Iedereen deed het fout bij aanpak brand Chemie-Pack

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid is in een voorlopig rapport over de brand bij Chemie-Pack hard voor alle betrokkenen. Het bedrijf wil van de rechter tijd om op de definitieve tekst te reageren.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid komt binnenkort, na een jaar onderzoek, met conclusies over de oorzaken en de aanpak van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk op 5 januari van het vorig jaar.

Verrassend zijn de voorlopige conclusies niet. In een conceptrapport dat gisteren via de NOS uitlekte, krijgen bijna alle betrokkenen er net als in andere onderzoeken flink van langs. De brand leidde tot grote ongerustheid en veroorzaakte uiteindelijk 71 miljoen euro schade.

Het failliete Chemie-Pack heeft in een kort geding meer tijd gevraagd om te reageren op het definitieve onderzoeksrapport, omdat het concept vol fouten zou staan. De Onderzoeksraad wil niet reageren.

1Hoe is de brand bij ChemiePack ontstaan?

In strijd met de vergunning werd met open vuur gewerkt. Een koude pomp werd ontdooid met een gasbrander, waarbij een reststof in de pomp vlam vatte. De brand kon zich snel uitbreiden tot een „grote onbeheersbare plasbrand” doordat Chemie-Pack de beginnende brand niet bluste en er tegen de vergunning in veel containers met brandbare vloeistoffen op een buitenterrein stonden. In het algemeen was de beheersing van de risico’s door Chemie-Pack „onvoldoende”.

2Treft de gemeente Moerdijk blaam?

Jazeker. De gemeente Moerdijk is „traag en te coulant” geweest bij het verlenen van vergunningen aan en het toezicht op Chemie-Pack. Moerdijk verscherpte het toezicht niet nadat het bedrijf „gebrekkige informatie” had gegeven. Overtredingen van de vergunningen waren geen signaal om vaker en harder tegen het bedrijf op te treden. Er waren alleen vooraf aangekondigde inspecties, waardoor „op die dagen geen werkzaamheden werden uitgevoerd die niet in overeenstemming met de vergunning waren”.

3Hebben de veiligheidsregio’s goed gewerkt?

Nee. De bestuurders van de veiligheidsregio’s Zuid-Holland-Zuid en vooral Midden- en West-Brabant krijgen harde kritiek. Ze werkten langs elkaar heen en wisten van elkaar niet precies wie waarvoor verantwoordelijk was. De bestuurders hebben te laat hulp van hogere niveaus ingeroepen, de veiligheidregio’s waren daardoor slecht bereikbaar. Er waren geen duidelijke afspraken wie welke informatie zou geven. Verschillende instanties communiceerden „afzonderlijk van elkaar”.

4Hoe was de informatie aan de bevolking?

Niet goed. De veiligheidsregio’s waren zich „niet bewust” van de angst van veel mensen dat de brand rampzaliger was dan hij in werkelijkheid bleek. „De communicatie deed meer recht aan de feitelijke ernst van de brand dan aan de ernst van de brand zoals de burgers het op dat moment beleefden.” Beschikbare informatie werd onvoldoende uitgelegd. „Hierdoor gingen andere deskundigen informatie duiden.” Onjuiste berichten van media en burgers op sociale media werden niet gecorrigeerd.