Banken halen Oostenrijk onderuit

Het probleem van Oostenrijk lijkt meer op dat van Ierland dan op dat van Italië. Het besluit van kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (S&P) om het land zijn AAA-kredietstatus te ontnemen, werd niet ingegeven door problemen in de Oostenrijkse economie: de betalingsbalans staat in de plus, en het begrotingstekort en de staatsschuld zijn bescheiden van omvang. Maar de Oostenrijkse banken verkochten in eigen land en in het buitenland ondeugdelijke hypotheken in buitenlandse valuta’s. Daar betaalt het land nu de prijs voor.

Anders dan de Italiaanse kampt de Oostenrijkse economie niet met het probleem dat haar concurrentiekracht op de langere termijn tekortschiet. Hoewel het nooit veel grote internationale bedrijven heeft gekend, is de positie van het land als tussenstation voor Midden-Europa enorm versterkt door de val van het communisme en de restauratie van de historische handelsbanden met de buurlanden.

In 2010 was het Oostenrijkse bruto binnenlands product (bbp) in termen van koopkracht na dat van Luxemburg het hoogste van de hele Europese Unie. Er zijn ook geen aanwijzingen dat de hoge inkomens de concurrentiekracht van het land hebben ondermijnd.

Net als in Ierland is de banksector het werkelijke probleem van Oostenrijk. De banken hebben hun uitgebreide netwerk in Oost-Europa benut om hypotheken in buitenlandse valuta’s aan de man te brengen – een evident ondeugdelijk product, omdat het inkomen van de debiteuren geheel uit binnenlandse valuta’s is opgebouwd.

Zelfs in Oostenrijk zelf, dat profiteert van de lage rente in de eurozone, hebben de huishoudens in totaal voor 41,2 miljard euro geleend ter financiering van vastgoedaankopen in buitenlandse valuta’s, grotendeels Zwitserse franken.

Forse verliezen op deze leningen zijn onvermijdelijk. Hongarije, waar tweederde van de hypotheken in Zwitserse franken is afgesloten, heeft de aansprakelijkheid van de huiseigenaren beperkt tot 180 forint per frank, terwijl de wisselkoers momenteel 257 forint per frank bedraagt. De EU heeft geprotesteerd, maar daar hebben de Oostenrijkse banken in financieel opzicht niets aan.

In totaal hadden deze banken in juni 2011 in Zuidoost-Europa, met name in Hongarije en Kroatië, 225 miljard euro uitstaan. Dat komt overeen met ongeveer 60 procent van het bbp van Oostenrijk in 2010. Elke nieuwe reddingsoperatie voor een lidstaat van de eurozone kan de Oostenrijkse staatsschuld – die momenteel 72 procent van het bbp bedraagt – al snel boven de drempel van 80 procent doen uitkomen, die S&P hanteert voor een eventuele verdere verlaging van de kredietstatus.

Oostenrijk heeft een van ’s werelds meest aantrekkelijke economieën, waarvan het beheer over het algemeen in orde is. Maar de banken van het land halen die economie door hun domme optreden onderuit.

Martin Hutchinson

Vertaling Menno Grootveld