Demonstreren alsof het een feestje is

Op straat strijden jonge Russen met oude spoken.

Hoe verder, nu de presidentsverkiezingen naderen in het land van de onderdanige homo sovieticus?

Eigenlijk weet niemand hoe het verder moet met het Russische protest. Behalve in het Oeralstadje Nizjni Tagil misschien, waar fabrieksarbeiders met een door hen gebouwde tank naar het nabijgelegen Jekaterinburg willen rijden om er op 28 januari een grote demonstratie uiteen te jagen. „Als het moet, komen we naar Moskou om u te steunen”, zei een van hen in december al tegen premier Vladimir Poetin, tijdens het jaarlijkse gesprek van de tsaar met zijn onderdanen.

Het is een van de weinige concrete voorstellen om uit de impasse te komen die is ontstaan tussen de Russen en hun leider (en diens hulpchef Dimitri Medvedev). Serieuze onderhandelingen tussen het regime en de oppositie zitten er voorlopig niet in. Voor een deel komt dat door de lange wintervakantie, waarin heel Rusland op zijn gat ligt. Maar nog veel meer heeft het te maken met een oud Russisch spel tussen leider en volk.

Poetin toont openlijk minachting voor zijn tegenstanders. Die houding blijkt vooral uit zijn pogingen om het gewone volk in de provincie – slaafs sinds de tsarentijd en gewend om de leider in alles te volgen – op te zetten tegen de grootstedelijke intelligentsia en middenklasse, die sinds de gefraudeerde parlementsverkiezingen van 4 december de kern van de massademonstraties vormen.

Senja Maksimov haalt er zijn schouders over op. Hij heeft net zijn zus gesproken, die hem heeft verteld van haar droom waarin ze bij Poetin op schoot zat. „Ze is smoorverliefd op hem, omdat hij zo sportief is en niet drinkt.” De 27-jarige psycholoog is een maand over uit de Verenigde Staten, waar hij een jaar aan een universiteit doceert. Tussen de bezoekjes aan vrienden en familie door, neemt hij deel aan ieder anti-regeringsprotest dat hij maar kan vinden. „Ik zie het als mijn plicht”, zegt hij, net teruggekeerd van een demonstratie voor een activiste in de gevangenis. „Ik verschil daarin van mijn vader en moeder. Zij zijn het ook eens met de oppositie en haten Poetin, maar hebben geen zin de straat op te gaan, omdat ze denken dat het toch niet helpt.”

Voor 4 december hoorde je Senja nooit over demonstreren. Net zoals zoveel andere goed opgeleide Russen had hij zich al jaren geleden van de samenleving afgekeerd. Kranten liet hij ongelezen. Het nieuws op radio, televisie of kritische websites interesseerde hem niet. In plaats daarvan richtte hij zich op de wetenschap, zijn buitenlandse reizen, zijn goedbetaalde bijbaan als docent Engels.

Dat hij in ruil voor dat, mede door Poetin mogelijk gemaakte, comfortabele leventje zijn burgerrechten moest inleveren, kon hem niets schelen.

Toch verschillen Senja en zijn generatiegenoten in het algemeen hemelsbreed van hun ouders en grootouders. Die groeiden nog op in de Sovjet-Unie, waar het blindelings gehoorzamen of passief accepteren van het gezag de regel was. De homo sovieticus – de sovjetmens – heeft dezer dagen dan ook moeite om op te staan en te geloven wat er gebeurt, gewend als hij is te denken dat de tsaar (Stalin, Brezjnev, Poetin) altijd goed is en de bojaren (de ministers) slecht zijn. Van die houding weet de huidige tsaar te profiteren. „Onder mij hebben jullie het goed, maar onder de chaotische oppositie zal dat anders zijn”, zegt hij.

Toen Poetin eind september op een partijcongres van Verenigd Rusland bekendmaakte dat hij in 2012 wil terugkeren als president en dat dit vier jaar eerder zo was afgesproken met zijn opvolger Medvedev, werd Senja’s beste vriendin Nastja wakker geschud, zo beledigd was ze. Voor het eerst in jaren besloot de 37-jarige classica daarom weer naar de stembus te gaan, zodra de kans kwam. Dat was begin december, bij de parlementsverkiezingen.

Toen haar stem, uitgebracht op de liberale partij Jabloko, ook nog eens werd gestolen, nam haar verontwaardiging toe en ging ze, doodsbang voor de politie, de straat op om voor het eerst sinds 1991 weer te protesteren. „Ik snap niets van politiek”, zegt ze. „Maar als we nu niets doen, is het straks te laat. Ik zie het betogen dan ook als een serieuze baan, waar ik dag en nacht mee bezig ben.”

Op Facebook is Nastja actief in de discussies over de demonstraties. Zo beschreef ze eind december haar teleurstelling over het geringe aantal demonstranten dat kwam opdagen bij een betoging voor de toen nog gevangenzittende activist Sergej Oedaltsov. „Op de twee massabetogingen gedroegen de demonstranten zich alsof het feestjes waren”, zei ze. „Maar zodra het om concrete zaken ging, zoals de vrijlating van Oedaltsov, bleven ze weg. En dat bedroeft me.”

Sinds die betoging is Nastja somber over de toekomst van de protestbeweging, die gemakkelijk kan uitdoven als het regime volhardt in het negeren van de eisen van de demonstranten en de oppositie op 4 februari, de dag van de volgende massademonstratie in Moskou, geen krachtig weerwoord weet te geven.

