Profiteer juist van de cultuurtoerist

De toestroom van toeristen valt niet in te dammen, betoogt Wim Pijbes. Bereid Amsterdam erop voor en pas het Museumplein aan.

Leo Q. Onderwater deed op de Opiniepagina (1 januari) een oproep om het toerisme in Amsterdam te beperken, om de stad leefbaar te houden. Dit is een onmogelijke opgave. Het cultuurtoerisme zit immers enorm in de lift. Het is vooral zaak om te kiezen voor kwaliteit, niet voor het sturen van kwantiteit. Het is onomkeerbaar dat het toerisme toeneemt. Bovendien krijgt elke stad de toeristen die ze verdient. Amsterdam heeft reuzekansen!

Eindelijk begint in Amsterdam de culturele potentie van de stad te gloren. Met de heropening van het Scheepvaartmuseum en recordbezoekcijfers in onder meer het Van Goghmuseum en Rijksmuseum beleefde de stad in 2011 een bloeiend cultureel jaar.

Het publieke succes is opvallend genoeg even onverwacht als onverklaarbaar. Natuurlijk, er vonden afgelopen jaar best interessante tentoonstellingen plaats, maar dat kan niet de reden zijn. Want van echt grote internationale evenementen was in 2011 geen sprake.

De bezuinigingen leiden ertoe dat de kunstwereld gedwongen een forse stap terug doet. De enige verklaring moet dus zijn dat Amsterdam gewoon profiteert van het wereldwijd groeiende cultuurtoerisme.

De geweldige bezoekcijfers zijn evenwel allerminst reden om achterover te leunen – eerder het tegenovergestelde. Wie zich realiseert wat er tussen nu en medio 2013 allemaal in de startblokken staat, beseft dat onze hoofdstad zich moet voorbereiden om de aanzwellende bezoekersstroom op passende wijze te accommoderen. Hiertoe zijn een grote gemeenschappelijke inspanning en duidelijke keuzes nodig. De eerste stappen zijn inmiddels gezet.

Voor het maken van noodzakelijke keuzes mag Amsterdam de ogen niet sluiten voor de realiteit. Overal in de wereld worden nieuwe musea overspoeld met telkens meer bezoekers dan voorspeld. Telkens worden de meest optimistische prognoses overtroffen.

De nieuwe American Wing in Boston trok op de eerste dag zestienduizend bezoekers, het nieuwe MAS in Antwerpen verwelkomde 650.000 bezoekers in de eerste maanden, het nieuwe Centre Pompidou in Metz vergelijkbare cijfers en het Ashmoleon in Oxford 1,2 miljoen.

In Amsterdam trok de Hermitage in de eerste maanden een miljoen bezoekers. Het hernieuwde Scheepvaartmuseum kan de bezoekersstroom ternauwernood aan. Ook bestaande musea zien een sterke toename, in Londen zijn de bezoekers in tien jaar verdubbeld. De recordbezoeken van het afgelopen jaar in onze hoofdstad staan dus niet op zich.

Deze ontwikkelingen maken dat ook bezoekersprognoses voor het nieuwe Rijksmuseum, het Stedelijk en het te renoveren Van Goghmuseum in 2013 naar boven moeten worden bijgesteld. Het scenario voor het Rijksmuseum, aanvankelijk gebaseerd op anderhalf miljoen bezoekers, wordt nu doorgerekend met twee tot drie miljoen bezoekers.

Dat betekent dat de openbare ruimte rond het Museumplein – en dus ook de centrale entree in de Passage – moet worden ingericht met het oog op deze toekomst. Nu al trekken de culturele instellingen rond het Museumplein drie en half miljoen bezoekers. Nergens in Nederland worden op een vergelijkbaar klein oppervlak dergelijke aantallen gerealiseerd. Daarboven komen nog de bezoekers en passanten aan activiteiten op het Museumplein en dagjesmensen.

Na de heropeningen van de grote musea stijgt het reguliere aantal bezoekers tot boven de vijf miljoen. Dan is het zaak dat met ingang van 2013 lokale verkeerstromen daarop worden aangepast om chaos te voorkomen. Ter vergelijking: vorige zomer is in Londen een gedeelte van Trafalgar Square tot voetgangersgebied verklaard en ontstond een verkeersvrije zone tussen de National Gallery en Nelsons’ Column. In de zomermaanden zijn om dezelfde reden grote delen van Florence en Rome voetgangersgebied. Het lokale verkeer heeft zich inmiddels uitstekend hervonden en de voetgangers, (toeristen, schoolklassen) kunnen zich nu veilig tussen de bezienswaardigheden bewegen.

Het jaar 2013 is voor Amsterdam cruciaal om de wereld te laten zien wat de stad te bieden heeft. Er rest nog een jaar om orde op zaken te stellen. Amsterdam is immers een fantastische toeristenbestemming met enorme groeipotentie. Een belangrijk deel van de stedelijke economie hangt hiermee samen.

En dus moet op korte termijn duidelijkheid komen wat te doen om de stad voor te bereiden op de enorme toestroom van bezoekers. Die bezoekers willen een fatsoenlijke taxi die ze zonder omwegen op de plaats van bestemming brengt. Ze willen heelhuids de straat oversteken zonder ondersteboven te zijn gereden door fietser of scooter. Ze willen door een schone stad wandelen en hoffelijk bejegend worden.

Lange tijd gold het hatsiekiedee van de Amsterdamse tofheid als charmant en vrijgevochten. Die charme is op de achtergrond geraakt en ‘I love Amsterdam’ is vrij vertaald tot ‘eerst ik en dan de stad’. Dat roer moet om.

Gelukkig heeft het stadsbestuur hier de juiste koers gekozen. Wethouder Andrée van Es riep onlangs op tot meer hoffelijkheid. Amsterdam kan nog veel beter. Laten we nu met positieve energie reuzekeuzes maken, zodat onze hoofdstad ook na 2013 ‘loveable’ voor bezoekers en ‘liveable’ voor bewoners wordt.

Wim Pijbes is hoofddirecteur van het Rijksmuseum Amsterdam.