Chemiereus BASF staakt gentech in Europa

De tegenstand tegen genetisch gemodificeerde gewassen is in Europa zo groot, dat chemieconcern BASF zijn GM-divisie op dit continent sluit en overplaatst naar de Verenigde Staten.

De Duitse chemiereus BASF gooit de handdoek in de ring. Het bedrijf zet de ontwikkeling van genetisch gemodificeerde (GM) gewassen in Europa stop en verhuist de hele divisie naar de Verenigde Staten.

De politieke en maatschappelijke tegenstand tegen de ontwikkeling van gewassen die door genetische ingrepen beter bestand zijn tegen bepaalde ziektes, is in Europa zó groot, dat BASF er geen brood meer ziet, verklaarde GM-directeur Stefan Marcinowski gisteren.

Marcinowski beklemtoonde dat het bedrijf blijft geloven in de ontwikkeling van groene biotechnologie en deze cruciaal acht voor de 21ste eeuw. „Maar er is in Europa onvoldoende steun voor deze technologie onder consumenten, landbouwers en in politieke kringen.”

De milieubeweging Greenpeace reageerde meteen enthousiast. Een woordvoerder stelde vast dat BASF hiermee toegeeft dat „Europeanen terecht geen GM-gewassen willen”. Greenpeace stelt dat ook op andere plaatsten in de wereld de weerstand groeit tegen voedsel verkregen uit GM-gewassen.

Vorig jaar weigerde India toestemming voor het op de markt brengen van een genetisch gemodificeerde aubergines. Volgens Geenpeace is in China de verkoop van bepaalde GM-rijst op de lange baan geschoven. En ook in de Filippijnen en Thailand zouden er problemen zijn met GM-rijst.

Aan de universiteit van Wageningen, waar ook genetisch gemodificeerde gewassen worden ontwikkeld, is teleurgesteld gereageerd. Een bedrijf als BASF is een „belangrijke innovatiepool”, zegt plantonderzoeker Bert Lotz. Hij noemt het besluit van het Duitse chemieconcern een klap voor de wetenschap. „Met name voor de verduurzaming van de landbouw”.

Lotz wijst erop dat de ontwikkeling van GM-gewassen het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw sterk kan verminderen. De universiteit van Wageningen gaat zelf door met de ontwikkeling van een aardappel die bestendig is tegen de aardappelziekte phytophthora. Volgens Lotz verloopt de dialoog tussen voor- en tegenstanders van GM-gewassen in Nederland „constructiever” dan in Duitsland.

Het besluit van BASF betekent het einde van de Amflora-aardappel in Europa. Na dertien jaar van onderzoek kreeg deze zetmeelaardappel, die gebruikt wordt in de papierindustrie en dus niet voor consumptie, in 2010 groen licht van de Europese Commissie voor commerciële toepassing. Maar die is niet van de grond gekomen. In 2011 werden zo goed als geen aardappels verkocht.

Een jaar eerder was de productie van de Amflora-aardappel in opspraak geraakt, omdat er tussen de pootaardappelen van deze soort in Zweden per ongeluk ook aardappelen bleken te staan van een nog niet goedgekeurd soort: de Amadea.

Ook het feit dat het federale constitutionele hof in Duitsland de gentechniek heeft bestempeld als „technologie met een hoog risico” voor de gezondheid, was een tegenslag voor het bedrijf.

Volgens directeur Marcinowski heeft BASF in totaal 1,2 miljard euro gestoken in de ontwikkeling van gentechnieken. Daarmee is tot nog toe alleen bescheiden succes geboekt in Noord- en Zuid-Amerika. In Zuid-Amerika heeft BASF een GM-sojaboon op de markt weten te brengen en in Noord-Amerika een soort maïs die bestand is tegen droogte.

De verhuizing naar de Verenigde Staten gaat minstens 140 arbeidsplaatsen kosten. Proefvelden in Duitsland en Zweden gaan dicht. In Gent en Berlijn blijven onderzoekers actief voor de Amerikaanse markten.