De pap zit tegen het plafond in Roemenië

Al twee jaar lijden Roemenen onder de bezuinigingen die zijn opgelegd door IMF en EU. De munt is stabiel, maar de armoede neemt toe. Voor veel betogers is de maat vol.

Het is een klassieke beeldspraak in Roemenië: de mamaliga (maispap) staat te pruttelen op een kachel. Er lijkt niets aan de hand. Maar ineens, als niemand meer kijkt of roert, spettert hij als een vulkaan alle kanten op.

De Roemenen gebruikten dit beeld voor de bloedige revolutie in 1989, na decennialange communistische onderdrukking door Nicolae Ceausescu, die werd geëxecuteerd na een haastig schijnproces. En nu gebruiken ze het weer. Sinds eind vorige week zijn er demonstraties in vrijwel alle grote Roemeense steden. In de hoofdstad Boekarest mengden hooligans van voetbalclubs Steaua en Dinamo zich onder de betogers en kwam het tot botsingen met de politie, met een zestigtal gewonden.

Directe aanleiding is het aftreden op 10 januari van een populaire onderminister van Volksgezondheid, Read Arafat, een Palestijnse arts die in de jaren tachtig naar Roemenië kwam. Hij probeerde het geteisterde gezondheidssysteem te reanimeren. Dat worstelt met een onderbetaalde en corrupte staf. Wie niet betaalt, loopt de kans niet geholpen te worden of moet eeuwig wachten. Mensen die wel (kunnen) betalen, gaan voor.

Er is gebrek aan materiaal, soms het meest elementaire, zoals goede pleisters. Wie in het ziekenhuis ligt is afhankelijk van familieleden die voedsel en wc-papier meebrengen. De meeste dure medicijnen moeten door patiënten of hun familie zelf worden gekocht. Wie het zich kan veroorloven gaat naar een privékliniek. Duizenden artsen zijn naar het buitenland vertrokken, waar salarissen vaak het tienvoudige zijn van wat ze in Roemenië boven de tafel verdienen.

Arafat trad vorige week af uit protest tegen een wetsvoorstel om de eerste hulp deels te privatiseren. „Het hoogste doel moet zijn levens redden, niet geld uitsparen,” zei hij.

Met die opmerking raakte hij duidelijk een snaar. Roemenië is sinds 2009 met weinig anders bezig dan hervormen en geld besparen, begeleid door het IMF. Dat verstrekte samen met de EU en de Wereldbank een krediet van twintig miljard euro om een bankroet te voorkomen.

Dat is gelukt. Het Roemeens begrotingstekort is in 2011 teruggebracht tot 4,4 procent. De economie groeide met ongeveer twee procent, na een krimp van meer dan zeven procent in 2009. De nationale munt, de lei, is stabiel. De centrale bank wordt alom geprezen.

Om dit te bereiken zijn de btw verhoogd, ambtenarensalarissen met 25 procent verlaagd, en toeslagen op de ambtenarenlonen afgeschaft. Veel ambtenaren hebben eenderde tot vijftig procent ingeleverd, en moeten rondkomen van minder dan tweehonderd euro. Onderzoekers zeggen dat de armoede in het toch al arme land is gestegen. Het gemiddeld inkomen in Roemenie is 46 procent van EU-gemiddelde.

De parallel met Griekenland dringt zich op. Het belangrijkste verschil tussen de twee EU-landen is dat Griekenland de euro heeft. Daardoor heeft wat daar gebeurt, effect op de hele eurozone. Roemenië ligt aan de periferie. De groeiende armoede in het land heeft de afgelopen jaren amper internationale aandacht gekregen. Protesten leken mede daardoor tevergeefs en bleven relatief klein.

De regering, die geen duidelijke politieke kleur heeft, steunt op een kleine maar stabiele meerderheid. Pogingen van de oppositie om de regering onderuit te halen, hebben gefaald. De oppositie maakt er met name bezwaar tegen dat voor een deel van de wetten noodprocedures zijn gebruikt, zonder fatsoenlijke discussie vooraf in het parlement. In de praktijk was het woord van president Traian Basescu, die zich verschuilde achter vermeende opdrachten van het IMF, wet.

Eind vorige week trok Basescu het omstreden wetsvoorstel voor de zorg in. De rellen van de afgelopen dagen hadden echter vooral een sterk anti-Basescu karakter. Een deel van de demonstraties werd gehouden vóór het presidentiële paleis. Premier Emil Boc probeert de bevolking te sussen door begrip te tonen. „De crisis is strenger geweest dan we ons hadden voorgesteld, (maar) geweld kan niet worden getolereerd.” Maar intussen zit de pap wel tegen het plafond.