Na veertig jaar je naam en je moeder terug

Kun je een mislukte, of achteraf overbodig gebleken adoptie ongedaan maken?

De rechter vindt van wel, en rekt de regels daarvoor op.

De Zaak. In 1971 wordt een zesjarig meisje geadopteerd door een echtpaar. Als ze achttien jaar is, krijgt zij weer contact met haar biologische moeder en andere familieleden. Rond haar twintigste scheiden haar adoptieouders. Met haar adoptievader verliest zij tien jaar later het contact. De adoptiemoeder overlijdt in 2008, als ze 43 is.

Twee jaar later vraagt ze de rechtbank om de adoptie ongedaan te maken en haar familiebanden te herstellen met haar echte moeder. Zij wil bovendien de achternaam van haar moeder. De adoptievader heeft geen bezwaar.

Wat was de reden van de adoptie? De moeder zou haar als kleuter hebben afgestaan omdat zij uit een buitenechtelijke relatie was geboren. In haar aristocratische familie was een zogeheten bastaard destijds, in 1965, niet acceptabel. Zij zou onder „grote druk” hebben gehandeld.

Hoe verliep haar terugkeer? Volgens het vonnis is het contact niet alleen met de moeder hersteld, maar ook met de zuster van de moeder en haar man, en met de grootouders van moederszijde.

De familie beschikt over twee fondsen „met aanzienlijke vermogens”, bedoeld om behoeftige familieleden te ondersteunen. Alleen wettige afstammelingen worden toegelaten, maar beide fondsen maken een uitzondering voor deze onechte dochter. Zij mag dus ook aanspraken op basis van verwantschap laten gelden.

Wat staat er in de wet over het schrappen van een adoptie? Alleen het kind mag daar om vragen en wel tussen het 20ste en 23ste jaar. Niet eerder en niet later. Deze vrouw is echter 45. Ruim na de termijn dus. Destijds durfde ze deze stap niet te nemen, omdat haar adoptieouders zich toen nog verzetten.

Ze probeert het nu toch, omdat haar advocaat kansen ziet in het recht op gezinsleven uit het Europese verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens. Het niet erkennen van de familierechtelijke band met haar biologische moeder zou een schending van dit burgerrecht zijn.

Hoe lost de rechter dit op? Eerst zegt de rechtbank dat deze adoptie niet voldoet aan de norm die nu in de wet staat. Adoptie mag, als „vaststaat dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft”. Dit bleek achteraf onjuist. De vrouw toonde aan dat er inmiddels een „innig contact” is gegroeid en er financiële aanspraken zijn erkend. De adoptie was eerder nadelig. Zij zou daardoor kansen hebben gemist. Hereniging is in haar belang, vindt de rechter.

De beperkte herroepingstermijn schuift de rechter opzij. Die is bedoeld om geadopteerden te beschermen tegen overhaaste beslissingen. In dit geval heeft de geadopteerde juist over een langere termijn familiebetrekkingen hersteld. Als nu de strenge termijnen uit de wet worden toegepast, is dat onredelijk, onbillijk en daarom onaanvaardbaar. Zo’n korte herroepingstermijn is een ongerechtvaardigde inmenging in het gezinsleven.

En zo rekt de rechter de herroepingstermijn van drie jaar op met maar liefst twintig jaar, in het belang van het kind. De adoptie wordt herroepen. De vrouw krijgt haar naam en haar moeder terug.

Folkert Jensma