'Met pluralisme los je ook niet alles op'

Democratie is geen importartikel in Afrika, zegt president Touré van Mali. Zelf zal hij dit jaar het bewijs leveren – door vrijwillig terug te treden.

Ooit pleegde hij een coup om de militaire heerser van zijn land af te zetten. Nu is Amadou Toumani Touré (63) zelf al tien jaar president van het West-Afrikaanse Mali (vijftien miljoen inwoners) en heeft hij zich het afgelopen decennium ontwikkeld tot een wijze democraat van het Afrikaanse continent.

„Confrontatie is niet goed voor de ontwikkelingslanden van Afrika. Wij streven naar een eigen democratisch model van consensus”, zegt hij in een gesprek in Den Haag, waar hij onlangs onder andere een ontmoeting had met koningin Beatrix.

Touré is een mild en aards politicus. Anders dan menig ander Afrikaanse staatshoofd schept hij geen magische waas om zich heen. Hij toont zich flamboyant noch autoritair. Toch verdient ATT, zoals zijn troetelnaam luidt, een bijzondere plaats in de recente Afrikaanse geschiedenis. Hij speelde een voortrekkersrol in de schepping van een unieke politieke cultuur in Mali, een mogelijk alternatief voor de rest van het zoekende continent.

Economisch gaat het goed met Afrika, politiek blijft het instabiel. Het autoritaire Afrika van de eenpartijstaat na de onafhankelijkheid is stervende, maar het nieuwe pluriforme Afrika is nog niet verrezen. Verkiezingen blijven vaak een democratische travestie. Zoals in Congo eind november. President Kabila veranderde er de spelregels zodat hij nauwelijks meer kon verliezen. Omstreden verkiezingen in Ivoorkust, Zimbabwe en Kenia leidden tot grootschalig geweld en dreven deze staten naar de rand van de afgrond.

Hoe democratisch is Afrika eigenlijk?

„Democratie bestond hier al lang voor de komst van de blanke kolonisten. Ten onrechte begonnen Afrikanen na de onafhankelijkheid in de jaren zestig te denken dat democratie iets Westers is. Ik groeide op in een dorp waar een filosofie heerste van eenheid en verbondenheid. In mijn dorp behoorde een kind niet toe aan één familie, maar aan heel het dorp. Een man trouwde niet met één vrouw, maar hij adopteerde de hele familie van zijn echtgenote. Het individu cijferde zich weg in het belang van de gemeenschap. Was je arm, dan werd je door vrienden en familie geholpen. Met die levenshouding, met die visie ben ik opgegroeid en dat heeft me later in de politiek geholpen.”

Na de periode van de kolonisatie in de jaren vijftig en zestig namen de nieuwe, zelfstandige Afrikaanse staten de bestuursvormen van de vroegere heersers over, inclusief de daarbij horende symbolen als Britse pruiken en toga’s en Franse cavalerietenues. Wat ontbrak waren een sterke overheid, een geschoolde bevolking, een middenklasse, een onafhankelijke pers en rechterlijke macht, en democratisch georganiseerde partijen. Allemaal pijlers van de democratie. De nieuwe Afrikaanse elites waren niet gediend van concurrentie en introduceerden de eenpartijstaat.

Begrijpelijk, maar niet de beste weg?

„De meeste landen kozen na de onafhankelijkheid voor de eenpartijstaat om de nationale eenheid te versterken. Het was een goed idee. Maar in de praktijk werkte het niet.”

Touré groeide op in de historische stad Timboektoe in het noorden van Mali, „tussen moskee en kazerne”. Hij koos voor een leven als militair. Op 26 maart 1991 lanceerde hij, toen in de rang van luitenant-kolonel, een staatsgreep tegen president Moussa Traoré, die al meer dan twee decennia aan de macht was en niet van plan was die op te geven. „Na de val van de Berlijnse muur groeide ook in Afrika het verlangen naar meer democratie”, blikt Touré terug. „Het is niet het Westen dat ons democratie heeft afgedwongen. Studenten, vakbonden en politieke organisaties hebben bijgedragen aan de val van het eenpartijstelsel in Mali.”

