Het seizoen is geopend: wie is het meest crisisbestendig?

Het jaarlijkse circus van persconferenties over de resultaten van de grote Nederlandse ondernemingen barst morgen los. Met een nieuwe lichting bestuurders. Wat is midden in de hectiek van haperende banken en grillige kredietmarkten de boodschap die de multinationals de komende weken brengen? Waar mag de buitenwacht op rekenen? En waar moeten we op letten bij de jaarresultaten?

Ze maken de boter van Becel en Blue Band, de spray van Axe en Rexona, en de ijsco’s van Ola en Ben & Jerry’s. En weet u waarom Unilever vooral zo’n interessante onderneming is? Omdat het concern driekwart van zijn omzet buiten West-Europa maakt.

Dat is de analyse die momenteel door veel beleggers en analisten in de financiële wereld wordt gemaakt. Aan de vooravond van het jaarlijkse circus van persconferenties over de resultaten van de grote Nederlandse ondernemingen – morgenochtend presenteert chipmachinebouwer ASML als eerste zijn prestaties over 2011 op het hoofdkantoor in Veldhoven – heerst de angst voor nog meer euromisère en nog meer economische krimp.

De komende week treedt ook een nieuwe lichting bestuurders naar buiten – die voor het eerst de resultaten van ‘hun’ bedrijf bekend mogen maken. Zoals Frans van Houten bij Philips of Marie-Christine Lombard van transportbedrijf TNT Express.

Wat is middenin de hectiek van haperende banken en grillige kredietmarkten de boodschap die de multinationals de komende weken brengen? Waar mag de buitenwacht op rekenen in het cijferseizoen? En waar moeten we op letten bij de jaarresultaten van de grote beursgenoteerde ondernemingen?

Eind jaren 90, ten tijde van de Azië-crisis, was er maar één vraag die er toe deed bij de grote beursgenoteerde bedrijven. Wat zijn de activiteiten in Azië, hoeveel is er geïnvesteerd en hoeveel omzet staat er op het spel?

Nu, in 2012, is ASM International, een concurrent van ASML die ook machines bouwt waarmee chips worden gemaakt, een aanrader van beleggingsanalisten. Reden: het wereldwijd opererende bedrijf heeft immers weinig nering in de Europese Unie. DSM? Een fijn concern dat meer dan 60 procent van zijn activiteiten buiten het huidige probleemgebeid heeft. Verzekeraar Aegon? Een aardige onderneming, want zij realiseert meer dan 80 procent van haar winst in de Verenigde Staten.

De verwachtingen op korte termijn zijn nog vrij zonnig. De 25 grootste beursfondsen boeken in 2012 gemiddeld een 4 à 5 procent hoger resultaat, zo verwacht de markt, zegt Marc Zwartsenburg van ING. „Voor de 25 middelgrote ondernemingen wordt gerekend op een gemiddeld 17 procent hogere winst”, zegt het hoofd aandelenonderzoek.

Maar 2011 moet eerst worden afgerond. Gisteren gaf automatiseringsbedrijf Unit 4 nog een winstalarm en vorige week waarschuwde Philips dat de winst over het afgelopen boekjaar toch nog meer tegenvalt. Terugkerende reden: inzakkende vraag, een guur klimaat.

In zo’n onzekere omgeving telt vooral dat bedrijven over reserves beschikken. Bovengemiddelde reserves. In tegenstelling tot westerse overheden hebben bedrijven sinds de kredietcrisis hun schulden afgebouwd. Bedrijven zitten door de bank genomen veel ruimer bij kas dan drie jaar geleden. Dat is handig in een recessie. Maar misschien nog wel belangrijker is de mate waarin bedrijven afhankelijk zijn van leningen die zij komend jaar op de kapitaalmarkt moeten afsluiten.

