Louvre krijgt werk Maelwael: 7,8 mln

Het Louvre in Parijs is een buitengewoon schilderij rijker van de hand van Johan Maelwael (circa 1370-1415). Vrijdag werd bekend dat het museum het paneel heeft verworven met een gift van een externe geldschieter van liefst 7,8 miljoen euro.

Het schilderij stelt de gestorven Christus voor nadat hij van het kruis is afgenomen. Hij draagt de doornenkroon en is naakt in een zittende pose weergegeven. Uitzonderlijk in uitbeeldingen van het thema is het feit dat hij wordt ondersteund door de jonge apostel Johannes. Links staat Maria, en twee engelen knielen om Christus’ benen te ondersteunen.

Het licht gehavende schilderij stamt uit omstreeks 1400 en wordt, op grond van vergelijkingen met ander werk van de meester, toegeschreven aan Jean Malouel, die omstreeks 1370 als Johan Maelwael in Nijmegen was geboren. Hij maakte carrière aan het Bourgondische hof in Dijon en wordt in Frankrijk beschouwd als een van de belangrijkste grondleggers van de vijftiende-eeuwse Franse schilderkunst. Bovendien was hij een oom van de veel beroemdere gebroeders Paul, Herman en Johan van Limburg, eveneens geboren Nijmegenaren die in Frankrijk furore maakten.

Hoewel er veel bekend is over Maelwaels activiteiten als hofschilder van de hertogen Filips de Stoute en Jan zonder Vrees, zijn er nog maar enkele werken van zijn hand overgeleverd. Het Louvre bezat er al een van: een Pietà die ondanks de dramatische thematiek eenzelfde verstilde elegantie vertoont. Het nieuw verworven en tot dusverre zo goed als onbekende schilderij wordt dan ook beschouwd als „voor dit museum de belangrijkste aanwinst van de afgelopen vijftig jaar”, zoals Vincent Pomarède, hoofdconservator schilderijen van het Louvre, het vrijdag in dagblad Le Figaro formuleerde.

Aan de aanwinst is een jarenlange voorbereiding voorafgegaan. Al in 1985 had een handelaar het sterk overschilderde paneel voor een zacht prijsje overgenomen van een parochiepriester. Na schoonmaak bleek het werk veel belangrijker en kostbaarder dan gedacht. Museum en verkoper moesten ervan verzekerd zijn dat de vorige eigenaar geen rechten meer op het werk zou doen gelden voordat het, na twaalf jaar, door het Louvre kon worden verworven.