Kijken, kijken niet koken!

Kookboeken zijn big business. Maar koken we ook?

Of bladeren we met een magnetronmaaltijd op schoot door Jamie Olivers bestseller 30 Minutes?

Foto’s van tomaten. Misschien is de aantrekkingskracht van het moderne kookboek wel zó samen te vatten. In glanzend, fluwelig rood. Tomaten zijn rond, af, Italiaans. Perfect van vorm, de dauwdruppels er nog op, en dan dat licht waarin ze baden: zonrijpend licht, licht waar een heel team een dag aan gewerkt heeft.

In Jamie Olivers kookboek Jamie in 30 minuten, met 180.000 exemplaren het best verkochte kookboek van 2011, duikt de tomaat regelmatig op. Geroosterd. Als soep, in de salade, de couscous, op de pizza. Ander rood eten – puntpaprika, bessen, granaatappel – doet het er ook goed. Dit kookboek is een enorme hit. Dat waren alle andere kookboeken van Jamie Oliver ook, vooral Jamie in Italië, maar het succes van 30 minuten is opmerkelijk. Het verscheen in het najaar van 2010 in Groot-Brittannië, waar het de snelst verkopende non-fictietitel ooit werd. Rond die tijd kwam het ook in het Nederlands op de markt, en het verkoopt beter dan de andere Jamie-titels. Hier zaten we dus kennelijk op te wachten, het bewijs dat je op een januari-avond thuis best met zes man overvloedig en vers kunt eten: geroosterde zalm, salade van babycourgettes, guacamole en een bessendrankje, of met Bloody-Marymosselen en rabarbermillefeuille toe.

Kookboeken zijn populair. Hun marktaandeel steeg volgens onderzoeksbureau Gfk tussen 2007 en 2011 van 3,2 naar 5,7 procent; 5,1 procent als we de afslankboeken niet meerekenen. Dit terwijl de omzet van de boekenmarkt als geheel vooral het afgelopen jaar terugliep. In de boekwinkels lijken de stapels kookboeken steeds hoger te worden, hun omslagen glanzender, de foto’s erin wellustiger en gedetailleerder. Die bedauwde raapsteeltjes zijn veel groener dan de echte, die altijd best snel slap worden. Die ovenschotels, als zachte warme bedden! Die salades, als alpenweides. Die überbroden! En dan al die gelukkige, lachende en altijd slanke mensen met hun handen om dampende koppen soep, tot hun ellebogen in het deeg, hun vorken in uitbundige borden spaghetti!

Steeds meer van het zelfde, zou je denken, maar dan heb je buiten de creativiteit van kookboekenmakers en auteurs gedacht. Kookboeken van beroemde chefs, kookboeken van filmsterren, schrijvers en bekende Nederlanders. Kookboeken van beroemde restaurants, kookboeken rond een ingrediënt of een soort eten, rond een seizoen, rond een land. Mannenkookboeken, studentenkookboeken, kinderkookboeken, kookboeken voor buitenwijkbewoners en tuinbezitters, kookboeken voor bepaalde gelegenheden of humeuren, voor vleesfreaks en vegetariërs. Basiskookboeken, snelkookboeken, Italiaanse kookboeken en alle mogelijk denkbare combinaties van deze categorieën. Zo bestaat er bijvoorbeeld een Italiaans kookboek van een beroemde chef speciaal voor kinderen. En dan zwijg ik hier nog over die speciale categorie kookboeken, de kookboeken om mee af te vallen. Daar kon het boekenvak ook weer mee vooruit, afgelopen jaar, met Sonja Bakker en Dokter Frank beiden hoog genoteerd in de bestsellerlijst over 2011.

Het staat dus vast dat we van kookboeken houden. Maar koken we er ook uit? Dat in elk geval niet massaal, want voorverpakt eten blijft onverminderd populair. „De hele natie zit met magnetronmaaltijden op schoot naar Masterchef te kijken”, vatte voedselschrijfster Carolyn Steel de situatie in Engeland ooit samen, en voor Nederland gaat dat waarschijnlijk ook wel op. Dat maakt dit boek van Jamie Oliver speciaal. Want het wil speciaal bewijzen dat dat niet hoeft. Dat je die goddelijke maaltijd in een half uur op tafel kunt zetten, en op de bank kunt zijgen met een Thaise rode-garnalencurry waarvoor je zélf de currypasta hebt gemaakt, in plaats van met een laffe stoommaaltijd of kartonnen diepvriespizza.

