Obsessie Nelson voor stigmata

Where The Wild Things Are, L’Enfant et les sortilèges door NJO en DNOA. 14/1 Orpheus Apeldoorn. Herh.: t/m 22/1. Inl.: www.njo.nl ***

De muzikale toekomst, musici van het Nederlands Jeugdorkest en de zangers van de Dutch National Opera Academy, presenteren tijdens de wintertournee twee operaatjes: Where The Wild Things Are (1984) van Oliver Knussen en L’Enfant et les sortilèges (1925) van Maurice Ravel.

Beide stukken gaan over stoute jongetjes die zonder eten naar bed worden gestuurd. In hun dromen komen ze terecht in een betoverde fantasiewereld, tot hun moeder zich weer over hen ontfermt.

De enscenering van regisseur Timothy Nelson (32) is zeker geen kindervoorstelling. Nelson laat de stukken zien vanuit verschillende perspectieven. In het stuk van Knussen toont hij de jongen in een serie transformaties omringd door een priester, een rabbi en andere gemaskerde verschijningen. Hij draagt soms een doornenkroon, de moeder heeft de stigmata, de wonden van Christus aan het kruis.

Ze komt terug in het stuk van Ravel, waar de jongen als kindse oude man in een tehuis zijn jeugd herbeleeft. Hij verbindt de wonden van zijn moeder. Het orkest verschijnt hier in hemels witte kledij.

Nelson is geobsedeerd door stigmata. In zijn versie van Don Giovanni werd de gewonde titelheld het lijdende evenbeeld van de bloedende Amfortas uit Wagners Goede Vrijdag-opera Parsifal. De bevreemdende enscenering van Nelson is nu zó dominant dat die vrijwel alle aandacht opeist en de goede prestaties van zangers en musici onder leiding van Antony Hermus helaas overstemt.