Wilhelmina had weinig aandacht voor lot Joden

Universitair docent geschiedenis Bart van der Boom stelt dat koningin Wilhelmina tijdens haar ballingschap in Londen waarschijnlijk niet op de hoogte is geweest van de Jodenvervolging (Opinie, 10 januari). Waaruit haar passieve en lauwe houding te verklaren zou zijn.

Ik geloof niet in de stelling van Van der Boom. Onderzoek voor een boek dat ik over koningin Wilhelmina geschreven heb, heeft mij tot de overtuiging gebracht dat zij al ver voor de oorlog weinig of geen belangstelling voor het lot van de Joden had.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog herbergde Nederland één miljoen vluchtelingen uit België, waaronder de complete Joodse bevolking van Antwerpen. Wilhelmina heeft ze gedurende hun verblijf hier tussen 1914 en 1918 niet éénmaal bezocht. In 1936 zat Wilhelmina tijdens de Olympische Winterspelen in het Duitse Garmisch-Partenkirchen naast Hitler op de eretribune. Terwijl toen in Duitsland de eerste concentratiekampen al open waren.

Wilhelmina had een hoger doel te dienen. Zij moest prins Bernhard zur Lippe-Biesterfeldt (lid van Hitlers NSDAP) koppelen aan haar dochter Juliana.

In dat kader stond Wilhelmina ook toe dat een galaconcert aan de vooravond van het huwelijk van Juliana en Bernhard – nu 75 jaar geleden – geopend werd met Hitlers partijlied, het antisemitische Horst Wessellied. Hitler had dit zo bevolen, Wilhelmina boog het hoofd.

Ook blokkeerde Wilhelmina persoonlijk al in 1934 de bouw van een kamp voor Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland, op de heide bij Ermelo. Hare Majesteit vond dit te dicht bij haar zomerpaleis Het Loo.

Bert van Nieuwenhuizen

Auteur van het boek Wilhelmina, vorstin op een te hoog voetstuk, Zeist