Een groep meiden wil ook socializen

Deze week speelt de nationale waterpoloploeg op het EK in Eindhoven.

Het is maar de vraag of de olympisch kampioen van 2008 zich plaatst voor ‘Londen’.

De lach van Yasemin Smit rolt over het water. De aanvoerster van de nationale waterpoloploeg heeft het goede gevoel terug. Het gevoel dat hoort bij een team dat iets bijzonders kan presteren. „Het laatste half jaar hebben we de grootste groei doorgemaakt”, zegt ze in het nationale waterpolocentrum in de bossen van Zeist. Nee, prolongatie van de olympische titel is nog lang niet aan de orde.

Deze week begint de ploeg van bondscoach Mauro Maugeri tijdens het EK in Eindhoven aan de lange weg naar Londen. „We moeten echt op onze top presteren om de Spelen te halen”, zegt Smit (27).

De parallellen met de vorige olympische cyclus zijn opmerkelijk. Destijds kende de ploeg een uiterst moeizame aanloop. Op het WK in Melbourne (2007) worstelden de speelsters zich onder Robin van Galen naar een negende plaats, maar er waren irritaties tussen de staf en de ploeg, het liep niet. Van Galen overwoog zelfs op te stappen. Pas na een emotionele evaluatie vond de selectie de weg omhoog.

Ook nu verliep de generale repetitie niet goed. Op het WK in Shanghai eindigde het team afgelopen zomer als zevende. „Het liep niet lekker, ik was niet happy”, erkent Smit. Ook nu volgde een evaluatie – en opnieuw werden de pijnpunten blootgelegd onder leiding van sportpsycholoog Rico Schuijers. „We hebben dingen gezegd die opluchten”, zegt Smit. De details houdt ze liever intern.

Maar sommige veranderingen zijn zichtbaar. De Italiaan Maugeri, na ‘Peking’ aangesteld als opvolger van Van Galen, bleek moeizaam samen te werken met assistent-coach Ilse Sindorf. Zij werd in september vervangen door Arno Havenga, al jaren teammanager. „Arno is op ons verzoek veel meer bij de ploeg betrokken”, zegt Smit.

Havenga staat inmiddels dagelijks langs de badrand. „Hij is heel sociaal”, legt Smit uit. „Mauro is technisch en tactisch heel sterk, maar heeft wat moeite met de sociale kant.”

Voor een groep meiden die diep in de Zeister bossen leeft langs de lijnen van het oude Bankrasmodel (intern en buiten de nationale competitie) is communicatie en sociale eenheid van doorslaggevend belang. Ook voor Maugeri was die situatie compleet nieuw. Havenga: „En elke dag maar weer in die bossen. Als het een tijdje regent ben je daar wel klaar mee. Hij woonde aanvankelijk alleen in een bungalow in Austerlitz. Achteraf hadden we dat anders moeten doen. Hij was een beetje eenzaam. Nu woont hij met vrouw en kinderen in Hilversum.”

Havenga zelf speelt een belangrijk rol in de communicatie tussen Maugeri en de speelsters, als een soort intermediair. „De communicatie met Mauro was in het begin weleens lastig”, zegt Smit. Havenga: „Er zijn cultuurverschillen. Mauro is een heel bevlogen coach. Als hij een voorbespreking in het Engels houdt raakt hij soms net een andere snaar dan hij bedoelt. Ik probeer dat in goede banen te leiden.”

Volgens Smit is het verschil vooral de laatste maanden duidelijk merkbaar. Maugeri voelt zich beter begrepen, de vrouwen kunnen hun ei kwijt via Havenga. „In vrouwenploegen is dat sociale aspect heel belangrijk. We hebben lange tijd geprobeerd het te grijpen, nu hebben we het te pakken.”

Ondanks de aanvankelijke haperingen heeft de ploeg geen spijt van de aanstelling van Maugeri. Smit: „We spelen veel tactischer, veel preciezer dan vier jaar geleden. We hebben nu meer vaste lijnen waar we op kunnen terugvallen.” En Havenga: „Hij heeft ongelooflijk veel ervaring op tactisch gebied. Mauro kan binnen een fractie van een seconde schakelen en een ander systeem spelen. Dat kennen we in Nederland niet.”

Niet dat daarmee succes gegarandeerd is. Zelfs ‘Londen’ halen wordt nog een hele klus, denkt Havenga. Eerst moet Nederland, dat morgen het EK opent tegen Rusland, in Eindhoven bij de eerste vier eindigen. Dan volgt in april nog een loodzwaar kwalificatietoernooi in Triëst (Italië). Havenga: „Er gaan straks drie landen niet naar Londen die daar wél om de medailles hadden kunnen spelen.”

Met een verjongde ploeg is het bereiken van de Spelen voorlopig het enige doel. „Elk duel is een finale om verder te komen”, zegt Smit. „In Peking wonnen we al die finales, waardoor het leek alsof we de beste waren. Kwalitatief waren wij niet het beste waterpoloteam, we waren het beste collectief.”

Door die wonderbaarlijke olympische finale tegen de Verenigde Staten, op 21 augustus 2008 in Peking heeft de buitenwacht nog altijd torenhoge verwachtingen van de waterpolosters. Smit heeft die gouden medaille nooit als last ervaren. „Het geeft mij niet meer druk, ik word niet zo snel zenuwachtig. Het was meteen het hoogtepunt uit mijn carrière. Maar we zijn nu heel hard aan het trainen om het nog een keer te doen”, zegt ze. „Je hoorde het vaak: dit was eens, maar nooit weer voor onze ploeg. Voor veel mensen waren wij de grootste verrassing van Peking, maar voor onszelf niet. Of we het kunnen herhalen? Ja, dat geloof ik wel.”