Natuurtalent

Afgelopen najaar zag ik Emile Roemer optreden voor Amsterdamse studenten. Het gebeurde in een rommelige sfeer op de begane grond van een universiteitsgebouw aan de Roetersstraat. Studenten liepen in en uit, sommigen bleven even verbaasd staan, een groepje nam plaats op de stoelen voor de plek waar Roemer geïnterviewd werd. Het ging vooral over Europa en ’s lands economie.

Na die bijeenkomst zei ik tegen iedereen die het wilde horen (niet iedereen): „Die Roemer gaat het helemaal maken. Sympathieke kerel, goed formulerend zonder glad te worden, soepel in de omgang, nooit arrogant en helemaal niet zo anti-Europa als ik had gedacht.”

Wat betreft zijn uitstraling als linkse politicus zou ik hem willen situeren tussen Joop den Uyl en Jan Marijnissen: minder drammerig dan Den Uyl en minder dominant dan Marijnissen, maar minstens zo bevlogen en strijdbaar.

Roemer wegzetten als een gemoedelijke Brabantse heikneuter – wat kort na zijn opkomst nogal eens gebeurde – is een vorm van grove onderschatting. Zijn politieke tegenstanders nemen hem inmiddels volop serieus. Hans Wiegel zei onlangs: „Ik heb veel waardering voor de manier waarop Roemer de partij leidt. Hij is een natuurtalent, die op een ontspannen manier harde taal kan spreken.”

Natuurtalent ontdekt natuurtalent, zou je kunnen zeggen.

Achteraf is het bijna raadselachtig dat Jan Marijnissen, dat andere natuurtalent, Roemer niet meteen naar voren heeft geschoven toen hij met zijn opvolging bezig was. Agnes Kant of Roemer, het lijkt geen moeilijke keus, maar ik kan me niet herinneren dat er ook maar van enig dilemma sprake is geweest.

Voor Job Cohen en Geert Wilders komt de grootste politieke dreiging van Roemer. In de peilingen is de SP de PvdA en soms ook de PVV voorbij gestreefd en volgens Maurice de Hond staat de partij nu zelfs gelijk met de VVD. Voor Cohen lijkt een ongelijke strijd begonnen. De media – vooral de audiovisuele – hebben de goedlachse Roemer ontdekt als trekpleister. Hetzelfde effect zag je destijds bij de opkomst van Fortuyn: je kon bijna geen avond tv kijken zónder hem. Daar schuilt een gevaar in: optredens in al te knullige programma’s; af en toe zag ik dat al met Roemer gebeuren. Maar níét gevraagd worden, omdat ze je kleurloos en saai vinden, lijkt me voor een politicus lastiger. Cohen, Blok en Van Haersma Buma mogen zich in dat opzicht de nodige zorgen maken.

Cohen doet alsof de populariteit van Roemer hem niet deert, hij trekt veel met Roemer en de SP op. Wij zijn weliswaar ook concurrenten, maar het gaat om het landsbelang, zegt Cohen. Dat klinkt wel nobel, maar het is het soort nobelheid waar je in de politiek weinig voor koopt. Aan het einde van de rit wacht de electorale bijl en dan gaat de kop eraf van de leider wiens partij catastrofaal verloren heeft – een lot dat de PvdA bedreigt.

De opkomst van Roemer is een politiek mirakel. Hij is geen jonge politicus die snel carrière heeft gemaakt, hij wordt dit jaar al vijftig. Tien jaar geleden stond hij nog voor de klas in de Jenaplanschool ‘De Peppels’ in Boxmeer. In 2002 werd hij daar wethouder en werkte hij vier jaar samen met de VVD – en goed! „Op die manier samenwerken was iets volledig nieuws in Boxmeer”, zei hij er zelf over, „een heuse cultuuromslag, zegt iedereen.”

Rutte heeft gezegd dat het niet snel zal gebeuren, een relatie met de SP. Zou hij nog zo gelukkig zijn met Geert?