Samenzang van links is nog een aarzelend experiment

Drie linkse politieke partijen bogen zich over nadere samenwerking. Voorlopig loopt het niet zo’n vaart. En zouden D66 en ChristenUnie niet moeten meedoen?

Zanger Jan Rot experimenteerde afgelopen zaterdag met een zaal vol PvdA’ers, SP’ers en GroenLinksers. Hij liet ze meerstemmig zingen, iedere politieke partij een eigen stem. Hij zong er zelf een vierde stem bij: „God sta me bij als je mij de deur wijst.”

De melodie is van de Beach Boys, de vrije vertaling van hemzelf.

Het ging mis, heel erg mis. Als Rot even niet in de microfoon zong, was er geen lied te horen, alleen zijn gitaar. Zingen, waarin socialisten van het eerste uur ooit uitblonken, was hier een moeizaam gemompel.

Het roept vragen op over saamhorigheid. Hoe is die te creëren? Door gezamenlijke bijeenkomsten, zoals zaterdag in Nijmegen? Door gezamenlijk opgestelde actieplannen ter bestrijding van de crisis? Wat maakt eenheid? Wie de zaal hoort terwijl Rot ze aanmoedigt, ziet dat er nog een lange weg te gaan is voor links de gelederen sluit.

Volgens Rot zelf viel het wel mee. „Sterker, ik vond dat het behoorlijk goed ging.” En, als een heuse politicus: „De zaal toonde een zin voor cultuurbehoud die ik bij dit kabinet juist node mis.”

Rot: „Ja, dat is een goede zin, hè?”

Het mooie van zo’n experiment, zegt Rot, is dat ieder zijn eigen stem moet houden voor een mooi resultaat. Maar het is óók noodzakelijk dat iedereen samen zingt, goed naar elkaar luistert. „Als je mijn persoonlijke mening vraagt: links is te versplinterd. Ik houd meer van één partij met verschillende vertakkingen dan van drie losse partijen.”

Rot had een goede zaterdag. Hij zag hoe Cohen tijdens zijn vier liederen bij het podium bleef staan, om te luisteren. „Dat zie je niet vaak, zeker niet als ze ook gewoon weg kunnen. Toen wist ik weer: hem wil ik als leider van het land.” Rot stemde bij de laatste verkiezingen PvdA.

Zijn goede humeur is begrijpelijk. De bijeenkomst was aantrekkelijker en gestroomlijnder dan die eerste keer, in Amsterdam. De naam van de gelegenheid drukte die vooruitgang al uit: van ‘De Brakke Grond’, toen, naar ‘De Vereeniging’, nu.

Er wordt zelfs gelachen. Als de leiders het actieplan presenteren, vraagt spreekstalmeester Astrid Joosten: „En wie gaat het betalen?” De drie leiders willen elkaar graag het woord geven. De zaal buldert.

Nog zo’n moment: op het podium staat het plan uitgeschreven op een groot doek van vier bij twee meter. De leiders gaan het tekenen. Jolande Sap (GroenLinks) zet haar handtekening rechts op de poster, onbewust van de symbolische betekenis daarvan. Job Cohen (PvdA) heeft het wel door. Hij wikt en loopt vervolgens naar het midden. Emile Roemer (SP) kijkt de zaal vragend aan, strekt zijn hand zo ver mogelijk uit naar links en loopt die kant op om de poster te tekenen. De aanwezige SP’ers vinden het prachtig.

Alleen Sap zegt D66 en ChristenUnie op de bijeenkomst te missen. Ze wenst ze „de moed” om zich aan te sluiten. D66 heeft dan al laten weten dat het plan niet deugt. Het staat vol met „tijdelijke lapmiddelen” en het staaft D66 in de opvatting dat „er geen links alternatief” moet komen voor dit kabinet. Wel: „Structurele hervormingen vanuit het radicale centrum.”

Gelukkig is er een bekende Nederlander die de zaal als geestverwant herkent, tenminste deze week: het staatshoofd. De zaal klapt hard als de reactie van de koningin („onzin”) op een van de opmerkingen van PVV-leider Geert Wilders in herinnering wordt gebracht.

Jan Rot: „Laat ze nu ook maar één partij worden. Dat scheelt mij denkwerk bij de volgende verkiezingen.”