Zou het? Zouden er mensen zijn die de maaltijden uit Jamie’s 30 minuten precies zo nakoken? Vast wel, maar veel kunnen het er nooit zijn. Het boodschappen doen is bij de dertig minuten namelijk niet inbegrepen, en per maaltijd zijn tussen de zestien en dertig ingrediënten nodig – best veel. Iets koken in een half uurtje is echt niet moeilijk, maar déze maaltijden koken in een half uurtje is dat wel. Dat lijkt meer op een circusact.

Wie in vijftig dagen de 50 menu’s uit dit boek zou maken en eten – dus telkens twee gangen, bestaande uit een hoofdgerecht van meerdere schotels, een speciaal drankje en vaak een machtig toetje, komt waarschijnlijk behoorlijk aan. Ook eet hij bepaald niet verantwoord als het om de impact van zijn voedsel gaat. Koken met de seizoenen, een van de lessen uit Thuis bij Jamie – kook met het ritme der seizoenen, gaat in dit boek niet op. Eten uit verschillende jaargetijden, zoals kool en perziken, of broccoli en bessen, zit in één maaltijd, en slechts een paar van de vijftig menu’s zijn vegetarisch. Goedkoop is elke dag zo eten al helemaal niet, zeker niet als je, zoals ieder kookboek vandaag de dag wil, telkens kiest voor de beste en meest verantwoorde ingrediënten.

Maar doet dat ertoe? Nee. Jamie in 30 minuten is helemaal niet bedoeld om dagelijks mee aan de slag te gaan. Het is een kíjkboek, geen kookboek. Het is het beste bewijs voor de stelling dat veel van die glossy kookboeken primair niet meer bedoeld zijn om mee te koken. Moderne kookboeken zijn eerder droomboeken, koffietafelboeken, lifestyleboeken, troostboeken. Natuurlijk, we maken er wel eens wat uit, maar nooit meer dan een paar recepten. Ze dienen een ander doel.

Kok zijn geen koks meer: het zijn coaches. En kookboeken zijn coachboeken voor de keuken. Let op de taal, Jamie Oliver of Nigella Lawson schrijven ‘Wees niet bang om... vergeet niet.... het is niet erg als...., ik heb ook altijd dat....’. Nieuw aan Jamie in 30 minuten is dat het héle menu er stap voor stap in wordt uitgelegd; je hoeft dus niet zelf de verschillende recepten door te lezen en in je hoofd een draaiboek te maken met daarin wat je eerst aan het toetje moet doen en wat daarna aan het hoofdgerecht. ‘Draai de deksel van het potje,’ schrijft Jamie bij de Rogan Josh. In het volledig uitgeschreven draaiboek staan ook verwijzingen naar instructievideo’s op zijn website. Jamie doet er dus echt alles aan het probleem dat hij eerst gecreëerd heeft (meer gangen koken in 30 minuten) zelf voor je op te lossen. Een marketeer zou het hem niet verbeteren.

Jamie in 30 minuten biedt behalve troost en begrip ook dromen en verleiding, veruit de belangrijkste ingrediënten van het hedendaagse kookboek. Hij pept de voorthollende werkende ouder op en spiegelt hem voor dat het toch mogelijk is, een leven zoals op de tv. Acht, negen uur werken, kinderen ophalen en dan elke avond eten als met vakantie in een Italiaans landhuis, met geestige vrienden, en met kinderen die de chilipepers door hun rijst en al dat limoensap en die groene kruiden héérlijk vinden. Natuurlijk bekronen we het copieuze diner met genoeg drank, en tóch zijn we de volgende dag weer fris genoeg om al die boodschappen te halen en weer zo’n dag en avond tegemoet te gaan. Nooit een bakje uit de vriezer of een afhaalmaaltijd, nooit vissticks of pasta met tomatensaus omdat dat het enige is dat het hele huisgezin lust. Nooit iets vlaks, iets doordeweeks, laat staan iets mislukts.

Zo is dat met het moderne glossy kookboek, met zijn foto’s van tomaten en geluk. Ze zijn meer voor het brein dan voor de maag. Het kookboek is niet langer non-fictie of how-to. Het behoort allang tot de romantische fictie.

Jamie Oliver: Jamie in 30 minuten. Kosmos, 278 blz. € 29,95