ter zake heeft Rosenthal steeds ontwijkend beantwoord.

Aangezien Israël uitermate weinig respect toont voor mensenrechten en zijn internationale verplichtingen niet nakomt, zou een intensivering van de samenwerking helemaal niet aan de orde mogen zijn. Israël zou consequenties moeten voelen.

Het minste wat mag worden verwacht, is dat de regering voorzieningen treft die uitsluiten dat de intensivering bijdraagt aan het hoofdobstakel voor vrede – de nederzettingen. Het bezoek van Netanyahu is het moment waarop hem duidelijk moet worden gemaakt dat Israël alleen hoeft te rekenen op meer samenwerking als zijn regering deze voorzieningen accepteert.

Martin Siepermann is directeur van The Rights Forum (rightsforum.org)