Oneerbaar voorstel

Het loopt tegen achten. Mensen haasten zich naar de ingang van het concertgebouw. Ik voeg mij bij het groepje wachtenden. Als bijna iedereen naar binnen is zeg ik tegen mijn buurvrouw, die kennelijk nog geen kaartje heeft: „Als onze partners niet op tijd zijn kunt u op mijn kaartjes mee naar binnen voor het concert.”

Het loopt tegen achten. Mensen haasten zich naar de ingang van het concertgebouw. Ik voeg mij bij het groepje wachtenden.

Als bijna iedereen naar binnen is zeg ik tegen mijn buurvrouw, die kennelijk nog geen kaartje heeft: „Als onze partners niet op tijd zijn kunt u op mijn kaartjes mee naar binnen voor het concert.”

Met grote schrikogen kijkt ze me aan alsof ik haar een oneerbaar voorstel doe.

„Concert?”

En terwijl ze zich uit de voeten maakt roept ze: „Ik moet naar de schouwburg!”

Maria Arends