Kloofdenkers

Vandaag gaat het parlement, na het kerstreces, weer aan het werk.

Hoe groot – of klein – is de veel gehoorde ‘kloof’ tussen politiek en samenleving?

De voorlichtster op het ministerie deed verbaasd over de vraag van de journalist. „Daar heeft de minister twee uur geleden al een tweet over verstuurd.”

Een paar vragen later bleek: zelf vond ze dat eigenlijk niet leuk.

Ambtenaren klagen wel vaker tegenover journalisten over het verdwijnen van de intermediair tussen kiezer en gekozene. „Die politici”, zei een ambtenaar op het ministerie van Financiën onlangs „luisteren tegenwoordig meer naar het volk dan naar mensen die er echt iets vanaf weten”. Het was duidelijk hoe hij zichzelf zag: als iemand die iets weet.

Burgers blijken de bereidheid van politici te waarderen om het gesprek aan de ontbijttafel in de Tweede Kamer nog eens over te doen, of dat nu gaat om dode ganzen langs de startbaan op Schiphol, of over een keeper in het betaald voetbal die een hooligan een paar trappen verkoopt.

Immers: in de laatste veertig jaar is de tevredenheid over het functioneren van de democratie spectaculair gegroeid. Bij de laatste meting, vorig jaar, toonde 72 procent zich tevreden, wat in vergelijking met andere landen bijzonder hoog is. Het vertrouwen in regering, politieke partijen en parlement fluctueert sterk van jaar tot jaar – met een grote dip in 2002. Maar van een daling is geen sprake.

En toch.

Onmiskenbaar is het succes van politieke partijen die stevig klagen over Haagse mores (‘achterkamertjes!’) en die de motieven van politici van andere partijen wantrouwen (‘zakkenvullers!’)

Hoe kan dit nou? Is er nu wel of geen sprake van een kloof tussen burgers en politici? Wie opiniepagina’s serieus neemt, moet denken van wel. Wie naar sputterende ambtenaren luistert, denkt het niet.

Ook in enkele recent verschenen boeken over het probleem van het samenleven in Nederland, komen verschillende antwoorden naar voren. In een daarvan, De gedoogdemocratie, bevestigt opiniepeiler Peter Kanne wat iedereen bij verkiezingen kan zien: burgers stemmen radicaler dan in het verleden, waardoor klassieke middenpartijen als PvdA, CDA en VVD het moeilijk hebben. Over de reden waarom, daar kan over worden gespeculeerd. Maar, laat Kanne zien, verrassend genoeg zijn burgers qua opvattingen over de belangrijkste politieke thema’s van deze tijd juist gematigder dan de partijen waar ze op stemmen. Preciezer gezegd: ze neigen meer naar het midden dan hun politieke vertegenwoordigers.

Politicologen als Rudy Andeweg (Universiteit van Leiden) zien hierin een bevestiging van hun gedachte dat burgers niet zozeer verlangen naar extreme standpunten, als wel naar duidelijkheid. Dit om tegenwicht te bieden, onbewust, aan de onduidelijkheid die in ons politieke systeem zit gebakken. Wie zijn stem aan het CDA geeft, weet niet of dat een centrum-rechtse regering met VVD oplevert, of een centrum-linkse met de PvdA.

De socioloog Gabriël van den Brink voegt hier in zijn Eigentijds idealisme een belangrijk inzicht aan toe. In de uitkomsten van een driejarig onderzoek met de lekker bombastische titel De Lage Landen en Het Hogere ziet hij dat Nederlanders idealistischer zijn dan ze van elkaar beweren. Ze geven niet alleen het meeste geld uit aan goede doelen van alle Europeanen, ze blijken ook om elkaar te geven, wat zich op de meeste uiteenlopende wijzen toont. Het probleem is wel, meent Van den Brink, dat er geen gemeenschappelijke taal meer bestaat waarin Nederlanders over hun idealen kunnen praten. Ooit was dat het idioom van het christendom. Nu zoekt iedereen zijn eigen woorden.

Daarmee is het idealisme ondergronds gegaan, of beter: uit het publieke domein verdwenen. En dus uit de sfeer van het politieke, zoals Van den Brink het noemt. De vraag die de socioloog stelt: hoe het daar weer in te krijgen?

Dick Pels en de andere auteurs van Vrijzinnig paternalisme weten het wel. Durven. Niet bang zijn voor moralist te worden uitgemaakt. Of paternalist. Als jij hoerenlopen onethisch vindt, zeg dat dan. En maak je er nooit van af door te zeggen: „Dat is jouw mening.” Ja, dat is inderdaad jouw mening, maar ‘vrijzinnige paternalisten’ die een goed burger willen zijn, zetten daar hun eigen mening tegenover. Die zeggen: „Niet mee eens, en wel hier en hier om.” De imperatief ‘leef en laat leven’, zeggen zij, heeft zijn beste tijd gehad.