Na zijn staatsgreep vormde Touré een gemengd bestuur van burgers en militairen. Na één jaar droeg dat overgangsbestuur de macht over aan een democratisch gekozen regering.

Onder de nieuwe regering van president Alpha Oumar Konaré vond een groot decentralisatieprogramma plaats, waarbij in de kleinste gemeenschappen democratische verkiezingen werden gehouden. Bewoners kregen zeggenschap bij de besteding van plaatselijk geïnde belastingen. Vrijwel nergens op het continent kreeg de burger zoveel democratische invloed. Mali is één van de armste landen ter wereld, voor 27 procent afhankelijk van donorsteun, maar na Namibië het land met de meeste persvrijheid in Afrika.

In 2002 werd Touré zelf gekozen tot president en vijf jaar geleden werd hij met ruime meerderheid herkozen.

Wat kun je met die typisch Afrikaanse aspecten van democratie van het dorpsleven op nationaal niveau?

„Het collectieve belang is wat geldt. Bij de presidentsverkiezingen heb ik me als onafhankelijke kandidaat gepresenteerd, niet als leider van een politieke partij. Ik werd dus niet gekozen als leider van een partij, maar namens alle partijen, namens het hele volk. Sindsdien voerde ik het consensusmodel in voor de politieke klasse van Mali. We zijn met elkaar aan de macht in dit land en niemand gaat tegen de grote meerderheid in. Er wordt keihard in het parlement gedebatteerd, maar aan het einde van de dag wordt verdeeldheid vermeden. Mijn dorpsfilosofie heeft er toe geleid dat in Mali alle partijen, alle groepen, alle Malinezen aan boord zijn om het land te leiden.”

The winner takes all, luidt de spelregel in het meerpartijenstelsel. In Afrika betekent dat dat de winnaar aan alle touwtjes trekt; de verliezer wordt met lege handen de wildernis ingestuurd. Daarom streven alle politici ernaar om de staatsstructuren te controleren. Wanneer de verliezer in onmin blijft leven met de machthebbers zullen die ervoor zorgen dat al zijn kansen, in de politiek en het zakenleven, worden afgeknepen. Een prominente plaats in het staatsapparaat is vaak de enige manier om goed zaken te doen en geld te verdienen.

Heeft het meerpartijenstelsel ook grote nadelen voor Afrika?

„Politiek pluralisme is ongetwijfeld de beste afspiegeling van democratie, hoewel daarmee niet alles is opgelost.”

Het Britse Westminster stond model voor veel democratieën in Afrika. In het Britse parlement staan de banken van de regeringspartij en oppositie tegenover elkaar. In de Middeleeuwen viel niet uit te sluiten dat Britse edelen elkaar aan hun zwaard probeerden te rijgen. Touré vertelt dat daarentegen de Toguna, het ‘parlement’ van het Dogonvolk in Mali, is gebouwd met als doel de consensus te benadrukken, niet de confrontatie. Het plafond in de Toguna is zo laag dat niemand er kan staan, laat staan dat er kan worden gevochten.

In 2002 schaarden alle veertig partijen zich achter uw kandidatuur. Is Mali daarmee eigenlijk niet ook een eenpartijstaat?

„Er bestaat bij ons geen vijandige oppositie, maar wel parlementaire controle. En de meerderheid controleert de regering. Er zijn meningsverschillen in het parlement, maar over het meest essentiële, de ontwikkeling van Mali, daarover zijn we het allen eens.

„Er worden sinds tien jaar overal in Afrika verkiezingen gehouden, er zijn vakbonden en een vrije pers. Er bestaan geen dictaturen meer zoals voorheen. Verschrikkelijke oorlogen zoals in Siërra Leone en Liberia zijn opgelost. In Liberia hebben nu zelfs al weer twee keer verkiezingen plaatsgehad. Het zal nog lang duren om deze winstpunten te consolideren en het gaat nog niet overal goed, kijk naar Ivoorkust. Maar over twintig of dertig jaar zullen we onze problemen bij het vestigen van democratie in Afrika hebben opgelost.”