Slim zijn werkt averechts

Is Het Niet Vreselijk? Bij de bushalte, in de sauna, op de radio en in de boezem van de intellectuele elite zwelt de verontwaardiging aan. Is het niet afschuwelijk? Schande, zegt men in welingelichte kringen, dat de regering niet met een verklaring is gekomen. En ik, altijd gespitst op de morele verwerpelijkheden in de wereld, wil natuurlijk niet achterblijven en dus staat het vandaag in de krant. Want zeg nu zelf. Is. Het. Niet. Vreselijk.

Psychiater Eric Berne beschreef in zijn klassieke boek Games people play de sociale spelletjes die mensen, vaak onbewust, met elkaar spelen in de hoop op beloning. ‘Ain’t It Awful?’ was een van die spelletjes: volgens een vaststaand script roep je tegen elkaar hoe akelig het is, de crisis, de hufterigheid van al je medemensen, de onbetrouwbaarheid van allen in de politiek, en als beloning lijk je zelf meteen veel fatsoenlijker. Je moppert wat op de onderdrukking van de vrouw, en kijk, je lijkt verdorie Nelson Mandela wel.

In het weekend ging ik op zoek naar een boek over moraal om er de crisis mee op te lossen. Terwijl ik een beetje in mijn boekenkast scheumde, dwarrelde een vergeeld schriftblaadje omlaag. De kladversie van een brief over moraal die ik als student ooit stuurde aan een directeur van de Steenkolen Handels-Vereeniging. Kennelijk had de directeur me gevraagd naar „het winstgevend karakter van moreel gedrag”. En ik was zo vriendelijk geweest hem te antwoorden met een brief over speltheorie.

Op dat speltheoretische kladje uit mijn boekenkast ging het niet over de retorische spelletjes van Eric Berne. Niet over de goede sier die je kunt maken door moreel verontwaardigd te zijn. Dat wil zeggen dat moraal hier niet als voordelig naar voren werd geschoven omdat je, hoog verheven boven de situatie, je superieur aan anderen kunt voelen. Het ging juist heel laag-bij-de-gronds om de morele overwegingen die je gebruikt om in de situatie zelf tot keuzes en handelingen te komen.

De speltheorie richt zich namelijk niet op ‘spelletjes’ in de Haagse betekenis van dat woord, maar op het spel als een vorm van strategisch denken. Zodra de uitkomst van een situatie niet alleen afhangt van je eigen beslissing, maar ook van die van anderen, zul je een strategie moeten bepalen. Anticiperen op het gedrag van die anderen. Erop anticiperen dat zij anticiperen op jou. En al dat wederzijds anticiperen en beslissen bij elkaar opgeteld heet een ‘spel’.

Met het gezag van de twintigjarige schreef ik indertijd dat in zulke strategische situaties morele principes heel winstgevend kunnen zijn, geld kunnen opleveren, profijt en nut. Niet dat die winst volgens filosofen altijd de reden is voor de morele keuze, maar de voordelen zijn „een functie van de opofferingen die het morele systeem van principes aan zijn aanhangers oplegt”. En omdat dat ingewikkeld klonk, gaf ik de baas van de multinational een paar voorbeelden. Ik beschreef een situatie waarin een offer van één mens leidt tot profijt voor iedereen.

Nu weet ik niet zeker of die twintigste-eeuwse brief van mij indruk heeft gemaakt in kringen van handelsverenigingen. Of het denken over opoffering er een hoge vlucht door heeft genomen. Wat in ieder geval niet breed in bedrijf en samenleving is doorgedrongen, is het speltheoretische inzicht dat slim zijn soms averechts werkt. Want ook dat was de les van de voorbeelden uit de brief: wil je elkaar allemaal onderling intelligent aftroeven, dan eindig je soms gezamenlijk in de goot.

Zoals gezegd ging ik op zoek naar een boek over moraal om een eind aan de crisis te maken. De laatste jaren ben ik er namelijk steeds sterker van overtuigd geraakt dat we aan de ratio ten onder gaan. Aan onze pogingen slim te zijn. En efficiënt. En zakelijk. Spreek je ze afzonderlijk, dan hebben weldenkende mensen tegenwoordig de mond vol van waarden; maar in een strategische situatie zijn ze meteen weer bang dat anderen van hun weldenkendheid zullen profiteren. En dan worden ze dus hopeloos slim.

Zien ze dat een ander zich als free rider gedraagt en alles gratis wil, dan willen ze ook alles gratis. Als er één het nieuws gratis volgt, wil iedereen het nieuws gratis; als de één zijn winst verdriedubbelt, wil de ander ook verdriedubbelen. En zo, doordat niemand stommer wil zijn dan een ander, verdwijnen nieuwsvoorzieningen, worstelen winkels, worden huisartsen opgejaagd door de tucht van de markt, alles in het land gaat failliet en verloedert en verpaupert want God verhoede dat je te veel betaalt. Is Het Niet Vreselijk? Ja, het is vreselijk. Maar het is onze eigen schuld.

Het wachten is nu op het opvlammen der offervaardigheid. „Zijt gij dan met mijn dood geholpen, neemt mijn lichaam, snijd dat aan stukken, ende deylt daar van soo veele als strekken mach, ik bens getroost”, zei de Leidse burgemeester Pieter Adriaansz. van der Werff ooit tegen zijn burgers. Kijk, zo los je een crisis op. Niet met efficiëntie, maar met een aanbod. De eerste Europese of nationale politicus die dit voorbeeld volgt, krijgt mijn stem.