Volgens Paul van der Worp van bank NIBC functioneert die markt nog prima. „Beleggers lenen liever aan bekende bedrijven dan aan banken.” Dit jaar loopt er volgens hem voor 125 miljard euro aan bedrijfsobligaties af in Europa. Toch nemen bedrijven vaak het zekere voor het onzekere. Akzo Nobel loste eind vorig jaar vervroegd bijna 600 miljoen euro aan schuld af en gaf tegelijkertijd nieuwe leningen uit die pas over zeven jaar terugbetaald moeten worden. Zo beschermen zij zich tegen spanningen op de financiële markten.

Bedrijven die bij de bank lenen hebben te maken met voorwaarden zoals een bepaalde verhouding tussen schuld en omzet of tussen rentelasten en omzet. Voldoen zij daar nog aan in tijden waarin de economie krimpt? „Dat is de komende tijd van extra belang” zegt Egbert Eeftink, hoogleraar verslaggeving en partner bij KPMG. Wie niet aan de afspraken voldoet heeft een probleem, want dan worden alle schulden direct opeisbaar. De bezittingen moeten dan eigenlijk gewaardeerd worden tegen ‘liquidatiewaarde’: wat is alles waard als de tent morgen sluit?

Sowieso zijn de waarderingen van bezittingen een pijnlijk punt. Ondernemingen moeten daar zelf een schatting van maken. De accountant controleert vervolgens of de systematiek goed is toegepast. De aannames die voor de taxaties gebruikt worden zijn vrijwel allemaal verslechterd: een lagere rente, een versoberd winstperspectief, dalende beurskoersen, inzakkende huizenprijzen.

Het gevolg: vastgoedfondsen zien zich met de slechte kantorenmarkt gedwongen eerder verlies te nemen. En ook de goodwill – de premie die bedrijven in het verleden bij een overname betaalden – zal sneller afgewaardeerd moeten worden: minder bezit, en soms een eenmalig verlies. Voor de bouwers van Nederland geldt: hoeveel grondposities hebben zij nog, de kavels die in het verleden werden opgekocht om zeker te zijn van voldoende bouwopdrachten? Geplande nieuwbouwwijken worden geschrapt, de grond blijft onbebouwd en de prijzen dalen. Staan die stukken land nog tegen een verantwoord bedrag in de boeken?

En ook een van de populairste grabbeltonnen van financieel directeuren wordt door de crisis getroffen: de compensabele verliezen. Dit is een bezitting. Verliezen uit het verleden mogen onder bepaalde voorwaarden bij de berekening van de belastingafdracht weggestreept worden tegen toekomstige winsten. Maar wie minder winst verwacht, zal ook de waardering van dit potje neerwaarts bij moeten stellen.

Uitzendbureaus gelden traditioneel als de barometer van de economie. Weten we op 16 februari (Randstad) en 2 maart (Brunel en USG People) dan beter hoe het op de Nederlandse arbeidsmarkt gaat? Die bedrijven voelen de crisis normaal gesproken als eerste, zegt analist Zwartsenburg. Maar hij waarschuwt voor verraderlijke cijfers. In de VS liep de werkloosheid op, terwijl het aantal uitzendkrachten groeide. „Dat lijken tegenstrijdige signalen, maar wat er gebeurde was dat vast werk werd vervangen door flexibele arbeidskrachten.” Goede cijfers van uitzendorganisaties wijzen dus niet altijd op een aantrekkende economie.

Accountant Eeftink wijst erop dat personeelsopties dit jaar als kostenpost kunnen groeien. Dat zit zo. De opties die bedrijven aan hun management en ander personeel verstrekken zijn een last van de onderneming. Met hulp van ingewikkelde modellen wordt hier een waarde aan toegekend. Hoe grilliger de beurskoers, hoe hoger de waarde van een optie, want de kans is dan groter dat iemand zijn opties met winst kan verzilveren. Daarom kan de bestuursbeloning op dit punt komend jaar op papier veelal groeien, zo verwacht Eeftink. Juist door het grillige beursklimaat.