‘dit zijn de feiten en daarmee moet u het doen’

In Een geschiedenis van de klassieke oudheid, van oudhistoricus Van der Vliet, mist NRC Boeken-medewerker Jona Lendering de aha-erlebnis. Het boek staat onbedoeld symbool voor de vernieting van onze kennisinfrastructuur.

Moed kan de Groningse oudhistoricus E.Ch.L. van der Vliet niet worden ontzegd. In Een geschiedenis van de klassieke oudheid zet hij zich aan een onuitvoerbare taak: het bieden van een overzicht van de geschiedenis van de oude wereld tussen 1100 voor Christus en 580 na Christus. Dat onderwerp beslaat zeventien eeuwen (meer dan valt te overzien), speelt zich af in drie werelddelen (meer dan valt te bereizen), en veronderstelt kennis van archeologie, geschiedenis en een dozijn oude talen (meer dan valt te leren).

En verdraaid, het boek is onverwacht goed. Om uit te leggen hoe goed, en om aan te geven waarom het de lezer van deze boekenbijlage toch zou kunnen teleurstellen, zal ik de door de auteur te overwinnen problemen beschrijven. Die raken alle geesteswetenschappen en zijn serieus. Alle reden dus om extra ruimte te nemen en de problemen te illustreren aan de hand van een boek dat die extra ruimte ook waard is.

Ten eerste: het door Van der Vliet gekozen onderwerp is niet alleen uitgebreid, het is ook complex. Alles hangt met alles samen. Voor de Spaanse archeologische chronologie vormt bijvoorbeeld de aankomst, ergens in de zesde eeuw vC van Griekse kolonisten uit Klein-Azië een belangrijk ijkpunt, maar de datering is gebaseerd op een Griekse tekst, die gebeurtenissen met elkaar in verband brengt die worden gedateerd aan de hand van een beschadigd Babylonisch kleitablet. Over beide is wat te doen, zodat een Spaanse archeoloog ook de vakliteratuur over Griekenland en Babylonië zou moeten lezen. Dat gaat natuurlijk niet en zo leidt specialisme vrijwel onontkoombaar tot het doorgeven van achterhaalde informatie.

U kunt het hele artikel hier lezen.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 13 januari 2012, pagina 1.