Te veel nadruk op begroting, te weinig op solidariteit

Voor ambtenaren in Brussel was de afwaardering van negen eurolanden geen verrassing. ‘Het sterkere noodfonds is er nog steeds niet en Griekenland mist al zijn doelstellingen.’

Drie, vier weken lang leefden sommige Europeanen in de illusie dat het ergste misschien voorbij was. In de kranten stonden wat voorzichtig optimistische berichten. Over een nieuwe bankencrisis die was afgewend door de Europese Centrale Bank (ECB). Over goede dingen die de nieuwe premier van Italië deed. Over het nieuwe verdrag voor eurolanden, dat bijna klaar is.

Maar in Brussel, waar onderhandelingen over beter management van de eurozone worden gecoördineerd, wisten ze wel beter. De massale afwaardering van negen eurolanden kwam vrijdag voor veel Europese ambtenaren niet uit de lucht vallen. Het bevestigde hen juist in de mening dat de regeringsleiders op hun laatste top in december met een boog om de echte problemen waren heengelopen. In Brussel zeggen velen precies wat kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (S&P) als verantwoording van de afwaarderingen geeft: de eurozone focust te veel op begrotingsdiscipline en bezuinigingen, en te weinig op solidariteit.

„Keer op keer”, zegt één hunner, die anoniem wil blijven, „beloven eurolanden een groter noodfonds dat staatsobligaties kan opkopen, en een definitieve oplossing van het Griekse probleem. In plaats daarvan werken wij aan een nieuw verdrag over begrotingsdiscipline en sancties, een bijna-exacte kopie van wetten die we zes maanden geleden hebben aangenomen. Het sterkere noodfonds is er nog steeds niet en Griekenland mist al zijn doelstellingen. Er is iets mis met onze prioriteiten.” Geen wonder dat de euroministers van Financiën volgende week maandag, en de regeringsleiders een week later (voorzover Belgische stakers het toelaten) voor de zoveelste keer vergaderen over deze twee problemen.

Misschien is het goed dat S&P de botte bijl weer gebruikt, redeneren sommigen. Komt Europa niet altijd vooruit tijdens crises? Regeringsleiders kiezen alleen voor meer samenwerking als ze echt niet anders kunnen.

Een andere functionaris zegt: „Voor solidariteit heb je een politieke beslissing nodig. Dat vereist moed in noordelijke landen. Zonder heftige druk van kredietbureaus durven de regeringsleiders niet wéér langs parlementen om geld te vragen. Zij haten de kredietbureaus. Maar als de bureaus niet bestonden, hadden ze ze moeten uitvinden.”

In oktober beloofden regeringsleiders het noodfonds EFSF met technische hefboomtrucs een slagkracht te geven van 1.000 miljard euro. Ook zou het fonds, dat nu alleen leningen doorsluist naar Portugal en Ierland, staatsobligaties van eurolanden mogen opkopen. Dan zouden beleggers de rentes op staatsleningen niet meer zo torenhoog kunnen opdrijven, zoals nu met Spanje en Italië.

Intussen verstrijken de maanden, en nog is het niet geregeld. Het EFSF kreeg vrijdag (nog) geen downgrade. Maar het drijft op de financiële reputatie van eurolanden, en dus is het EFSF vanaf nu wéér duurder uit. Als je de slagkracht niet vergroot, wordt die vanzelf kleiner.

Daarom houden de Amerikanen de Europeanen steeds voor: ‘Bouw een superfirewall! Hoe hoger die is, hoe groter de kans dat je hem nooit hoeft aan te spreken. Maak je hem kleiner, dan gaan de markten hem testen.’ Maar Duitsland levert de grootste bijdrage aan het fonds. Bondskanselier Angela Merkel dicteert wat er gebeurt in de eurozone. Zelfs afgelopen dagen heeft Merkel geen enkel signaal gegeven dat ze bereid is er een schep bovenop te doen. Een hoge functionaris zegt: „Ik kan Merkel niet meer volgen. De eurozone bezwijkt onder de problemen, en het enige waar zij over praat is begrotingsdiscipline.”

Door deze eenzijdige focus, zeggen velen in Brussel, groeit ook het probleem-Griekenland. De economie is kapot bezuinigd. Beleggers zijn gevlucht door dreigementen met haircuts. Het land betaalt wel braaf de torenhoge rentes op leningen van andere eurolanden – Nederland en Duitsland hebben nog geen cent verloren. Als de tweede monetaire macht ter wereld zo’n klein economietje niet overeind kan houden, concluderen beleggers, dan zal het met grotere economieën (Italië, Spanje) helemaal spaaklopen.

Daniel Gros, directeur van de denktank Ceps, schreef laatst dat er genoeg spaargeld in de eurozone is om de crisis morgen te stoppen. Als je dit niet inzet, woekert ze door en wordt ze steeds erger en steeds duurder. Maar ja, schrijft Gros, „grote imperia storten zelden in door druk van buiten. Meestal bezwijken ze aan onderlinge geschillen. Dit kan ook de eurozone overkomen.”

Daarmee is de toon voorlopig weer gezet. Aan politiek drama zal het komende weken niet ontbreken.