Het kapitaal ligt hier maar te schimmelen

De Financial Times lanceerde bijna drie jaar geleden een artikelenserie getiteld: Future of capitalism. Dezer dagen geeft de zalmroze zakenkrant, een beetje impliciet, zelf antwoord. Nieuwe serie. Titel nu: Capitalism in crisis.

Is het echt?

Het kapitalisme is niet in crisis, het kapitalisme is zichzelf. De wisselwerking van kapitaal, ondernemerschap en menselijke eigenschappen als hoop, angst en hebzucht brengt periodes van voorspoed en overmoed, maar ook van teruggang en somberheid. De eerste heet welvaart, de tweede crisis. De overmoed lijkt nog steeds onder ons. Publicisten en economische beleidsmakers denken de economie te kunnen temmen. Alsof de economie een gestaag klimmend lijntje in een grafiek is, zoals Bernard Madoff zijn beleggingsresultaten voorstelde. Madoff bleek een oplichter.

Kapitalisme in crisis?

Kapitalisme is crisis!

Hoe onze ‘raspaardjes’ ervoor staan, ontdekt u de komende weken met de resultaten van de Nederlandse beursgenoteerde bedrijven over het laatste kwartaal van 2011. Chipmachinefabrikant ASML in Veldhoven is morgen de eerste die met de cijfers komt.

Aan winstverwachtingen hoeven de topmanagers geen woorden vuil te maken, als zij al zouden durven. Cruciaal is nu dat zij hun werknemers, klanten en beleggers informeren over de stand van de economie, zoals zij die ervaren in hun verkoopcijfers en het sentiment onder hun klanten. Ondernemers zijn van nature behept met optimisme (‘geen bedreigingen maar kansen’) en eenrichtingsverkeer (‘niet achterom kijken, we moeten vooruit’), maar nu gaat het meer dan ooit om het expliciteren van de risico’s. Van de euro. Van de crisis en de economie in Europa. Van mankerende duurzaamheid. Van export en investeringen in onzekere markten, zoals China.

Twee trends in het bedrijfsleven laten zich vooruitlopend op de afzonderlijke winstcijfers wel in kaart brengen. Bij uitbraak van de kredietcrisis in 2008 was de winstmarge op de productie (exclusief banken en verzekeraars) volgens het Centraal Planbureau nog meer dan 13 procent. Toen viel zij terug naar 7,5 procent, krabbelde weer op naar 9 procent, maar valt dit jaar weer terug naar 7,5 procent.

Is de winstcurve een dromedaris: één bult, daarna houdt op. Dan is de 7,5 procent winstmarge nu het laatste hoera! Of is het een kameel: na de bult, nu het dal, maar straks weer herstel.

Eén ding is zeker: de winstgevendheid van het bedrijfsleven is historisch gezien substantieel en staat op hoog niveau in vergelijking met de economische depressie van dertig jaar geleden.

Tweede trend: de reserves van het bedrijfsleven blijven „op een hoog niveau”, zegt het CPB. Maar meer gebeurt er niet. In vakblad ESB stond begin dit jaar een nerveus makend artikel over het feit dat Nederlandse bedrijven in sectoren als voedings- en genotmiddelen, basismetaal, detailhandel en transport al jaren structureel minder investeren dan het gemiddelde van zeven Europese landen, waaronder Duitsland en België.

De auteurs wagen zich niet aan een verklaring en stellen zelfs dat het „niet per definitie op een breed probleem duidt”. Maar dat moet misschien hun politieke bazen kalmeren. De auteurs werken bij het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, dat het bedrijfsleven liever over de bol aait dan voor de schenen schopt. Gezien de lage investeringen en de hoge reserves „resteert er geld dat deels niet actief wordt ingezet” – een cruciale zin in het ESB-artikel.

Dat klinkt niet als crisis in het kapitalisme, maar de ondernemers hebben wel iets uit te leggen.

menno tamminga