Helft Chinezen woont nu in stad

Het aantal stadsbewoners is in China voor het eerst groter dan het aantal plattelanders. China stimuleert de trek naar de stad, maar de urbanisatie leidt ook tot spanningen.

Voor het eerst in de geschiedenis van China wonen meer Chinezen in de stad dan op het platteland. Van de 1.347 miljard Chinezen leeft en werkt nu 51,27 procent in steden, meldt het Chinese Nationale Bureau voor de Statistiek in vandaag gepubliceerde rapporten over de ontwikkeling van de economie.

Het bereiken van deze demografische mijlpaal is het logische gevolg van het verstedelijkingsbeleid dat wordt gevoerd sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw. Urbanisatie en industrialisatie zijn de – binnenlandse – motoren van de Chinese economie, die in het laatste kwartaal van 2011 met 8,9 procent groeide.

Zeker nu de internationale situatie verslechtert – de Chinese export zwakt af – wordt urbanisatie nog belangrijker voor de Chinese autoriteiten, die het tempo van de groei hoog willen houden. Verwacht wordt dat er dit jaar nog meer geïnvesteerd wordt in de uitbreiding van bestaande steden en de bouw van nieuwe stedelijke centra.

Het zwaartepunt van de urbanisatie ligt niet langer in de steden aan de oostkust, maar is verschoven naar zuidwestelijk, centraal en westelijk China. Chongqing, een zuidelijke stadsprovincie, is in 2011 de grens van 32 miljoen inwoners gepasseerd en dijt verder uit. Andere snelle groeiers zijn Wuhan, Kunming, Wulumuqi, Zhengzhou, Chengdu en Shijiazhuang, allemaal steden met meer dan tien miljoen inwoners. Zelfs in het verre westen van China, in Khasgar, doet dit fenomeen zich voor. In 2030 zal daarom 70 procent van de bevolking stadsbewoner zijn.

De aanhoudende trek van het platteland naar de stad in China vormt ook een van de motoren van de wereldeconomie, want die gaat gepaard met kolossale bouwprojecten in de vorm van nieuwe wijken, industrieparken, ‘science parks’, vliegvelden en trein- en busstations. Vaak wordt China daarom beschreven als een reusachtige bouwput.

De vraag naar staal, cement, olie en gas blijft de komende decennia hoog, verwachten economen. Nadelige neveneffecten zijn dat er een riskante speculatieve vastgoedzeepbel is ontstaan en dat de urbanisatie gepaard gaat met spanningen over landonteigeningen, corruptie, toenemende criminaliteit en luchtvervuiling.

Een van de belangrijkste maatschappelijke gevolgen van de groei van de steden is de opkomst van de Chinese middenklasse, die, afhankelijk van inkomensdefinities, geschat wordt op 150 tot 250 miljoen mensen. De toplaag van deze nieuwe middenklasse drijft de vraag naar westerse luxegoederen (van Franse wijnen en Schotse whisky’s tot Duitse auto’s) omhoog.

Een van de grote onopgeloste kwesties in de Chinese grote steden is de tweedeling tussen nieuwkomers, doorgaans arbeidsmigranten, en de oorspronkelijke bewoners. In stedelijke agglomeraties wonen en werken nu 251 miljoen arbeidsmigranten die niet over een stedelijke hukou (geboortebewijs) beschikken. Daardoor kunnen zij geen aanspraak maken op zorg- en onderwijsvoorzieningen in de steden waar zij het grootste deel van het jaar leven. Dat heeft ook gevolgen voor hun kinderen. Zij moeten nadat ze zestien zijn geworden terug naar hun dorpen. Het hukou-systeem zorgt voor sociale spanningen, die met de aanhoudende volksverhuizing van platteland naar stad zullen toenemen, zo verwachten Chinese planologen.

Chinese politiek van verstedelijking werkt steden