'Ik reed dagelijks van Den Haag naar Keulen'

Naam: Joey Verreijen

Leeftijd: 17 jaar

Sport: IJshockey

Clubs: HYS The Hague, Kölner Haie (Dui), Eindhoven Kemphanen II, Krefelder EV 1981 (Dui), Hijs Hokij Den Haag.

Woensdag speel je met HYS The Hague jouw eerste bekerfinale, tegen de Tilburg Trappers. Spannend?

„Ja, ik ben best een beetje zenuwachtig. Maar ik hoop dat ik zoveel mogelijk kan spelen. Dit is mijn eerste seizoen in de eredivisie en ik zou het geweldig vinden om direct de bekerfinale te kunnen spelen.”

Hoe bereid je je voor op de finale?

„Wij hebben vandaag en morgen nog twee trainingen. Daar zullen we vooral op de tactiek trainen, zeker niet te fel, om blessures te voorkomen. Ons team speelt een beetje afwachtend; deze week trainen we daarom extra op snelle uitbraken. In de wedstrijd moet iedereen goed weten wat zijn positie is als we snel in de tegenaanval willen gaan.”

Jij bent een van de jongste spelers in de eredivisie. Is dat moeilijk in zo’n fysieke sport als ijshockey?

„Ik train natuurlijk heel hard, ik ben veel in de sportschool en ik loop ook hard. Maar de stap van de jeugd naar de profs is heel groot. In de eredivisie heeft elk team zes of zeven buitenlandse spelers, dat zijn direct de beste ijshockeyers. Ik moest de eerste vijf, zes wedstrijden echt knokken om aan te haken bij het niveau, de snelheid en de hardheid. Ik moet nog steeds een beetje oppassen omdat ik niet zo groot ben. Ik ga wel duels aan, maar moet mijn gedachten erbij houden. Het helpt dat ik best behendig ben. En met mijn snelheid kan ik ook tegenstanders ontwijken.”

Vorig seizoen speelde je in Duitsland, hoe is dat bevallen?

„Het was heel zwaar. Ik speelde in de jeugd van Kölner Haie in Keulen, op het hoogste jeugdniveau in Duitsland. Maar ik zat ook in het vierde jaar van mijn middelbare school in Den Haag en die wilde ik wel afmaken. Ik moest elke dag van Den Haag naar Keulen rijden. Trainde vijf keer in de week en speelde ook twee wedstrijden. Doordeweeks begonnen mijn lessen ’s ochtends om half negen, om één uur ’s middags uur werd ik dan opgehaald en bracht mijn opa, mijn vader of mijn moeder mij naar Keulen. ’s Avonds was ik dan rond twaalf uur thuis, de volgende dag ging ik weer naar school. Het niveau in de Duitsland is erg hoog, ik heb er veel aan gehad.”

Hoe zie jij je toekomst in het ijshockey eruit?

„Ik wil zo hoog mogelijk spelen. Het liefst wil ik naar Amerika of Canada, ijshockeyen in de NHL. Maar de nieuwe Russische competitie KHL lijkt me ook geweldig. Soms zeggen mensen dat ik zo snel mogelijk naar Amerika moet. Ik wil eerst het seizoen hier afmaken en dan ga ik verder kijken.”

Je komt uit een echte Haagse ijshockey-familie: je vader Marcel Verreijen speelde ook voor HYS en je opa Louis was zelfs voorzitter. Spreek je thuis vaak over de sport?

„Iedere dag, met mijn vader. Hij geeft me ook vaak tips. Vrijdag zei hij nog dat ik direct naar de goal moest gaan, dat mijn tegenstanders dat niet zouden verwachten omdat ik kleiner ben. Dat klopte, ze wisten niet wat ze moesten doen. En mijn opa en oma zitten iedere wedstrijd op de tribune.”