De crisis zit het wielerpeloton op de hielen

Het profwielrennen kampt met een tekort aan grote sponsors. Sommige topploegen zijn noodgedwongen gefuseerd, andere hielden ermee op. Aan het begin van het nieuwe seizoen maken renners en bestuurders zich zorgen. „De sport is gemondialiseerd, maar het businessmodel steunt nog op de slagerij op de hoek.”

Een jaar geleden ging de Spaanse wielerploeg Geox de wereld veroveren. Gloednieuwe truitjes en blinkende fietsen, dure kopmannen als Denis Mensjov en Carlos Sastre, een grote schoenenfabrikant als solide geldschieter. Maar binnen één seizoen geldt Geox als een pijnlijk voorbeeld van de crisis in het profwielrennen.

Nadat de dure ploeg niet werd uitgenodigd voor de Tour de France, besloot de sponsor te stoppen. De eindzege van Juan José Cobo in de Ronde van Spanje veranderde daar niets aan. De laatste hoop van renners en personeel was vorige maand gevestigd op – heel kenmerkend – een liefdadigheidsorganisatie. Maar de gesprekken tussen manager Joxean Fernández Matxin en de Organización impulsora de Discapacitados, een stichting die zich inzet voor gehandicapten op de Spaanse arbeidsmarkt, leverden niets op. De ploeg hield op te bestaan.

Vandaag is in het Australische Adelaide de Tour Down Under van start gegaan, het officiële begin van het nieuwe wielerseizoen. De achttien ploegen met een licentie voor de World Tour, de hoogste divisie in het internationale wielrennen, zijn weer in koers. Miljoenen fans verheugen zich op spectaculaire massasprints en heroïsche bergetappes, sponsoren hopen op succes en media- aandacht in de koers der koersen: de Tour de France.

Maar het gist in het peloton. Na dit seizoen is het geld op bij het Baskische Euskaltel, de oudste ploeg van het peloton, zo gaat het gerucht. De ploeg wordt mede gesponsord door de Baskische overheid en die moet – net als de rest van Spanje – zwaar bezuinigen als gevolg van de economische crisis. Een paar jaar geleden waren er nog vier grote Spaanse profploegen, straks misschien nog maar één. Website biciclismo.com telde vorige maand meer dan veertig werkloze Spaanse profrenners.

De wielerwereld vreest dat de problemen niet beperkt blijven tot Spanje. De meest succesvolle ploeg van vorig jaar, het Amerikaanse HTC-Highroad, is er niet meer bij in Adelaide. Eigenaar Bob Stapleton vond geen nieuwe sponsor voor de ploeg van de wereldkampioenen Mark Cavendish (weg) en Tony Martin (tijdrit).

Leopard-Trek, de Luxemburgse ploeg van de broers Andy en Fränk Schleck die vorig jaar met veel bombarie werd gelanceerd, fuseerde al na één seizoen noodgedwongen met RadioShack van ploegleider Johan Bruyneel en mede-eigenaar Lance Armstrong. Met alle onzekerheid van dien. Overbodige renners vonden elders onderdak, maar dat gold niet voor het personeel, zoals mecaniciens en verzorgers. In België gaat Quick-Step verder met Omega Pharma, tot vorig jaar partner van de Lottoploeg.

De samenvoegingen van de afgelopen maanden losten de meest nijpende problemen op. Het peloton is nog compleet, de goedbetaalde sterren blijven in koers. Maar het is de vraag of het ergste voorbij is. De economische crisis vergroot de onzekerheid, de noodklok wordt steeds vaker geluid.

De Waal Philippe Gilbert, de beste renner van vorig seizoen, erkende tegenover de Vlaamse krant Het Nieuwsblad dat het „heel slecht” gaat met zijn sport. „Geld en sponsors zijn steeds moeilijker te vinden.” De voorzitter van de Belgische wielerbond, Tom Van Damme, liet zich in vergelijkbare termen uit. „Dat er sponsors wegvallen is niet prettig, maar dat er geen enkele nieuwe hoofdsponsor opdaagt, dat is pas echt verontrustend”, vertelde hij in dezelfde krant.

Volgens Harold Knebel, directeur van de Nederlandse Rabobankploeg, loopt het traditionele businessmodel van het profwielrennen ten einde. Wielerteams dragen niet alleen de naam van de hoofdsponsor, zoals de Nederlandse ploegen Rabobank of Vacansoleil, ze zijn er volledig van afhankelijk. De teams geven het sponsorgeld ieder jaar uit en genereren geen eigen inkomsten. Knebel: „De sport is gemondialiseerd, maar het businessmodel steunt nog, bij wijze van spreken, op de slagerij op de hoek.” De constante spurt van het peloton, dat telkens op zoek moet naar nieuwe financiers, is volgens hem niet vol te houden.

Tom Davies, marketingdirecteur van de Taiwanese fietsfabrikant Giant, noemt de ondergang van het succesvolle team HTC-Highroad „een rode vlag voor ons allemaal”. Ook hij ziet een tekort aan grote sponsors in het profwielrennen. Davis: „We zijn aan het boren in het luchtledige.”

Alleen private geldschieters zijn nog bereid een ploeg op te zetten, stelt Davies. De nieuwe Australische ploeg GreenEdge – met de Nederlanders Pieter Weening, Sébastian Langeveld en Jens Mouris – wordt gefinancierd door miljonair Gerry Ryan, een van de rijkste mannen van het land. Een hoofdsponsor heeft de ploeg niet. De Zwitser Andy Rihs houdt Team BMC van Tourwinnaar Cadel Evans overeind. Quick-Step, met topaankoop Tony Martin, bestaat deels bij de gratie van de Tsjechische miljonair Zdenek Bakala.

