Anno 2012: laat je scheren met een scherp mes

Jongen mensen maken oude ambachten weer hip.

Bertus en Leen werken als barbier. Bart Duivenvoorden maakt maatschoenen. En Emmie Wolting naait Victoriaanse korsetten.

Stap de winkel van Bertus en Leen in Rotterdam binnen en je waant je in de jaren 20 van de vorige eeuw. Mannen met klodders scheerschuim op de wangen laten zich met scherpe messen scheren.

Vorig jaar besloten de twee vrienden (die vanwege hun secuur doordachte imago niet met achternaam in de krant willen: „Noem ons maar Bertus en Leen Barbier”) eigenhandig het bijna uitgestorven ambacht van barbier nieuw leven in te blazen. Bij Schorem Haarsnijder en Barbier geen modern gedoe met tondeuses en scheerapparaten, er wordt ouderwets geknipt en geschoren.

Bertus (37) was vastbesloten het ambacht van barbier in eren te herstellen. „Het ging met het kappersvak helemaal de verkeerde kant op. Kappers zijn geen kappers meer, maar haarstylisten. Ze kijken meer naar zichzelf in de spiegel dan naar de klant. En voor mannen was het vreselijk, niemand beheerst meer het traditionele herenvak. Mannen krijgen bij kappers allemaal hetzelfde quasihippe kapsel aangemeten, met zo’n vreselijke spuuglok voor de ogen.”

Bertus en Leen, geschoolde kappers, stortten zich op het vergeten ambacht, maar dat bleek nog niet zo makkelijk. Met vergeelde schoolboeken en een studiereis naar een oude traditionele barbier in Ierland maakten de mannen zichzelf het vak eigen. „Niemand wist meer hoe je een handdoek juist omknoopt, een open mes hanteert of scheerschuim maakt.’’

Nu leiden de Rotterdammers zelf een nieuwe generatie barbiers op. „Een ambacht leer je in de praktijk, van een leermeester.’’ De zaak loopt goed en Bertus en Leen kunnen de drukte naar eigen zeggen bijna niet aan. „In het begin vonden klanten het vervelend om lang te wachten. Maar inmiddels zijn ze eraan gewend dat het bij ons zo werkt. Wij nemen de tijd voor elke klant, dat hoort erbij. Mensen moeten weer leren dat handwerk tijd kost.’’

Ook de 29-jarige Bart Duivenvoorden blaast een vergeten ambacht nieuw leven in. Als derde generatie in een familie van schoenmakers wist hij de volgens aloude methode vervaardigde maatschoen weer trendy te maken. Duivenvoordens opa maakte maatschoenen, zijn vader en oom stapten over op schoenreparaties. Als tiener werkte hij in de winkel van zijn vader, tot hij besloot het ambacht van zijn grootvader op te pakken. „Ik wilde niet dat het vak helemaal zou verdwijnen.” Twee jaar geleden begon hij zijn eigen maatschoenenatelier Duivshoes in Haarlem. „Ik had al veel ervaring uit de zaak van mijn vader en met de nalatenschap van mijn opa, de kennis die hij zijn zoons vroeger bijbracht, heb ik het vak mijzelf eigen gemaakt.”

Het liep niet direct storm. „Mensen wisten niet eens dat het nog kon, maatschoenen laten maken. Maar dankzij mond tot mondreclame ging het langzaam maar zeker lopen.’’ Nu hoort Duivenvoorden volgens kenners bij de beste maatschoenenmakers van Nederland, laat een keur aan hippe BN’ers onder wie Maik de Boer en Jack Spijkerman zijn schoeisel door hem ontwerpen en geeft hij les aan de vakopleiding ambachtelijk schoenmaken in Utrecht. En hij zit tot mei vol. „Als je kwaliteit levert, gaat het vanzelf goed.”

Emmie Wolting (30) keek als kind uren naar ‘mooie jurken films’ als Sissi en Pride and Prejudice. „Toen besloot ik: als ik ooit leer naaien, ga ik Victoriaanse korsetten maken.” Maar dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. „Het met de hand maken van korsetten is echt een verloren vak.” Het was heel moeilijk om aan de juiste informatie en materialen te komen. „De baleinen bijvoorbeeld waren vroeger van walvisbot. Dat kun je echt nergens meer krijgen.” Uiteindelijk kon Wolting in de leer bij een kleermaker en wist ze een oud patroon uit 1890 op de kop te tikken.

Vijf jaar geleden begon ze in Kortenhoef haar eigen atelier onder de naam Tante Emmie. Haar passie is geen goudmijn. „Een handgemaakt korset is heel kostbaar. Daar komen geen massa’s vrouwen op af. Maar ik hou van dit prachtige ambacht en wil het graag in leven houden.” Vooralsnog leeft Wolting van het ontwerpen van theaterkostuums en het geven van naaicursussen.

Ook de 27-jarige Leon Kuyt hoopt een ambacht van de ondergang te redden. Hij werkt als ambachtelijk brouwer bij het Haarlemse Jopen Bier. Tijdens zijn studie levensmiddelentechnologie belandde Kuyt bij een kleine, traditionele brouwerij. „Het is heel boeiend om met natuurlijke ingrediënten en oude methodes zo’n mooi product te maken.” Omdat het brouwersvak in Nederland uitsterft, was het niet makkelijk een baan te vinden, maar de hij wilde per se van zijn passie zijn werk maken. „Dit prachtige vak moet blijven bestaan. Bij Jopen solliciteerde ik als kok. Ik dacht, dan ben ik maar binnen.” Vanuit de keuken stroomde Kuyt door naar de brouwerij. Daar leert hij nu het vak van professionele brouwers.

Trendwatcher Hilde Roothart van Trendslator signaleert al een aantal jaar een groeiende vraag naar ambachtelijk vervaardigde producten. „Er is zo veel overvloed, alles is te koop. De interesse van de consument verschuift naar producten die uniek en persoonlijk zijn. Mensen willen zich onderscheiden met producten die ambachtelijk zijn vervaardigd, waar veel tijd en aandacht aan is besteed.” Ook bij de producenten bemerkt ze die verschuiving. „Ontwerpers voelen zich miskend, ze willen meer nadruk op hun ambacht. Steeds meer van dit soort initiatieven dwingen ons oog te hebben voor de kwaliteit van producten en het vakwerk waarmee het is gemaakt.” Dat blijkt volgens Roothart ook uit de opkomst van ambachtsscholen, die de laatste jaren bezig zijn aan een comeback.

De jonge ambachtslieden herkennen zich in het beeld van de trendwatcher. Bertus: „Consumenten willen de kleine, persoonlijke winkeltjes terug. Ze willen geen eenheidsworst meer, maar origineel, traditioneel handwerk.” Leon Kuyt: „Een ambachtelijk product heeft zoveel meerwaarde. Het is bijna kunst.’’