Nederlandse hiphop verrijkt en vernieuwd

Noorderslag. Gehoord: 14/1, Oosterpoort, Groningen. ****

Gitaarrock is uit, mooi zingende mannen en vrouwen zijn in. Hiphop blijkt in alle opzichten een groeimarkt, en onder de Nederlandse artiesten is een aantal die wervelende dance met verzorgde zang weten te versmelten. Hiphopkwartet De Jeugd van Tegenwoordig heeft het afgelopen jaar het meest bereikt, dus kreeg de groep de Popprijs.

Dit alles bleek zaterdag in Groningen waar het jaarlijkse festival Noorderslag, voor uitsluitend Nederlandse bands, werd gehouden.

De Avonduren, Wooden Saints, Light Light, Bart Constant en Thomas Azier zijn namen die komend jaar ongetwijfeld van zich doen spreken. Ook Case Mayfield – artiestennaam van zanger Kees Veerman – is zo’n belofte; bij zijn optreden was de zaal nu al te klein. Hij zingt rustige liedjes met akoestisch klinkende begeleiding, waarin slagwerk en een warmbloedig orgel voorkomen.

Ingenieus gearrangeerde nummers die draaien om verstilde schoonheid maken ook bands als Awkward I, het extreem vertraagde Luik en zanger Blaudzun. Het optreden van Blaudzun had een magische uitstraling. De grote, zwart bebaarde Blaudzun stond als een exotische priester op het podium, omringd door een virtuoos spelende band, in gouden licht. De door strijkers aangejaagde muziek dijt soms bombastisch uit, maar blijft in balans door zijn zang, die met kreunende uithalen zijn deemoed onderstreept.

In diezelfde zaal speelden Spinvis en Roosbeef, twee muzikanten met omstreden zangstemmen: hij valt op door zijn spreekstijl van zingen, zij door de onvaste uithalen. Beiden werden geplaagd door een slechte geluidsmix, waardoor de zang extreem hard klonk en zo de samenhang met de muziek miste.

Spinvis bleef aantrekkelijk door de murmelend verhalende stijl van zijn liedjes en Roosbeef door de nerveuze energie waarmee ze zich door het optreden sloeg. Zowel in haar zang als in de opmerkingen tussendoor („Nu een klein liedje. Voor kleine mensen.”) is ze aangenaam bizar.

Twee Engels zingende, in Berlijn wonende Nederlanders waren naar Groningen gekomen om te dansen. Bart Constant (het alter ego van producer/zanger Rutger Hoedemaekers) en Thomas Azier gaven allebei een wervelende show. Die van Azier was gebaseerd op melodieus modulerende dance, die van Constant leunde op klaterend pianospel. Beiden stonden met molenwiekende armen op het kleine podium; een beweeglijkheid die aanstekelijk werkte op de zaal.

Intussen bleek dat hiphop zich de afgelopen tijd heeft verrijkt met nieuwe inzichten. Zo speelde draaitafelkunstenaar Kypski (bekend van C-Mon & Kypski) met een strijkkwartet, wat een evocatieve versmelting van soundtrack-achtige beats en pizzicato snarenspel opleverde. Rapper/dichter De Avonduren en zijn band, die vanuit de Utrechtse scene rond hiphopvernieuwer Kyteman opereren, presenteerde zich met een gevarieerde set aan liedjes, raps en ‘spoken word’-achtige fragmenten, die een atmosferische begeleiding kregen. Op zijn beste momenten benaderde zijn spreekstijl de heerlijke waanzin van Eminem.

Het gezelschap Lefties Soul Connection had voor de gelegenheid een stel rappers meegenomen. Adje en Sticks (Fakkelbrigade) lieten horen dat hiphop het best gedijt in de omgeving van loeiende orgels en een gruizige beat.

Maar er was ook een gladgestreken variant. Zo speelde Chef’Special vlakke feestmuziek met rapsaus en vond Gers Pardoel het snijpunt van Brabantse gezelligheid en coole beats in door de zaal uitbundig meegezongen nummers als Morgen ben ik rijk en Ik neem je mee.

Na al deze ontwikkelingen was het toepasselijk dat rappers de Popprijs 2011 kregen. Een van de redenen om de prijs aan De Jeugd van Tegenwoordig te geven bleek hun taalvernieuwing (‘Watskeburt?!’) Laconiek nam het drietal de prijs en bijbehorende loftuitingen in ontvangst om vervolgens al even laconiek aan hun optreden te beginnen: „Zullen we nog een paar van die stomme kutnummers voor jullie spelen dan?”