De prijs van appeasement

In 2007 zei presidentskandidaat Barack Obama tijdens een debat met zijn Democratische opponenten in Charleston, South Carolina, dat hij een politiek van verzoening zou voeren. Hij wilde de leider van Venezuela, Hugo Chávez, de hand schudden en zijn hele arm uitstrekken naar Iran. Voor Noord-Korea werd de vredespijp klaargelegd. Zijn rivaal, Hillary Clinton, zei dat de jonge senator erg „naïef” was. Het door Obama voorgestelde beleid werd Amerikaans regeringsbeleid en is nog even naïef als in 2007, ook al geeft Clinton er vorm aan.

Toen Obama president werd, sprak hij respectvol over de Islamic Republic of Iran. Hiermee gaf hij het theocratische regime aanzien. Toen de Iraanse protestbeweging de kop op stak en de regering in Teheran haar neersloeg, liet Obama weinig horen. Hij wilde de Islamic Republic of Iran niet bruuskeren. Obama schudde Chávez de hand, maar dat weerhield de caudillo er niet van Latijns-Amerika op te zetten tegen de Verenigde Staten. Met Noord-Korea werd gesproken, maar de zelfverklaarde geniale leider ging door met het rakettenprogramma en het bedreigen van Zuid-Korea. Ondanks vriendelijke woorden van Obama werd de as van het kwaad niet minder kwaad, integendeel. De dictators kregen meer appetijt.

Nu kan Venezuela worden beschouwd als een operetterepubliek en Noord-Korea als een dolle sekte die bedreigend is voor Zuid-Korea, maar die beperkte globale, geostrategische implicaties heeft. Dit geldt niet voor Iran. Dit land stookte op de as van conflictgebieden in het Midden-Oosten – de Golfregio, Libanon via Hezbollah en Israël via Hamas. Obama’s politiek om Amerikaanse troepen zo snel mogelijk uit Irak en Afghanistan terug te trekken, heeft de Iraanse invloed uitgebreid tot die landen. Nu de Amerikanen hun koffers hebben gepakt, oriënteert Irak zich – met zijn shi’itische meerderheid– op Iran, het moederland van de shi’itische wederopstanding. Iran zet Afghanistan onder druk, met dreigementen als stopzetting van Iraanse olietoevoer en het terugsturen van Afghaanse vluchtelingen. Het schema van de Amerikaanse terugtrekking is zo drastisch dat de terugkeer van de Talibaan een kwestie van tijd is. Ook president Karzai van Afghanistan moet zich voor zijn politieke toekomst oriënteren op Iran.

Het tijdschema van Obama is geënt op de presidentsverkiezingen van november dit jaar. De militaire operaties in Irak en Afghanistan zijn in de Verenigde Staten niet populair en duur voor een land met torenhoge schulden. Als Amerikanen tussen ‘pensioenen’ en ‘pantsers’ moeten kiezen, kiezen zij – zoals Europeanen in de vorige eeuw al deden – voor de eerste. Voor presidentskandidaat Obama is deze keuze begrijpelijk, maar voor president Obama blijft het naïef.

De Amerikaanse terugtrekking voedt Iran en voedt de Iraanse ambitie om de eerste ‘shi’itische atoombom’ te demonstreren. De appeasement-politiek tegenover de Islamic Republic of Iran heeft dit geostrategische streven van Iran nooit afgezwakt. Iran krijgt de kans behalve de export van politiek religieus fanatisme ook het ultieme middel van militaire afpersing te etaleren. Het zou niet verrassend zijn als Iran een atoombom aan de buitenwereld toont voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 6 november. Wat zal Obama doen? Niets.

De Amerikanen proberen, met de Europeanen in hun kielzog, een olieboycot tegen Iran te organiseren. Iran dreigt de straat van Hormuz, de vaarroute van eenvijfde van ’s werelds dagelijkse olieproductie, af te sluiten. Dit is blufpoker. Iran zou een casus belli met het Westen riskeren en zelf bovendien de broodnodige inkomsten verliezen uit de olie- en gasexport.

Iran is een stokebrand op economische lemen voeten. Zijn jaarlijkse bruto nationaal product ligt rond de 880 miljard dollar. Hiermee bevindt het land met circa 70 miljoen inwoners zich wat betreft het welvaartsniveau tussen Turkije en Brazilië, maar Iran is geen groeiland meer. De economie stagneert. Zijn munt wordt uitgehold door inflatie. Iran heeft een fragiele en beperkte raffinagecapaciteit. Het moet 30 procent van zijn benzine en diesel importeren. Sancties veroorzaken enorme brandstoftekorten. Een paar kruisraketten op enkele olieraffinaderijen en Iran staat helemaal stil. Intussen woedt in Teheran, in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 3 maart, een machtsstrijd tussen president Ahmadinejad en een aantal religieuze leiders. Politiek geruzie in Teheran is van alle tijden, maar leidt niet vanzelf tot een implosie van het theocratische regime.

Niet een afsluiting van de Straat van Hormuz, maar het etaleren van het atoomwapen is de Iraanse troefkaart. Israël wil dit voorkomen, maar kan het (waarschijnlijk) niet. Obama kan het (waarschijnlijk) voorkomen, maar wil het niet. Na veel protest zal de wereld leven met Iran als kernmogendheid, zoals met Noord-Korea. Het verschil is dat Iran een troef heeft in de broeihaard van de wereldpolitiek. Behalve Israël zullen ook de Golfstaten zich bedreigd voelen. Saoedi-Arabië zal de status van atoommacht nastreven.

De Amerikaanse bescherming die Israël en Saoedi-Arabië als fundament van hun veiligheidsbeleid zagen, is loos. Amerika is just another country. Iran vult het machtsvacuüm. Het laat zich denken welk effect dit heeft op de olieprijs en op de wereldeconomie. Dit is de prijs van Obama’s appeasement.