Het gaat goed met Europa, zie die mooie exportcijfers

Het gaat niet slecht met Europa. De afwaarderingen zouden weleens de laatste kunnen zijn. Wel moeten Merkel en Sarkozy afzien van de financiële transactietaks, betoogt Melvyn Krauss.

Wall Street houdt Europa tot vervelens toe voor dat het continent vooral economische groei nodig heeft om zich te bevrijden uit de economische crisis, maar als Europa geweldige exportcijfers toont – zoals afgelopen week – slaan de markt en de media daar nauwelijks acht op.

Als de feiten niet met je vooroordelen stroken, negeer je de feiten.

Hier is een positief feit dat de ‘europessimisten’ afgelopen week negeerden. Volgens Eurostat, het statistische bureau van de Europese Unie, bedroeg het handelsoverschot van de eurozone met de rest van de wereld in november 2011 6,9 miljard euro, tegen een tekort van 2,3 miljard euro in november 2010. Dit is een grote ommekeer. Gecorrigeerd voor seizoensinvloeden steeg de uitvoer in november met 3,9 procent. De invoer bleef stabiel. (Ja, het hoogst was de stijging van het overschot in Duitsland, maar Ierland en Nederland stonden samen op de tweede plaats. Daarna kwam België.)

Waar ging die uitvoer heen? De grootste stijgingen waren naar Rusland (plus 28 procent), Turkije (plus 23 procent), China (plus 21 procent) en India (plus 20 procent).

Het kenmerkt de europessimisten om voorbij te gaan aan deze veelbelovende handelscijfers en zich in plaats daarvan te richten op de verlaging van de kredietstatus van Frankrijk en een groot aantal andere landen in de eurozone, vorige week door kredietbeoordelaar Standard & Poor’s.

De Italiaanse premier Monti stelde terecht dat deze afwaarderingen beklemtonen hoe belangrijk het voor Europa is om zijn groeimachine weer aan de gang te krijgen.

Daarom zijn de handelscijfers zo belangrijk. Ze maken duidelijk dat we voorlopig misschien wel de laatste Europese afwaarderingen hebben gezien. Volgens Standard & Poor’s vonden de afwaarderingen plaats omdat werd betwijfeld of de Europese leiders inmiddels greep op de schuldencrisis hadden. Dat is moeilijk tegen te spreken.

Zo lijken Duitsland en Frankrijk vastbesloten om in de eurozone een financiële transactietaks door te drukken, ook al hebben Europese leiders als Monti gezegd „niet zo zeker te weten of die eurobelasting wel zin heeft”. Banken kunnen hun transacties verschuiven naar het Verenigd Koninkrijk. Dit land is hardnekkig tegen deze belasting op financiële transacties, uit angst de Londense City te schaden. De Britten hebben zelf enkele jaren geleden de stamp duty ingevoerd, een financiële belasting die veel minder ver ging.

Zelfs als de transactietaks in de hele EU zou wordt opgelegd, zou ze nog geen zin hebben. De taks zou het financiële verkeer stuiten op het moment dat de bankwinsten – die worden ondersteund door financiële transacties – omhoog gaan.

Het idiote is dat de Europese Centrale Bank de banken overeind houdt met driejarige liquide leningen, maar dat de Duitse en Franse regering tegelijkertijd de financiële transacties van de banken willen belasten.

Dit is een geweldige kans voor de Nederlandse minister De Jager (Financiën, CDA) om naam te maken door het traditionele, constructieve Nederlandse, voortouw te nemen in de crisis. Duitsland en Frankrijk zullen de financiële transactietaks niet erdoor kunnen krijgen als Nederland weigert ermee in te stemmen.

De Jager hoeft alleen maar nee te zeggen tegen deze belasting en hij zal Europa behoeden voor een grote blunder die de crisis hoogstens kan verergeren. Ook zou hij zijn eigen onafhankelijke reputatie verhogen door in deze belangrijke beleidskwestie nee te zeggen tegen de Duitsers.

We zouden inmiddels denken dat Merkel en Sarkozy door de harde ervaring hadden geleerd dat inhakken op de banken en andere financiële instellingen niet de weg uit de crisis is – zie de schade waartoe de betrokkenheid van de particuliere sector heeft geleid bij de steun aan Griekenland. Ook de beste handelscijfers van de wereld kunnen het niet winnen van politici die domweg weigeren te doen wat goed is, omdat het niet strookt met hun binnenlandse politiek.

Misschien komt het wel in de eerste plaats dáárdoor dat er zo veel europessimisten zijn.

Melvyn Krauss is verbonden aan het Hooverinstituut van de Stanford-universiteit. Hij verblijft vaak in Amsterdam en was voorheen hoogleraar economie aan New York University.