Ratings van politieke onmacht

In Frankrijk heeft het verlies aan kredietwaardigheid vooral binnenlands politieke betekenis. Dat kredietbeoordelaar Standard & Poor’s honderd dagen voor de presidentsverkiezingen heeft vastgesteld dat Franse staatobligaties niet meer de veiligst denkbare belegging (triple A) zijn, heeft tot opwinding geleid bij de spindoctors in Parijs. Centrale vraag: is deze degradatie een doodklap om een hoekje voor president Sarkozy of heeft hij genoeg tijd om zich in de campagne te herstellen?

Deze reactie ligt voor de hand. President Sarkozy heeft van de triple A-status vorig jaar zijn politieke handelsmerk gemaakt. Frankrijk is, naast Duitsland, het voornaamste plechtanker voor het noodfonds, de European Financial Stability Facility (EFSF). Bovendien heeft de Franse regering in het verleden kritiek geuit op met name Standard & Poor’s en ooit geopperd om een Europese tegenhanger van de drie Amerikaanse rating agencies in de markt te zetten. Sarkozy krijgt nu zijn trekken thuis.

Dat Moody’s nog niet volgt met afwaardering is een schrale troost. Want de resonans van de afwaardering gaat veel verder dan Frankrijk. Standard & Poor’s heeft maar liefst negen landen uit de eurozone een stapje teruggezet en een negatieve prognose in het vooruitzicht gesteld voor alle lidstaten op twee na: Duitsland en Slowakije. Alleen Duitsland kan dit jaar uit gaan van triple A.

Ook Nederland moet rekening houden met degradatie. Nederland is nu nog een van de vier resterende kredietwaardigste eurolanden. Maar Standard & Poor’s heeft slecht vooruitzichten. De kans dat die uitmonden in degradatie is één op drie.

Deze voorspelling komt niet voort uit Amerikaanse vooringenomenheid. Door hun falen aan de vooravond van de kredietcrisis in 2008 zijn de agencies sneller somber gestemd. Dat is waar. Maar dit staat los van patriottisme. Vorig jaar verloren ook de Verenigde Staten hun triple A.

Deze afwaarderingen komen evenmin uit de lucht vallen. Ze weerspiegelen een reële crisis. De agencies zijn negatief omdat Amerika zowel als Europa geen adequate financiële politiek weet te voeren. In de VS lukt dat niet door de vete tussen Republikeinen en Democraten, in de EU niet door de onoverbrugbare kloof tussen Berlijn en de rest.

De politieke onmacht in Europa dreigt nu zelfs een vicieuze cirkel te worden. Als de beleggers op de financiële markten Standard & Poor’s volgen, stijgt de rente en valt een hoeksteen onder de toch al magere kas van de EFSF weg. Als het noodfonds zo zijn geloofwaardigheid verliest, komt ook het wankele politieke draagvlak voor harde saneringen onder druk te staan. Griekenland en Roemenië zijn daarvan een voorbode. Het ergste is dus nog niet voorbij. Integendeel. Als de eurozone blijft doormodderen, zal de crisis zich verbreden en verdiepen. Het voor de euro cruciale jaar 2012 staat na twee weken al onder een slecht gesternte.