'Leerling in de knel door druk van ouder'

Op havo en vwo zakken veel meer leerlingen dan vroeger. Ouders willen te veel van hen, denken docenten. En vmbo is niet goed genoeg.

Is het plafond bereikt? Steeds meer leerlingen gaan naar havo en vwo, maar tegelijkertijd gaan de examenresultaten er op achteruit, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek gisteren. In de afgelopen vijf jaar daalde het percentage leerlingen dat zijn eindexamen haalde met vier procentpunt tot 85 procent (havo) en 89 procent (vwo), terwijl het aantal examenkandidaten met 13 procent steeg. Zijn er de afgelopen jaren leerlingen tot havo en vwo toegelaten die daar eigenlijk niet horen?

Gerardine Maréchal, afdelingsleider havo/vwo van de Scholengemeenschap Lelystad, denkt dat een belangrijk deel van de verhoogde instroom te verklaren is door de mondigheid van ouders: „Onderwijs wordt steeds meer gezien als een product dat wordt geconsumeerd. Sommige ouders hebben de instelling: als wij vinden dat ons kind naar het vwo moet, dan gaat het naar het vwo. Ze nemen steeds minder genoegen met de mededeling: dit is het plafond van uw kind.”

Die tendens beperkt zich niet tot het voortgezet onderwijs, weet Govert Kamerink, locatiemanager van het Calvijn College in Goes. „De mondige ouder is ook op de basisschool een bekend fenomeen.”

Volgens sectordirecteur Bert Oosting van de christelijke scholengemeenschap Vincent van Gogh in Assen heeft de toename van het aantal leerlingen op havo en vwo vooral te maken met „statusdruk”. „Het vmbo heeft – en dat is lang niet altijd terecht – een slechte naam binnen het Nederlandse onderwijs. Ouders zien hun kinderen daarom liever naar de havo of het vwo gaan.”

Maréchal beaamt dat. „Als samenleving geven we het signaal dat je opleiding niet af is als je naar het vmbo of naar de havo bent geweest. Dat is niet goed genoeg. Wij proberen juist duidelijk te maken dat een havo-diploma ook een mooi diploma is.”

Maar is de drang naar boven niet van alle tijden? Frans van Noort, rector op het St-Gregorius College in Utrecht, denkt van wel: „De statusdruk is de laatste jaren in mijn beleving niet toe- of afgenomen. Feit is dat ouders hun kinderen nu eenmaal het liefst naar de havo of het vwo sturen en niet naar het vmbo. Volgens mij zit de verklaring van een stijgend aantal havo en vwo-leerlingen veel meer in de doorstroming vanuit het hoogste niveau van het vmbo. Die is de laatste jaren toegenomen; kinderen zijn bereid om langer te leren.”

Die doorstroom blijft niet zonder gevolgen voor de slagingspercentages, zegt Kamerink van het Calvijn College. „Het is niet meer dan logisch dat de eindexamenresultaten onder druk staan. Hoe groter de instroom vanuit het vmbo, hoe groter de kans dat de resultaten tegenvallen.”

De open dagen voor het voortgezet onderwijs zijn in volle gang en veel scholen zijn huiverig voor dalende examenscores, omdat dit een slecht cijfer oplevert in scholentests als die van Trouw en Elsevier, waar veel ouders naar kijken. Bart van den Haak, rector van scholengemeenschap Laar & Berg in Laren, vindt dat het onderwijs te veel gefixeerd is geraakt op lijstjes en alles wat meetbaar is. „Die cijfers van het CBS mogen niet tot gevolg hebben dat straks minder leerlingen kunnen doorstromen naar hogere vormen van onderwijs.”

Natuurlijk, een leerling wordt niet gelukkig als hij zijn hoofd niet boven water kan houden op school, weet Van den Haak. „Maar een leerling die het misschien lukt om met heel hard werken de finish te halen, moet je die kans niet ontnemen.”