Bonden op zoek naar binding

Vroeger zat een vakbondsfunctionaris aan de keukentafel om de contributie op te halen, zei bestuurskundige Wim van de Donk in 2010 in de feestbundel bij het zestigjarig bestaan van de Sociaal-Economische Raad (SER). „Hij hoorde de verhalen en wist wat er speelde in de achterban. Die binding is weg.”

Nieuwe vormen van binding vinden met werkend Nederland is de missie van de vakcentrales FNV (1,4 miljoen leden) en CNV (340.000 leden). De twee centrales en hun aangesloten bonden kampen al jaren met de weerslag van maatschappelijke trends, zoals de individualisering, de krimp van hun traditionele machtsbases in bijvoorbeeld de industrie en hun vergrijzend ledenbestand. De vakbeweging is daardoor steeds minder representatief als vertegenwoordiger van werknemers.

Bij de FNV heet de zoektocht De Nieuwe Vakbeweging. Vijf kwartiermakers zijn onder leiding van Tweede Kamerlid Jetta Klijnsma (PvdA) aan de slag. De Nieuwe Vakbeweging wil zich organiseren op basis van beroepen. Hoe dat eruit zal zien, is nog onduidelijk. Maar het zal zeker meer kleinere bonden in een decentrale structuur opleveren.

De vernieuwing komt niet spontaan. Aan De Nieuwe Vakbeweging ging een lange strijd vooraf over de invloed van de bonden op het centrale beleid en over het pensioen van de toekomst. Het CNV is nog niet zo ver, maar kampt ook met bonden die met vertrek dreigen, zoals politiebond ACP.

De herschikking van de twee vakcentrales zal zich doen voelen in het sociaal-economisch overleg, in de politiek en in de economie. Als een van de partners in het sociaal-economisch topoverleg in de SER in beweging is, of het om nu werkgevers, kabinet of vakbeweging gaat, voorspellen sommigen het einde van het zogeheten poldermodel. Tevergeefs. Het overleg is een constante, het verschil zit in de vorm van het overleg en de onderwerpen die op tafel komen.

De herschikking heeft wel politieke gevolgen. Niet voor niets kent De Nieuwe Vakbeweging ook een kwartiermaker van SP-huize, een nieuwe bondgenoot naast de PvdA. Daarmee is de geslaagde ‘inbraak’ van de SP bij de FNV een feit. Het is natuurlijk de vraag of parlementariër Klijnsma hier een tijdelijke, intensieve nevenfunctie moet ambiëren. Maar haar werk is wel een vorm van nuttige maatschappelijke binding buiten de Haagse ‘kaasstolp’.

De afbrokkelende macht van de vakcentrales betekent dat Nederland een doorsnee Europees land wordt, waar de werknemersbelangen aan de basis worden behartigd. Werkgevers zullen zich instellen op meer ‘vechtonderhandelingen’ met nieuwe bonden die zich willen bewijzen. Maar Nederland zit, gezien de economische krimp en de noodzakelijke staatsschuldreductie, niet te wachten op langdurige sociale onrust.