Een woord als 'landrotten' past bij Toonder

Opus One heeft met eenvoudige middelen een Bommel-musical gemaakt: drie acteurs en een gestileerd decor. Maar „het mag geen uitgeklede indruk geven”.

„De aarde zal nooit meer hetzelfde zijn”, zegt professor doctor Joachim Sickbock – en hij verkneukelt zich al bij voorbaat bij de gedachte dat hij het klimaat voorgoed gaat veranderen door een kleine kanteling van de aardas. Waar het nu warm is, zal het ijskoud worden. En waar het nu ijskoud is, wordt het warm. Of, zoals hij het later aan Tom Poes uitlegt: „De bewoonde wereld wordt onbewoonbaar, de onbewoonde wereld wordt bewoonbaar! Dat is alles!”

Sickbocks euvele oogmerk is afkomstig uit de Bommel-strip De nieuwe ijstijd die in 1947 dagelijks in de NRC stond. Maar het is, met al die verwijzingen naar smeltende ijskappen, onverwacht actueel. Zo actueel dat het verhaal nu dient als basis voor de gelijknamige familiemusical die dit voorjaar onderdeel is van de feestelijkheden bij de honderdste geboortedag van tekenaar en schrijver Marten Toonder.

De nieuwe ijstijd is een productie van het in familiemusicals gespecialiseerde Opus One, dat al in 1998 (en opnieuw in 2005) succes boekte met een pittoresk ogende bewerking van De Trullenhoedster. Slechts drie acteurs spelen alle rollen: Roberto de Groot als Ollie B. Bommel, Suzan Seegers als Tom Poes en Yoran de Bont als Sickbock, Wammes Waggel, kapitein Wal Rus en diverse anderen. Sommige personages verschijnen niet in levenden lijve, maar alleen in hun door Toonder getekende gestalte – want een groot deel van de intrige wordt, met gebruik van de originele zwart-wittekeningen, vertoond op drie naast elkaar gehangen projectieschermen, vergelijkbaar met de drie stripplaatjes in de krant. Ook verder overheerst de eenvoud: een vliegtuig is een piloot met een propeller op zijn buik, de drijvende ijsschots wordt door de acteurs zelf voortbewogen met hun voeten en Bommels trouwe automobiel de Oude Schicht bestaat uit een stuur en twee uitgezaagde zetstukken.

„We spelen deze voorstelling met heel weinig middelen”, beaamt algemeen directeur Maarten Voogel van Opus One. „En toch mag het geen uitgeklede indruk geven. Voor ons is dit een ontdekkingstocht naar de vraag hoe ver we kunnen gaan in het weglaten van dingen zonder dat het publiek dat als een gemis ervaart. Dat vergt veel raffinement. Maar als we hier de juiste balans weten te vinden, jeuken mijn vingers om op deze lijn verder te gaan. Dan kan alles. Ik zie het al voor me: Asterix en Obelix met een heel leger Romeinen op het scherm, of The Flintstones, met maar vier acteurs.”

De nieuwe Toonder-musical begon met een mailtje van dochter Milou Toonder, die vroeg of het mogelijk was tijdens het aanstaande Toonderjaar een reprise te maken van De Trullenhoedster. „Maar wij wilden liever met iets nieuws komen”, aldus Voogel. „Bovendien beseften we dat je tegenwoordig niet meer op tournee kan gaan met zestien man op het toneel, met draaiende poortjes en driedimensionale decors, zoals bij de vorige productie. Dat lukt financieel niet meer. Toen zijn we gaan nadenken over het gebruik van beamers.”

Vervolgens kozen de makers voor een Bommel-verhaal uit Toonders vroegere jaren, omdat zijn tekeningen toen nog niet zo verfijnd en gedetailleerd waren als later: „Het was een wat naïevere, directe stijl die in deze voorstelling heel goed werkt. Het verfijndere werk zou in deze vorm waarschijnlijk minder goed tot zijn recht komen.” Toonders’ vocabulaire is eveneens bewaard gebleven, hoewel niet ieder kind vertrouwd zal zijn met woorden als landrotten, kwantummechanica, loftuitingen, gemeenschapszin en Hermandad. „Dat is natuurlijk een knipoog naar het volwassen publiek”, zegt Voogel. „Maar het past ook bij Toonder. Zelfs toen hij zijn strips nog voornamelijk voor kinderen maakte, is hij nooit door de knieën gegaan.”

Anders dan in de meeste andere musicals zijn de liedjes – van Coot van Doesburgh (tekst) en Stefan Osadzinski (muziek) – zodanig ingepast dat ze soms maar een minuutje duren en slechts zelden met applaus worden beëindigd. „Je kunt wel applausmomenten inplannen”, verklaart regisseur Frans Schraven, „maar dan leg je het verhaal stil. Dat lijkt me geen goed idee. Bovendien zijn kinderen niet geconditioneerd om te klappen na een nummer. Misschien zou je deze voorstelling geen musical moeten noemen. Een muzikaal stripverhaal: dat is het.”

Opus One: De Nieuwe IJstijd. Tournee t/m 3/5. Inl. bommelmusical.nl