Volgens Davies verkijken private investeerders zich vaak op de kosten. Een wielerploeg in de World Tour kost jaarlijks zo’n 10 miljoen euro, een topploeg 15 miljoen, vertelt hij. Het peloton fietst tegenwoordig ook in China, Canada, Australië en Oman. Om overal te starten moeten ploegen uit bijna dertig renners bestaan.

De financiers steunen een ploeg met een bankgarantie en een opstartpremie, in de hoop dat met successen de sponsors toestromen. Maar de Luxemburgse geldschieter Flavio Becca, de man achter Team Leopard-Trek van de broers Schleck en Fabian Cancellara, merkte dat geen sponsor zich aan zijn team wilde verbinden. Ondanks de tweede en derde plaats van de Schlecks in de afgelopen Tour, de grootste wedstrijd van het jaar. „Als de sponsor niet wordt gevonden, ontstaat druk om letterlijk tussen de 10 en 20 miljoen op tafel te leggen. Dat is andere koek”, stelt Rabodirecteur Knebel.

Het Nederlandse wielrennen lijkt de dans nog te ontspringen. De Raboploeg breidde dit jaar zelfs uit met een vrouwenteam rond wereldtopper Marianne Vos. Bij de ploegpresentatie vorige maand pasten de zeventig Raborenners niet eens op het podium van het auditorium in het Utrechtse hoofdkantoor van de bank.

Vakantiebedrijf Vacansoleil verhoogde dit jaar het budget van de gelijknamige wielerploeg en spreekt over een contractverlenging tot 2015.„Je moet het een aantal jaren volhouden om je merknaam te laten landen”, vertelde algemeen directeur Bart van der Linden toen Vacansoleil-DCM eerder deze maand werd voorgesteld in het Maastrichtse kasteel Vaeshartelt. Manager Iwan Spekenbrink van de derde Nederlandse profploeg, Project 1t4i (voorheen SkilShimano), maakt in maart zijn nieuwe hoofdsponsor bekend en hoopt met de Duitse sprinters Marcel Kittel en John Degenkolb op een uitnodiging voor de Tour.

„Het zijn maar drie hoofdsponsors, je kunt moeilijk zeggen dat het Nederlandse wielrennen economisch breed gedragen wordt”, nuanceert Spekenbrink het positieve beeld van het Nederlandse wielrennen. De ene investering moedigt wel de andere aan, zegt hij. En bovendien zit de sport in de lift. Na jaren van investeringen, stelt ook Rabobanks Harold Knebel, rijdt er nu een talentvolle generatie Nederlandse profrenners rond. Een goed verkoopargument.

Knebel, Spekenbrink en Van der Linden benadrukken dat wielrennen veel potentie heeft. Vergeleken met het sponsoren van een grote Europese voetbalclub die elk jaar in de Champions League speelt, kost een internationale wielerploeg in de World Tour een schijntje. De Ronde van Vlaanderen en de Tour trekken miljoenen fans, en ook het grote publiek kan met wielersponsoring worden bereikt. Nadat renner Johnny Hoogerland afgelopen zomer in de Tour werd aangereden door een volgauto, was het blauwe shirt van Vacansoleil niet alleen elke dag in sportprogramma’s zien, maar ook in het achtuurjournaal.

Is het wielrennen te afhankelijk van sponsoren? Van der Linden van Vacansoleil: „Het is een rare sport. Je kan geen entreekaartjes verkopen en ploegen delen niet mee in de opbrengst van de verkoop van tv-rechten. Teams zijn zo afhankelijk van sponsorinkomsten dat de onderneming gevaar loopt als de hoofdsponsor stopt.”

Knebel riep in zijn nieuwjaarstoespraak op tot grote veranderingen. Hij is kritisch over de besluitvorming van de internationale wielerunie UCI en de wedstrijdorganisatoren. „Het is voor sponsoren onduidelijk of grote investeringen ook leiden tot deelname aan grote wedstrijden: de organisatoren en de UCI hebben alle zeggenschap.” Hij wijst op de miljoeneninvesteringen van Geox die niet tot Tourdeelname hebben geleid.

„Financiers willen meer zekerheid”, stelt oud-bankier Knebel. Volgens hem zorgen de slepende dopingzaken rond Tourwinnaars als Lance Armstrong en Alberto Contador ook voor onzekerheid bij sponsoren. Knebel: „Er zijn nu veel minder dopinggevallen, maar de juridische nasleep van oude incidenten bepalen nog mede het beeld.”

De directeur van de Raboploeg vindt ook dat de teams moeten meedelen in de verkoop van mediarechten, zoals voetbalclubs hun deel krijgen van de tv-inkomsten van de Champions League. „De inkomstenstroom van wielerploegen moet evenwichtiger worden”, zegt Knebel.

Spekenbrink van Team 1t4i geeft collega Knebel grotendeels gelijk. Maar voor een echte omslag, zegt hij, moeten de wielerploegen het eerst samen eens worden. „Op dit moment vormen de teams geen collectief.” De verdeeldheid is zo oud als het wielrennen zelf.

Knebel wijst op het in zijn ogen „onbegrijpelijke” puntensysteem van de UCI. Wielrenners scoren individueel punten met hun resultaten. Ploegen worden niet beloond, maar zijn voor hun World Tour-licentie wel deels afhankelijk van de wedstrijdpunten van de renners.

„Er is daarom veel concurrentie om renners, wat de prijs opdrijft”, zegt Knebel. Wielerploegen moeten steeds dieper in de buidel tasten om goede renners aan te trekken met wie ze aan de top kunnen blijven. En dat terwijl de crisis het wielerpeloton op de hielen zit. Knebel: „We moeten de komende tijd heel goed kijken hoe onze sport betaalbaar kan blijven. En wie het gaat betalen.”