Priesterstudent moet leren van zwarte bladzijde uit kerkhistorie

Het bisdom Rotterdam kreeg harde verwijten over seksueel misbruik. De bisschop sprak erover met priesterstudenten. „Waar ligt de grens in de omgang met kinderen?”

Ze zijn met een man of veertig, in de zaal naast de Nieuwe Kerk in Delft. De meesten dragen een pak, de wat jongeren een overhemd onder een pullover. Gel in het haar, knoopjes dicht tot aan de kin.

Het zijn mensen uit het bisdom Rotterdam die theologie studeren. Een aantal leert voor het priesterschap. Ze zijn vanavond bij elkaar voor een ontmoeting met de Rotterdamse bisschop Hans van den Hende. Hij zal hen bijpraten over het onderzoek van de commissie-Deetman naar seksueel misbruik van minderjarigen binnen de katholieke kerk. In haar rapport komt ‘Rotterdam’ er slecht vanaf. Oud-bisschoppen Simonis en Bär wordt verweten weinig gedaan te hebben om misbruik van minderjarigen te voorkomen. Pedofiele priesters werden zonder waarschuwing overgeplaatst, met de kans dat zij zich weer zouden vergrijpen.

De bisschop vindt het belangrijk dat priesterstudenten op de hoogte zijn van het onderzoek. „Ze moeten weten wat er is gebeurd. En wat de kerk doet om het te voorkomen.”

Bij hoge uitzondering is een journalist uitgenodigd voor de bespreking. Het is voor het eerst dat dit gebeurt. Van den Hende: „Ik wil op geen enkele manier de indruk wekken dat we de affaire binnenskamers proberen op te lossen.”

De bisschop neemt plaats voorin de zaal en pakt de microfoon. „We hebben het vanavond over een zwarte bladzijde uit de kerkgeschiedenis”, houdt hij de studenten voor. Het misbruikrapport moet volgens hem „niet worden gelezen als een geschiedenisboek” – het blijft relevant. „Voor de slachtoffers is het nog een dagelijks lijden.”

Dat het seksueel misbruik veelal plaatsvond in katholieke instellingen, heeft beslist niets te maken met het celibaat, zegt Van den Hende. „Dat wordt natuurlijk wel geroepen, maar uit het onderzoek blijkt dat het celibaat hier los van staat.” Wel vindt de bisschop dat de betrokken priesters te weinig ‘persoonsvorming’ hebben gekregen. Nieuwe priesters moeten weten wie ze zijn, waar ze aan beginnen, voor hun wijding.

En dan is er nog een probleem. Want hoe ver kun je gaan, als meelevende priester? Van den Hende: „Wat doe je wel en wat niet? Waar ligt de grens in de omgang met kinderen? De gedragscode voor priesters moet worden aangescherpt.”

Ook vertelt de bisschop over de ‘voortgangscommissie’ die het Rotterdamse bisdom heeft ingesteld. Die commissie geeft aandacht aan misbruikslachtoffers en ziet toe op adequaat contact met vermeende daders. Van den Hende: „We willen laten zien dat het ons ernst is.”

De studenten luisteren aandachtig. Ze stellen geen vragen. Knikken af en toe na een treffende opmerking. Van den Hende sluit af door te zeggen dat de kerk het vertrouwen van slachtoffers moet herwinnen. „Vertrouwen in de kerk, maar ook in God. Want dat is bij de slachtoffers meestal ook geschaad.”

Als de bisschop klaar is, krijgt hij applaus. Priesterstudent Ruben Rodriquez de Silva (40) vindt dat de bisschop het goed heeft gedaan. „Hij zei geen verrassende dingen. Maar het is goed dat er aandacht voor is.” De misbruikaffaire heeft Rodriquez „geraakt”, een beetje boos gemaakt zelfs. „Als ik een kind zie lopen, dan denk ik: hoe kun je nu zoiets doen? Je bent nota bene priester.” Het misbruikrapport heeft hij deels gelezen. Hij vindt het heel goed. „Het is eerlijk, grondig, niet zwart-wit.”

Het baart de priesterstudenten ook zorgen. Rodriquez: „Wij komen straks op een bijzondere plek terecht. Wat gaat deze misbruikaffaire voor ons betekenen? Hoe ziet onze toekomst als priester eruit?” Het antwoord heeft hij niet. Maar dit weet hij wel: „Het is goed dat deze zwarte bladzijde aan het licht is gekomen. En het is nog beter dat wij proberen te leren van die bladzijde. Want daar hebben de slachtoffers echt iets aan.”