Ik was huisarts

„In 1980 ben ik als huisarts begonnen in Dordrecht. Een vrij beroep. Meubelmaker leek me ook wel wat. Maar in vaste dienst treden bij een bedrijf, dat dan weer niet. Tijdens mijn huisartsenwerk kluste ik zo nu en dan. Ik ben altijd al handig geweest.

„Voor een dokter is elke dag anders. Het mooie van het werk als huisarts is het sociale aspect: patiënten komen bij je met al hun problemen. Mensen zijn vandaag de dag veeleisender geworden, een stuk mondiger. De druk op huisartsen is toegenomen.

„Veel zorg die vroeger de taak was van het ziekenhuis ligt nu op het bordje van de arts. Kleine chirurgische ingrepen bijvoorbeeld. Het vak heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt.

„Wat mij begon tegen te staan, was het gezeur over geld, door ministers en ziektekostenverzekeraars. En ook de administratie en vergaderen had ik geen zin meer in.

„Als huisarts heb je een enorme verantwoordelijkheid voor leven en dood. Dat is niet altijd even prettig. Soms neem je je werk mee naar huis. Als je een keer een stuk hout verkeerd zaagt, is er niemand die klaagt. Met mensen is dat toch anders. In juli 2010 ben ik vervroegd met pensioen gegaan.”

Ik ben klusjesman

„Ik heb nu een eigen klusbedrijf: De Amstel Werken. Waarom? Omdat ik klussen leuk vind en zin had om wat anders te doen. Eigenlijk is werken niet meer nodig: ik kan rondkomen van mijn pensioen.

„Een speciale technische opleiding heb ik niet gehad. Ik heb wel literatuur bestudeerd over houtbewerking. Door schade en schande word je wijs.

„Cv-ketels installeren, tegelzetten, lassen, meubels maken – niks is me te gek. Nee, ik doe niet alles. Stukadoren vind ik een gruwel. Houtbewerking is mijn voornaamste bezigheid. Een van mijn laatste klussen: een boomhut.

„Het werk is zwaar. Ik merk dat mijn gewrichten en spieren niet meer precies doen wat ik wil. Zwaar sjouwwerk besteed ik dan ook uit. Een betonnen vloer storten, daar begin ik niet meer aan. Maar ik ben gezond, hoor. Mocht me iets ernstigs overkomen, ga ik naar de huisarts, mijn opvolgster, maar de meeste ongemakken los ik zelf op. Ik heb een keer in mijn vinger gezaagd.

„Zolang ik kan en zin heb, ga ik door met klussen. De ene week kan ik druk zijn, de andere heb ik niets te doen. Prima. En als ik een dag geen zin heb om te werken? Dan pak ik een boek en ga heerlijk op de bank zitten.”