Jagen op talent en de argeloosheid van weleer

Terwijl we op RTL 4 nog eens konden zien hoe in de halve finale van The Voice of Holland Chris, Erwin, Iris en Paul doorgingen, probeerden twee programma’s op Nederland 2 gisteren het succes te duiden. In een waarschijnlijk ongecoördineerde actie: Kruispunt, de actualiteitenrubriek van RKK, gebruikte dezelfde archiefbeelden als het geschiedenisprogramma Andere Tijden. Heerlijke archiefbeelden, dat wel. Een jodelmeisje, een mondorgelkwartet, de zingende Roodborstjes op zoek naar de juiste toon, een fietsbellenvirtuoos.

André van Duin is een van de zeer weinige artiesten die daadwerkelijk doorbraken met een talentenjacht – de eerste op tv: Nieuwe oogst (1960-1964). We zagen de rubberen komiek een parodie doen op de rock ’n’ roll, met als hoogtepunt Surfin’ Bird van The Trashmen („Papaoemama, papa, oemama”), waarop hij een waanzinnige eendendans doet. Ter relativering van het succes van The Voice: vrijdag trok die talentenjacht 3 miljoen kijkers, Nieuwe oogst trok er in de jaren zestig 8 miljoen.

Berend Boudewijn en Fred Oster leverden deskundig commentaar. Talentenjachten waren goedkoop om te maken, leverden kant-en-klaardrama van gewone mensen, zodat het volk makkelijk kon meeleven, en ze voedden de droom van velen om beroemd te worden. Wat is er veranderd? „De argeloosheid is eraf”, zeiden ze. Omdat het niet meer om de lauwerkrans gaat, maar om de zak met geld. Aanvechtbare conclusie. Eerzucht kan erger corrumperen dan hebzucht.

De jury van deskundigen bestond ook al. En ook de vernedering en het leedvermaak: in Rodeo (1967-1971) werden slechte deelnemers vroegtijdig afgebroken met paardengehinnik. Dat ‘The Voice’ juist ver weg blijft van dat leedvermaak, en positief en professioneel wil zijn, duidt volgens presentator Hans Goedkoop op een hang naar de knusse jaren vijftig. Ook een aanvechtbare conclusie. De toon van ‘The Voice’ lijkt meer een reactie op het cynisme en de harde toon op tv en in de politiek. Ooit was dat verfrissend, nu willen de mensen in hun vrije weekeinde weer wat meer honing in de oren gesmeerd krijgen.

De archiefbeelden werden wel wat ongeordend en onbegeleid opgediend. Zaten we ineens in het putje van de jaren zeventig, met een langharige Jos Brink. Toch was Andere Tijden een wonder van helderheid vergeleken bij Kruispunt. Dat programma vroeg zich af wat talent is. Maar het verband met TVOH, en tussen geïnterviewden en onderwerpen was snel zoek.

Een liefdevolle documentaire op Canvas over jazzgitarist Django Reinhardt (1910-1953) – de Sinti die na een brand in zijn woonwagen met drie vingers moest leren spelen – liet zien waar echt talent vandaan komt. Niet uit een talentenjacht, maar uit totaal onverwachte hoek.