Qatar: Arabische militairen naar Syrië sturen

De emir van Qatar heeft zich voorstander getoond van het zenden van Arabische troepen naar Syrië om een eind te maken aan het staatsgeweld tegen opposanten.

Sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani zei dat in een gisteren uitgezonden vraaggesprek met de Amerikaanse zender CBS. Qatar heeft ook meegedaan aan de internationale luchtaanvallen op eenheden van het regime van de Libische leider Gaddafi, voor hij in augustus viel.

Andere Arabische landen toonden zich niet meteen enthousiast over Hamads voorstel. De Tunesische president Marzouki liet meteen weten tegenstander te zijn omdat buitenlandse interventie tot inmenging van Turkije, Israël, Iran en Hezbollah zou leiden en zo een „explosie” in het hele Midden-Oosten zou losmaken. De Egyptische secretaris-generaal van de Arabische Liga, Nabil al-Arabi, zei dat „alle ideeën kunnen worden besproken”.

De Arabische Liga komt zaterdag bijeen om de missie van haar waarnemers in Syrië te bespreken. De 200 waarnemers moeten controleren of het regime zijn tanks uit de steden terugtrekt en een einde maakt aan het geweld. Maar dat is duidelijk niet het geval. Volgens de Verenigde Naties zijn ongeveer 400 mensen gedood in de drie weken sinds de waarnemers arriveerden. In totaal zouden meer dan 5.000 mensen zijn gedood sinds de opstand half maart begon.

Het regime kondigde gisteren een amnestie af voor burgers die bij geweldloos protest zijn betrokken en voor gedeserteerde militairen. Maar oppositiegroepen noemden de amnestie niet serieus. Eerdere amnestieën hebben nauwelijks tot vrijlatingen geleid. Volgens oppositiegroepen zitten meer dan 200.000 betogers en andere opposanten vast.

VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon eiste gisteren op een conferentie in Beiroet dat de Syrische president Assad alle geweld stopt. Hij zei dat de oude orde van éénmansbewind en familiedynastieën in het Midden-Oosten voorbij is. (AP, AFP)