Hormuz, crisis in uitvoering

Iran heeft gedreigd met het afsluiten van de Straat van Hormuz, slagader van mondiaal olietransport. Wat zouden de gevolgen zijn? Crisis in de wereld én in Iran, dat geen sluiproute voor olie en voedsel heeft.

Iedere dag na het ochtendgebed starten tientallen smokkelaars in de Iraanse havenstad Bandar Abbas de buitenboordmotoren van hun polyester speedbootjes. In een paar uur tijd maken ze de ruim vijftig kilometer lange oversteek over de Straat van Hormuz. Ze hebben voornamelijk schapen en sigaretten bij zich. Die ruilen ze aan de overzijde, in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), voor iPhone’s, magnetrons en andere elektronica. Soms komen ze passerende oorlogsschepen tegen van de Amerikaanse Vijfde Vloot, soms worden ze tegengehouden door patrouillevaartuigen van de Iraanse marine. Die heeft haar thuisbasis in Bandar Abbas. Maar meestal kunnen ze hun reis ongehinderd afleggen, en keren ze in de loop van de middag veilig terug met hun koopwaar.

De Straat van Hormuz, tussen de Golf en de Arabische Zee, is de meest strategisch gelegen zee-engte in de wereld. De zeestraat telt vele ondiepe wateren. Er blijft een geul over van van slechts zo’n tien kilometer breed die, op sommige plekken in twee gescheiden vaarrichtingen opgedeeld, bevaarbaar is voor de ruim vijfduizend (volle) mammoettankers die hier jaarlijks passeren. Daaraan ontleedt de Straat van Hormuz zijn strategische waarde én kwetsbaarheid: de schepen vervoeren jaarlijks 30 tot 40 procent van alle olie en gas die wereldwijd over zee worden getransporteerd. Crisis in de Straat van Hormuz betekent crisis in de wereld.

Geen wonder dat iedereen ademloos toekijkt als in dit geopolitieke breukvlak de spanningen oplopen. Dat gebeurt nu door het Iraanse dreigement om de zeestraat af te sluiten. Dit als antwoord op Amerikaanse en Europese initiatieven om ’s lands olie-uitvoer droog te leggen. Maar is het dreigement ook geloofwaardig? Hoe lang kan Iran weerstand blijven bieden aan een internationale boycot wegens zijn omstreden nucleaire programma zonder zichzelf in de voet te schieten en ernstige schade toe te brengen?

Iran, met ongeveer 6 procent de derde olie-exporteur in de wereld, is vrijwel volledig afhankelijk van de verkoop van olie, en in toenemende mate van gas. En het voert vrijwel al zijn olie uit via de Straat van Hormuz. Ook voor de andere olieproducenten in het gebied – Saoedi-Arabië, Irak, Koeweit, Qatar en de VAE – is de waterweg onmisbaar als economische slagader. Maar voor Iran is die afhankelijkheid het grootst. Anders dan de buurlanden beschikt het niet over pijpleidingen om olie over land af te voeren – er liggen alleen nog blauwdrukken op tafel voor de toekomst.

Dat is een groot probleem voor Iran. De Emiraten leggen de laatste hand aan een pijpleiding naar de Golf van Oman. Saoedi-Arabië en Koeweit beschikken al over pijpleidingen naar de Rode Zee. Dat maakt het transport goedkoper. En het geeft hun de garantie dat de uitvoer – weliswaar op een lager niveau – door kan blijven gaan, ook als de Straat van Hormuz wordt afgesloten. Voor Iran is die uitweg er niet. Als Iran de Straat afsluit, betekent dat dat het zelf ook geen olie en gas meer kan leveren aan zijn belangrijkste afnemers China, Japan, India en Zuid-Korea – landen die niet voorop lopen bij een olieboycot. Los daarvan: het kan dan ook geen graan, vlees en fruit voor zijn bevolking importeren uit onder andere Canada en Australië. Het afsluiten van de Straat betekent voor Iran het afsnijden van nagenoeg alle handelsbetrekkingen.

En dan zijn er militaire overwegingen. Waar Iran geïsoleerd staat, zijn de andere landen in de regio, behalve Irak, verenigd in de zogeheten ‘Samenwerkingsraad van de Golf’. Deze groep van rijke koninkrijken op het Arabische schiereiland is stevig verankerd in de Amerikaanse invloedsfeer. De machtige Vijfde Vloot heeft zijn hoofdkwartier in de eilandstaat Bahrein. Er zijn Amerikaanse luchtmachtbases in onder andere Qatar en de VAE, waar ook Franse straaljagers zijn gestationeerd. Daarnaast hebben Saoedi-Arabië en de VAE de afgelopen jaren voor bijna honderd miljard dollar aan wapenmaterieel gekocht in de VS. Dat militaire overwicht staat vooralsnog borg voor een broos evenwicht rond de Golf, verbaal wapengekletter en oplopende spanningen met het assertieve Iran ten spijt. Op militair gebied is Iran vooral een meester in de retoriek, in de praktijk zal het niet in staat zijn de zeestraat lang dicht te houden.

In april 1988 raakte Iran voor het eerst en voor het laatst in een direct militair treffen met de VS, destijds bondgenoot van Irak. Daarmee was Iran in de jaren ’80 in een langdurige loopgravenoorlog verwikkeld. In een minioorlog van twee dagen verloor de Iraanse marine twee kruisers en de Amerikanen een helikopter. Maar dat laatste was waarschijnlijk een ongeluk.

Iran is nu beter voorbereid, zegt het. Het is niet uit op een grootschalige confrontatie, maar concentreert zich op een gespreide aanvalstactiek. Als een zwerm horzels moeten kleine eenheden mariniers met snelle speedboten Amerikaanse oorlogschepen aanvallen, het liefst een vliegdekschip. Ook heeft Iran zwaar geïnvesteerd in mobiele lanceerinstallaties. Daarmee moeten Amerikaanse doelen vanaf de kusten van de Golf worden bestookt. Of het kan zeemijnen leggen.

Op die manier kan Iran gevoelige plaagstoten uitdelen. Maar het ontbeert machtige oorlogsbodems, nodig om de Straat ook onder controle te houden. Zijn luchtmacht is zwak, raketinstallaties zullen makkelijk worden uitgeschakeld, voorspellen analisten. Met andere woorden: militair kan Iran alleen een paar dagen zijn punt maken, daarna wordt het in het defensief gedreven.