En toch is er hoop. In de trendy restaurants van Moskou en Sint-Petersburg, waar jonge hoogopgeleide Russen zich vermaken, gaat het gesprek sinds 4 december niet meer over verre vakantiereizen, dure auto’s of de nieuwste iPad, maar over politiek, alsof het mode is geworden. Activisten als Ilja Jasjin en Aleksej Navalny zijn ineens sexy helden, terwijl oppositiepolitici als Boris Nemtsov, die in de chaotische jaren negentig aan de macht waren, er niet meer toe doen.

Hun meningen over wat er nu moet gebeuren lopen echter uiteen. Zo is mijn vriendin Joelia al tevreden dat er in het vervolg, telkens als de overheid de wet overtreedt, gedemonstreerd kan worden, maar heeft journaliste Marina geen hoge pet op van haar medebetogers of hun leiders en zegt ze dat die op zijn vroegst over zes jaar rijp zijn voor democratie. Binnenhuisarchitect Alla noemt het hele protest ‘zinloos’, ook al doet ze eraan mee.

De 54-jarige Irina, een taalkundige en anders dan haar meeste generatiegenoten een geboren dissident, meent daarentegen dat er alleen iets wezenlijks kan veranderen als Poetin opstapt. „Hij is illegitiem aan de macht, omdat hij verantwoordelijk is voor alle vervalste verkiezingen van de afgelopen vier jaar”, zegt ze aan de keukentafel. „Alleen daarom al mag hij niet meedoen aan de presidentsverkiezingen.”

Irina is het geheel eens met de onlangs op internet gepubliceerde Decemberthesen van Andrej Illarionov, een voormalig economisch adviseur van Poetin. In die variatie op Lenins revolutionaire Aprilthesen uit 1917 stelt hij dat de eisen van de betogers alleen kunnen worden gerealiseerd na de vernietiging van het bestaande systeem. Een brede coalitie moet de macht volgens Illarionov tijdelijk overnemen. „In de praktijk komt het neer op revolutie”, concludeert Irina. „Het is de enige manier waarop de impasse kan worden doorbroken.”

Haar vermoeden wordt versterkt als ze die andere homo sovieticus onder de loep neemt – Vladimir Poetin, een generatiegenoot van haar. „Hij denkt als een cynische KGB’er, die vindt dat het volk alles klakkeloos moet accepteren wat de Staat beveelt”, zegt ze. „Zo iemand doet alles voor zijn eigen organisatie en zal nooit zomaar afstand doen van de macht, ook omdat zijn bondgenoten dat niet willen.”

Aanwijzingen voor Poetins onwrikbaarheid zijn er volop, zegt ze. De afgelopen weken zijn allerlei haviken op sleutelposities benoemd. Zo werd in december de aartsconservatief Sergej Ivanov, een KGB-maatje van Poetin uit diens Leningradse dagen, hoofd van de presidentiële staf en maakte chef-ideoloog en meesterintrigant Vladislav Soerkov plaats voor de hondstrouwe Poetinvazal Vjatsjeslav Volodin, van wie wordt verwacht dat hij veel harder en directer tegen de oppositie zal optreden dan zijn slinkse voorganger.

In een recente opiniepeiling zegt 38 procent van de ondervraagde Russen Poetin te steunen. Dat is 17 procent minder dan een jaar geleden, maar nog altijd drie keer meer dan zijn naaste tegenstander in de presidentsverkiezingen.

Die score is niet zo moeilijk voor iemand die avond aan avond in zijn showoptredens op de staatstelevisie doet voorkomen dat alleen zíjn bewind stabiliteit en welvaart garandeert. Wat in dat nieuws niet verteld wordt, is dat er een economische crisis op Rusland afstevent, waarvoor het huidige regime zich blind houdt. Maar als je buiten Moskou of Sint-Petersburg woont en te oud of te arm bent om je bij de internetgeneratie aan te sluiten, merk je daar niets van. Want arm was je toch al.

Buiten die twee grote steden ligt dus Poetins overlevingskapitaal. Van de volgzame homo sovieticus, die een hekel heeft aan de kritische intelligentsia en de verwende middenklasse in Moskou, moet hij het de komende twee maanden hebben. Het is alleen nog de vraag hoe hij die sovjetmens naar de stembus kan drijven.

Onder het afdakje van hun nieuwe marktkraam kunnen Zjenja en Pasja, twee dertigers die wekelijks van het platteland naar Moskou komen om hun augurken, knoflookstengels en scherpe pepertjes te verkopen, niet geloven wat er allemaal in hun land gebeurt. „Honderdduizend betogers?” vragen ze verbaasd, als ze een ooggetuigeverslag krijgen van de massabetoging van 24 december. „En wat wilden ze eigenlijk?”

Als ze horen wat de de demonstranten eisen, begrijpen ze nog minder van wat er aan de hand is. Ze hebben het uiteenvallen van de Sovjet-Unie meegemaakt, de daaropvolgende chaos onder president Jeltsin en de roebelcrisis van 1998, waarin ze al hun spaargeld verloren. En precies daarom hebben ze, net als zoveel andere gewone Russen, geen zin in weer zo’n ‘historische’ gebeurtenis. Voor de zekerheid stemmen ze daarom maar op Poetin.